Lessen van de Russische Revolutie – door Cédric Gérôme

boek1917Alle heersende klassen in de geschiedenis hebben hun productiemodel een eeuwig karakter willen geven. Op dezelfde manier proberen de profeten van het kapitalisme steeds te vermijden dat de werkenden de conclusie trekken dat er iets anders dan kapitalisme mogelijk is.

Denk bijvoorbeeld aan die beruchte uitspraak van de Amerikaanse pseudo-filosoof Fukuyama die het einde van de geschiedenis aankondigde na de val van de Sovjet-Unie. Hiermee wilde hij het kapitalistische systeem uitroepen tot het ultieme en finale hoogtepunt van de menselijke samenleving. Alleen al om dit te beantwoorden, is het belangrijk om terug te kijken naar de Russische Revolutie van oktober 1917. Toen namen de werkenden en hun gezinnen voor het eerst in de geschiedenis, na een korte ervaring tijdens de Commune van Parijs in 1871, de macht in eigen handen en werd aangetoond dat het kapitalisme kon omvergeworpen worden.

De Russische revolutie door de ogen van de burgerij herschreven

Het bestuderen van de Russische Revolutie is van groot belang, zeker als je ziet in welke mate deze historische gebeurtenis nog steeds wordt herschreven door bepaalde historici. Marx stelde dat “de heersende ideeën van een tijd altijd slechts de ideeën van de heersende klasse waren.” Die vaststelling is niet verouderd als we zien hoe de Russische Revolutie in de gevestigde media wordt herdacht.

Zo bracht het magazine ‘L’Histoire’ in 2007 een speciaal nummer naar aanleiding van de 90ste verjaardag van de Russische Revolutie. De titel was veelzeggend: “De verborgen misdaden van het communisme – van Lenin tot Pol Pot.” Het omvat een volledig hoofdstuk onder de titel “Lenin was even schuldig als Stalin.” De rode lijn daarin is het onderbouwen van de stelling dat het stalinisme voortbouwde op het leninisme, dat Lenin op die manier aanleiding gaf tot Stalin, Mao, Pol Pot, Kim-Il-Sung en co. Het gratis dagblad ‘Metro’ vond in 2007 een iets subtielere manier om naar de Russische Revolutie te verwijzen: een artikel over een schietpartij in een Finse school eindigde met een onschuldige zin over de dader die “zijn dreigementen uitvoerde op de dag dat de Oktoberrevolutie herdacht werd.” De televisiezender ARTE bracht een reportage-documentaire over het leven van Leon Trotski. De reportage eindigde met de moord op Trotski die door een historicus als volgt werd toegelicht: “Trotski is volgens mij slachtoffer geworden van een machine die hij zelf heeft opgebouwd.” Met die conclusie eindigde de reportage waarna een citaat van een Duitse dichter volgde: “De revolutie is het masker van de dood. De dood is het masker van de revolutie.” Het onderliggende idee is duidelijk: als je met vuur speelt zoals Trotski dit deed in zijn bijdrage tot het omverwerpen van het kapitalisme, dan draagt dit bij tot het ontstaan van een nog groter monster. Dergelijke analyses zijn niet verrassend. Ten tijde van de revolutie van 1917 zelf waren de journalisten van de burgerij soms een pak minder subtiel. Ze gingen recht op doel af zoals in een editoriaal van de Britse krant Times: “De enige remedie tegen het bolsjewisme zijn kogels.”

De geschiedenisboeken omschrijven 1917 vaak als het ‘vreselijke jaar.’ Die term wijst op de nachtmerrie die de gebeurtenissen van 1917 vormden voor de heersende klassen. Het is de angst voor het spook van nieuwe vreselijke jaren die de burgerij er 100 jaar later toe brengt om de echte lessen van de Oktoberrevolutie, de rol van Lenin, Trotski en de Bolsjewistische partij in die gebeurtenissen te begraven door de enorme ervaringen te herleiden tot de vreselijke misdaden van het stalinisme en zijn goelags.

Een revolutionaire storm

De overwinning van de Oktoberrevolutie en van de ordewoorden van de Bolsjewieken zorgde voor een bevrijdend enthousiasme, wat leidde tot een revolutionaire golf van de werkenden en onderdrukten doorheen de wereld. In de jaren na de Russische Revolutie waren er revolutionaire ontwikkelingen in alle delen van Europa (Duitsland, Hongarije, Noord-Italië, Finland, …) en ook in de koloniale wereld: Korea, India, Egypte, …

Alle geschriften en memoires van burgerlijke politici uit die tijd getuigen van een algemene paniek onder de heersende klasse. Die was bang om de controle over de situatie te verliezen omwille van de revolutionaire storm. In 1919 schreef de Britse premier Lloyd Georges: “Heel Europa is in de greep van een revolutionaire sfeer. De volledige bestaande sociale, politieke en economische orde wordt in vraag gesteld door de massa’s en dit van het ene uiteinde van Europa tot het andere. Als we niet meer troepen sturen om Rusland te verslaan, dreigt Groot-Brittannië zelf bolsjewistisch te worden en zullen er sovjets in Londen zijn.” Zelfs de VS werden geschokt door een nooit geziene golf van stakingen. President Wilson moest verklaren: “We moeten optreden om meer economische democratie te bekomen als we de socialistische dreiging in ons land willen stoppen.” Het is niet voor niets dat een aantal belangrijke verworvenheden in België vlak na 1917 werden bekomen: de achturendag en het algemeen enkelvoudig stemrecht (voor mannen) kwamen er in 1918 en 1919. Deze toegevingen werden door de Belgische burgerij toegekend op een ogenblik dat ze bang was voor de revolutionaire schokken doorheen Europa.

Er is ook een stroming die evolutionair is en ervan uitgaat dat de menselijke samenleving niet in schokken ontwikkelt, maar op lineaire wijze evolueert van barbarij naar vooruitgang en beschaving. Deze theorie wordt vaak gebruikt als zogenaamd wetenschappelijke basis tegen revolutionaire ideeën. Als marxisten denken we dat de samenleving niet op een trage en evolutieve wijze ontwikkelt. De tegenstellingen in de samenleving leiden integendeel tot sociale en politieke crises, tot oorlogen en revoluties, anders gezegd tot plotse wendingen en bruuske veranderingen. De gevolgen van de overwinning van de Russische Revolutie op een reeks landen illustreren dat de verworvenheden van de arbeidersbeweging niet uit de lucht komen vallen of het resultaat zijn van een constante vooruitgang onder het kapitalisme, maar dat ze integendeel bekomen werden door harde strijd door de arbeidersbeweging.

Oktober: coup of revolutie?

Vandaag wordt de Oktoberrevolutie vaak voorgesteld als een staatsgreep door een kleine groep Bolsjewieken die daartoe een samenzwering hadden opgezet. Het is wellicht de meest verspreide leugen over de Russische Revolutie. Het klassieke schema stelt de Februarirevolutie van 1917 voor als de ‘echte’ volksrevolutie die enkele maanden later gevolgd werd door een ‘staatsgreep’ met het ‘complot’ van Oktober. Alles is erop gericht om de Bolsjewieken af te doen als een klein groep mensen met slechte bedoelingen die de macht grepen zonder steun van de bevolking.

Nochtans kan het feit dat de opstand in de hoofdstad Petrograd het karakter van een korte nachtelijke schermutseling aannam waarbij slechts 6 slachtoffers vielen, niet verklaard worden uit het feit dat de Bolsjewieken een kleine minderheid vormden. Er was geen volksopstand met openlijke gevechten op straat. De Bolsjewieken beschikten immers over een verpletterende meerderheid in de arbeiderswijken en in de kazernes. Als Lenin nadien zou zeggen dat “de macht nemen in Rusland even gemakkelijk is als een pluim oprapen,” dan was dit omdat de machtsovername op zich slechts de laatste stap was in het omverwerpen van een regime dat al gebroken, geïsoleerd en politiek gediscrediteerd was in zijn acht maanden durende bestaan. Dit regime zag zijn sociale steun letterlijk onder zijn voeten wegzakken. Toen de Bolsjewieken de voorlopige regering aan de kant schoven en de macht aan de sovjets overdroegen, dachten velen dat het nieuwe bewind het geen drie dagen zou volhouden. Op dezelfde wijze voorspelden velen de onvermijdelijke nederlaag van het Rode Leger in de burgeroorlog. Dit gebeurde niet omdat de Bolsjewieken over een politiek programma beschikten waarmee ze miljoenen werkenden en arme boeren in Rusland, en zelfs over de grenzen, konden meetrekken en overtuigen om de strijd tegen hun uitbuiters aan te gaan.

De meeste burgerlijke historici begrijpen niet – of willen het niet begrijpen – dat revolutie geen kunstmatig proces is op basis van verschillende onderdelen die in de laboratoria van de hoofdkwartieren van politieke partijen samengebracht worden, maar een objectief proces met diepgaande historische wortels in de samenleving: de tegenstellingen tussen de sociale klassen. Voor marxisten zijn revoluties geen verrassingen, ze zijn voorbereid door de volledige voorafgaande evolutie. Het komt onvermijdelijk tot een revolutie wanneer de tegenstellingen tussen de structuur van de samenleving en de noodzakelijkheden van de ontwikkeling van die samenleving rijp zijn: als de kwantitatieve opeenstapeling van decennia van frustraties onder de uitgebuite klassen een kwalitatief stadium bereiken, als al die opeengestapelde energie in de samenleving tot koken komt en het deksel van de pot duwt.

In die zin was de Oktoberrevolutie van 1917 slechts het sluitstuk van een revolutionair proces dat begon met de ineenstorting van het tsaristisch regime in februari en die in de periode tussen februari en oktober een enorme energie, vitaliteit en een ongelofelijk politiek leven onder de massa’s opwekte. 1917 was een jaar van massale acties met een verbazingwekkende creatieve kracht van de bevolking, een getuige van de algemene politieke bewustwording in de samenleving. Overal was er een dorst naar politiek, een honger om zich te vormen, kranten te lezen, ideeën te bespreken, deel te nemen aan debatten, … Dit was onder de werkenden in de fabrieken het geval, maar ook onder de soldaten in de kazernes en de loopgraven of nog onder de boeren in de dorpen. Elke stad, elk dorp, elk district, elke provincie, … ontwikkelde eigen raden (sovjets) van vertegenwoordigers van de arbeiders, soldaten en boeren, raden die klaarstonden om het lokale bestuur over te nemen. De Amerikaanse socialistische journalist John Reed, auteur van het bekende boek “Tien dagen die de wereld deden wankelen”, legde uit dat “in Petrograd, net zoals in de rest van Rusland, elke straathoek werd omgevormd tot een publieke tribune.” De actieve tussenkomst van de massa’s in de gebeurtenissen is het meest essentiële element van een revolutie. Deze massadynamiek toont hoe absurd het argument van de zogenaamde ‘staatsgreep’ door de Bolsjewieken is.

De Bolsjewieken en de kwestie van geweld

Er wordt vandaag gemakkelijk gesproken over de Bolsjewieken alsof het gewelddadige en bloeddorstige wilden waren. Zo herinneren we ons een beeld van Trotski die werd omringd door een berg van schedels en botten met als doel om hem af te doen als moordenaar en martelaar. Er zijn liters inkt gevloeid om in het lang en in het breed te schrijven over de Rode Terreur en de uitwassen van de burgeroorlog. Vreemd genoeg wordt veel minder gewezen op het feit dat de burgeroorlog werd uitgelokt door de vroegere heersende klassen in Rusland en door het westerse imperialisme, dat de revolutie met alle mogelijke middelen de kop in wilde drukken. De jonge arbeidersstaat was niet veel meer dan een belegerd fort dat omringd werd door de legers van maar liefst 22 landen.

De witte generaal Kornilov vatte de weinig subtiele houding van de kapitalisten tegenover de sovjetmacht samen: “Als we de helft van Rusland in brand moeten steken en drie kwart van de bevolking moeten uitroeien om het land te redden, dan doen we dit. De macht is in handen van een crimineel plebs dat we enkel zullen temmen door executies en publieke ophangingen.” Een beetje ernstige analyse moet rekening houden met het feit dat de Bolsjewieken tegenover hen dergelijke heren aantroffen. De ironie van de geschiedenis wil dat de Bolsjewieken veel inschikkelijker waren tegenover hun klassenvijanden. Ze gingen zelfs zo ver dat contrarevolutionaire generaals vrijgelaten werden op basis van een mondeling engagement dat ze de wapens niet zouden opnemen tegen de sovjetmacht!

Marxisten praten geweld niet goed, zeker niet als het over blind geweld door een minderheid van de bevolking gaat dat bovendien losstaat van massale acties. De Russische marxisten voerden eerder overigens een jarenlange ideologische strijd tegen de Russische terroristen, te beginnen met de ‘Narodnaia Volia’ (Volkswil), een terroristische organisatie die de autocratie wilde bestrijden met bommen en revolvers. Hun voorman stelde: “De geschiedenis gaat te traag, we moeten een handje toesteken.” Deze organisatie pleegde in 1881 een aanslag op tsaar Alexander II in de overtuiging dat het zou leiden tot een algemene opstand van de boeren. De moord vond geen echo, de daders werden opgehangen, de repressie werd in heel het land opgevoerd en maakte een einde aan Narodnaia Volia. Alexander II werd vervangen door Alexander III. Marxisten hebben zich steeds verzet tegen de methode van individueel terrorisme. Ze plaatsen daartegenover de methode van massa-organisatie.

Maar marxisten staan met beide voeten in de werkelijkheid, ze redeneren niet in termen van abstracte categorieën – voor of tegen geweld ‘in het algemeen’. Marxisten vertrekken van een analyse van de concrete situatie. Zo’n concrete realiteit is het feit dat elke opstand van de onderdrukte klassen of strijd voor hun rechten aanleiding kan geven tot repressie waarbij de heersende klassen niet aarzelen om meedogenloos met soms vreselijk geweld tegen het protest in te gaan. Kijk maar naar de repressie tegen de Parijse Communards door de benden van Thiers. Deze repressie leidde tot een angstaanjagend bloedbad waarbij mannen, vrouwen, kinderen en bejaarden willekeurig werden omgebracht. Een geweer doodde niet snel genoeg en dus kwamen er machinegeweren zodat de werkenden met honderden in één slag konden vermoord worden. Er wordt vaak gesproken over het trieste lot van de tsarenfamilie die vermoord werd door ‘roden.’ Er wordt veel minder gesproken over de 5 miljoen soldaten die door het tsaristische regime de dood werden ingejaagd in de loopgraven, soms op blote voeten en zonder wapens. Om in de aanval te gaan, voorzag het leger soms slechts één geweer per vier soldaten. Het is overigens duidelijk dat de horror van die imperialistische Wereldoorlog, een oorlog die slechts tot doel had om de wereld en de invloedsferen tussen de grootmachten te verdelen, een beslissende rol speelde in de elkaar snel opeenvolgende revolutionaire gebeurtenissen na de oorlog. De strijdbaarheid van de massa’s werd aanvankelijk verstikt door de patriottische propaganda, maar het kwam terug aan de oppervlakte met een uitzonderlijke levendigheid en kracht.

De ontwikkeling van een revolutionair bewustzijn: een dialectisch proces

Er is geen betere school dan die van de praktijk. De massa’s hebben hun politieke opleiding gekregen doorheen hun eigen praktische ervaringen. Dat zien we in elke revolutionaire periode en in elke strijd van een zeker belang: in het vuur van de actie kan het politieke bewustzijn van werkenden gigantische stappen vooruit zetten. Engels zei ooit: “Er zijn periodes in de menselijke samenleving waarin 20 jaar op een enkele dag lijken, net zoals er momenten zijn waarop één dag als 20 jaar is.” Het jaar 1917 toonde dit in Rusland aan: de werkende klasse leerde op enkele maanden tijd meer dan in de tientallen jaren ervoor. Dit verklaart waarom iemand als Alexander Kerenski die nog erg populair was in maart 1917 algemeen veracht werd in oktober. Het verklaarde de fenomenale numerieke ontwikkeling van de Bolsjewistische partij. Begin februari telde die enkele duizenden leden, in april waren het er al 100.000, in augustus bijna 200.000 en begin oktober een kwart miljoen. We zien ook hoe doorheen een revolutie, als de gebeurtenissen tegen een razendsnel ritme ontwikkelen, een zwakke partij snel machtig en groot kan worden. De Spaanse POUM (Arbeiderspartij van de Marxistische Eenheid) groeide in de eerste zes weken na het revolutionair offensief van juli 1936 van een partij van 1.000 à 1.500 leden tot een massapartij met meer dan 30.000 leden.

Het toont dat het begrip van de nood aan een revolutionaire partij onder brede lagen van de werkenden geen automatisch gegeven is. Het proces dat vertrekt van de uitwerking van een revolutionair programma en de eerste primitieve accumulatie van de eerste revolutionaire kaders tot de opbouw van revolutionaire massapartijen, is een proces dat verschillende ongelijkmatige ontwikkelingsfasen doormaakt. Maar in laatste instantie is het slechts wanneer de tegenstellingen van het systeem tot uitbarsten komen dat de objectieve voorwaarden aanwezig zijn voor een brede ingang van revolutionaire ideeën in de arbeidersklasse.

Waren stalinisme en fascisme onvermijdelijk?

Eén ding is zeker: indien de Bolsjewistische partij in Rusland niet had bestaan, dan zou de enorme revolutionaire energie van de massa’s verloren gegaan zijn en zou de arbeidersbeweging gedurende lange tijd teruggeslagen worden en voor die rampzalige en bloedige nederlaag een zware prijs betaald hebben. Dat is overigens wat er in Hongarije gebeurde met de militaire dictatuur van generaal Horthy of in Duitsland en Italië waar de fascisten aan de macht kwamen. Deze regimes gingen over tot het uitroeien van de vakbonden en de arbeidersorganisaties, het martelen en uitmoorden van duizenden communisten en socialisten. De Duitse socialiste Clare Zetkin had dit goed begrepen toen ze in 1923 verklaarde dat “het fascisme aan de orde van de dag zal zijn indien de Russische Revolutie geen vervolg kent in de rest van Europa.” Het fascisme was de prijs die betaald werd voor het verraad van de sociaaldemocratische partijen en de afwezigheid of de zwakte van partijen zoals de Bolsjewieken in Rusland.

Die prijs zouden de Russische arbeiders overigens evenzeer betalen. Deze nederlagen droegen immers bij tot het isolement van de Russische Revolutie in een erg achtergebleven land en dus tot de degeneratie van het regime tot een bureaucratische en totalitaire dictatuur. In 1924 kwam Stalin op de proppen met de theorie van het ‘socialisme in één land’ om zich te ontdoen van de taak van de opbouw van de wereldrevolutie en om de belangen en privileges van de opkomende bureaucratie te beschermen, onder meer door de ontwikkeling van succesvolle arbeidersrevoluties te vermijden die deze privileges in het gedrang zouden brengen. Deze degeneratie zou op zijn beurt een rol spelen in nieuwe nederlagen, zoals die van de Chinese revolutie van 1926-27.

Toen Lenin in april 1917 in Petrograd aankwam, wilde de voorzitter van de sovjet (toen nog een Mensjewiek) een gebruikelijk welkomstritueel uitvoeren. Lenin keerde hem de rug toe, klom op een verhoog en richtte zich tot de aanwezige werkenden: “De tijd van de wereldrevolutie is aangebroken. Leve de socialistische wereldrevolutie.” Deze slogan zou later op de sokkel van een standbeeld van Lenin op dezelfde plaats gegrift worden… alleen werd het woord ‘wereld’ weggelaten! De beruchte theorie van het ‘socialisme in één land’ van Stalin was reactionair en ging in tegen elke marxistische vorming en de volledige internationalistische traditie van de Bolsjewieken. Het was niets anders dan de ideologische bekroning van de positie van het bureaucratische stalinistische apparaat dat zich kon opwerken op de nederlagen van de arbeidersbeweging.

De revolutionaire partij: een onmisbaar ingedriënt

Trotski legde uit: “Zonder een organisatie die als gids optreedt voor de beweging, kan de energie van de massa’s verdwijnen op eenzelfde wijze als stoom verdwijnt als het niet in een piston geperst wordt. De beweging ontstaat echter niet door de piston of de stoommachine op zich, maar door de stoom.” De Oktoberrevolutie had nooit succesvol kunnen zijn zonder het bestaan van zo’n partij die in staat was om de spontane kracht van de arbeidersklasse een bewuste, georganiseerde en gedisciplineerde politieke uitdrukking te geven. Daarmee werden, om de uitdrukking van Lenin te gebruiken, alle poriën en onderdelen van het ongenoegen bijeengebracht in één reusachtige storm. Elke revolutie vereist een ernstig gestructureerde organisatie om een programma, strategie en tactieken toe te passen die overeenstemmen met de verschillende fasen van de strijd en de evolutie van de krachtsverhoudingen.

Hoe waren de Bolsjewieken in staat om zo’n uitgestrekt geografisch gebied als Rusland te veroveren? Dat kan enkel verklaard worden door het uitgebreide netwerk van revolutionaire kaders dat door Lenin en de Bolsjewistische partij was uitgebouwd en gevormd gedurende jaren. Tijdens de revolutie stuurden groepen van arbeiders en soldaten afgevaardigden naar het front om achtergebleven regimenten te overtuigen. Ze haalden ook middelen op om afgevaardigden naar de provincies te sturen. De campagnes waren uitzonderlijk, de afgevaardigden trokken soms naar de meest achtergebleven delen van het land. Sommige kaders waren dagenlang zonder opgeven bezig met het overtuigen van arbeiders, soldaten aan het front of in de kazernes. Dat is hoe de partij op enkele maanden tijd in staat was om op basis van de ontwikkeling van de revolutie een meerderheid van de werkenden te overtuigen van de correctheid van haar ordewoorden. Het toont het belang van de voorafgaande opbouw van een partij van kaders die gevormd zijn en voorbereid op gebeurtenissen omdat ze doorheen de strijd hun strepen verdiend hebben, bereid zijn tot opofferingen en in staat zijn om op basis van de opgedane ervaringen een beslissende rol te spelen op cruciale ogenblikken. Dat is de kracht van de Bolsjewistische partij.

Die partij werd in februari 1917 door slechts een onbetekenende minderheid van de arbeidersklasse gevolgd. Tijdens het eerste congres van de Sovjets in juni waren er 822 afgevaardigden. Daarvan waren er slechts 105 Bolsjewieken, de meerderheid van de werkenden steunde de Mensjewieken en de Sociaal-Revolutionairen. Deze partijen speelden letterlijk de rol van de knecht van de burgerij in de arbeidersbeweging. Ze waren vooral bezorgd om de engagementen tegenover het buitenlandse imperialisme na te komen en ze probeerden de oorlog verder te zetten, ook al werd die massaal verworpen door de bevolking. Ze remden sociale eisen af en weigerden om grond aan de boeren te geven. Anders gezegd: ze deden er alles aan om te vermijden dat eisen die de belangen van de heersende klassen troffen gerealiseerd werden. Ze pleitten voor de samenwerking tussen twee vormen die onmogelijk konden samengaan en daarvoor baseerden ze zich op twee klassen die lijnrecht tegenover elkaar stonden: enerzijds de sovjets, de uitdrukking van de revolutie en vertegenwoordiging van de werkende massa’s in actie, en anderzijds de voorlopige regering die de burgerij en de grootgrondbezitters vertegenwoordigde. Kerenski was een meester in die rol van verzoener. Hij was een hele tijd vice-voorzitter van de Sovjet van Petrograd en lid van de voorlopige regering. Zijn rol was net als die van alle politici van de Mensjewieken en de Sociaal-Revolutionairen bepaald door het idee dat de radicalisering van de massa’s moest bedwongen worden en dat de Sovjets binnen het kader van de burgerij moesten blijven. Maar uiteindelijk bleven de massa’s radicaliseren en brachten ze hun eigen eisen met meer aandrang naar voor waardoor ze een onafhankelijke politieke koers gingen varen. Anders gezegd: de massa’s evolueerden naar links en dit net op een ogenblik dat die politici naar rechts keerden. Kerenski moest uiteindelijk erkennen: “De voorlopige regering baseert zich niet op de sovjets, meer nog: de regering betreurt het bestaan van de sovjets.”

Dit proces toont aan dat er geen derde weg is, geen oplossing ‘in het midden van de weg’ tussen de macht van de kapitalisten en die van de werkenden. Dat is een les die de Spaanse anarchisten – net als de POUM overigens – niet begrepen tijdens de Spaanse revolutie van 1936: in een situatie van dubbelmacht, een kenmerk van elke revolutionaire situatie en het cruciale ogenblik waarop moet gekozen worden tussen twee vormen van verschillende machten, weigerden de anarchistische leiders van de CNT elke vorm van macht op zich, waardoor ze in de praktijk de macht overlieten aan de klassenvijand en uiteindelijk zelfs meewerkten aan de heropbouw van de burgerlijke staat nadat ze enkele ministerposten in de regering van het Volksfront opnamen.

Marx merkte ooit op: “In iedere revolutie dringen zich, naast haar werkelijke vertegenwoordigers, mensen van een ander slag op de voorgrond. Enkelen zijn de overlevenden van vroegere revoluties, waarmee zij zijn samengegroeid; zonder inzicht in de huidige beweging, maar toch in het bezit van grote invloed op het volk door hun bekende moed en hun karakter, of ook door traditie alleen.”  In de Russische Revolutie werd deze rol onbetwistbaar gespeeld door de Mensjewieken en de Sociaal-Revolutionairen. Maar op basis van hun eigen ervaringen in de verschillende fasen van de strijd, begonnen brede lagen van de bevolking stap per stap afstand te nemen van deze partijen en raakten ze ervan overtuigd dat de Bolsjewistische leiding de meest vastberaden, meest zekere, meest loyale en meest betrouwbare van alle partijen was. De acht maanden tussen februari en oktober waren nodig opdat de werkenden en arme boeren in Rusland hun ervaring met de Voorlopige Regering konden opdoen en opdat ze, mee door het werk van de Bolsjewistische Partij, tot de conclusie zouden komen dat het regime omvergeworpen moest worden aangezien het niet hun regime, maar dat van de burgerij en de grootgrondbezitters was. De Bolsjewistische Partij was de enige die de ultieme conclusie consequent verdedigde, met name de noodzaak van een machtsovername.

De voorwaarde hiervoor was uiteraard het bestaan van een revolutionaire partij die door politiek heldere inzichten en vastberadenheid in staat was om tegengewicht te bieden tegen de invloed van de apparaten van de verraderlijke en reformistische politici. De afwezigheid van zo’n factor zou nadien leiden tot verschillende nederlagen in revolutionaire ontwikkelingen. In mei 1968 staakten 10 miljoen Franse arbeiders, fabrieken werden bezet en er ontstonden overal in het land arbeiderscomités. De Franse arbeidersklasse kwam heel dicht bij de macht. Maar de stalinistische bureaucratie van de Parti Communiste Français (PCF) weigerde om deze verantwoordelijkheid op te nemen. De partij deed denigrerend over de studenten in strijd en had het over ‘gauchistische renegaten’ en ‘valse revolutionairen’. Het revolutionaire karakter van de beweging werd erkend en de strijd werd zoveel mogelijk gekanaliseerd naar het electorale terrein met slogans als “laat ons de orde herstellen in de chaos.” De grootste algemene staking uit de geschiedenis leidde op die manier tot niets, het ontbrak aan politieke perspectieven. Hiermee ging een belangrijke kans verloren om met de werkenden de macht te nemen in een ontwikkeld kapitalistisch land.

De crisis van de mensheid is te herleiden tot de crisis van de revolutionaire leiding

Marx stelde dat revoluties de locomotief van de geschiedenis vormen. Maar iedereen weet dat een locomotief een goede bestuurder nodig heeft om op de bestemming te geraken, zoniet dreigt er snel een ontsporing. Als een revolutie niet over een goede bestuurder beschikt om richting te geven, een revolutionaire leiding dus, dreigt ook daar ontsporing.

Alleszins staat het vast dat de locomotief van de revolutie niet wacht op de revolutionairen, ze laat doorgaans slechts weinig tijd voor verwarring en twijfel. Partijen die slechts voor de helft of een kwart revolutionair zijn, worden snel door de locomotief ingehaald. Dat was het lot van de POUM in Spanje waar heel wat militanten de fouten en de twijfel van de leiding met hun leven bekochten. Het gebeurde ook met de MIR in Chili in 1973. Ook daar eindigden veel militanten hun leven na martelingen in de kerkers van de dictatuur van Pinochet. De benadering en de gauchistische methoden van de MIR zorgden ervoor dat ze geen significatieve kracht kon worden in de arbeidersbeweging. Dat wijst op een ander belangrijk element: het volstaat niet om te zeggen dat je revolutionair bent, er is een correcte vertaling van het revolutionaire programma in de levende realiteit nodig met een benadering en eisen die aangepast zijn aan elke specifieke situatie, aan elke fase van de strijd, en aangepast aan het bewustzijn, de tradities van de arbeidersbeweging in elk land, …

Lenin stelde dat het marxisme vooral de concrete analyse van de concrete situatie is. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat de slogan ‘Alle macht aan de Sovjets’ onmiddellijk aangepast was aan de specifieke voorwaarden van Rusland in 1917. In de Chileense revolutie van 1973 zou een dergelijke slogan vertaald kunnen worden als ‘Alle macht aan de cordones industriales’ (fabrieksraden). Deze fabrieksraden organiseerden de werknemers en inwoners van arbeidersbuurten. Ze ontstonden tijdens het revolutionaire proces in Chili. Toen de stalinistische Spaanse Communistische Partij begin jaren 1930 de slogan “Weg met de burgerlijke republiek, alle macht aan de Sovjets” naar voor schoof, was dit op een ogenblik dat de republiek pas bestond en er zelfs geen schaduw van sovjets of gelijkaardige organismen bestond in het land. Het resultaat was dat de partij zich isoleerde van brede lagen van de bevolking.

Deze discussie bevestigt het belang van een belangrijke bijdrage van Trotski aan het marxisme, met name zijn ‘Overgangsprogramma.’ Daarin legt Trotski uit dat marxisten de massa’s moeten bijstaan in het proces van hun dagelijkse strijd en daarbij een brug moeten zoeken tussen de actuele en directe eisen aan de ene kant en het programma van socialistische revolutie aan de andere kant. Die brug moet bestaan uit een reeks overgangseisen die vertrekken van de actuele omstandigheden en het huidige bewustzijn onder brede lagen van de bevolking om tot één en dezelfde conclusie te komen: de socialistische revolutie en de machtsovername. Dit betekent het uitwerken van een reeks eisen die vertrekken van de concrete behoeften en het bewustzijnsniveau van de werkenden en hun gezinnen waarbij deze eisen onverenigbaar zijn met het behoud van het kapitalistische systeem. De slogan van de Bolsjewieken was “Brood, Land en Vrede.” Dit was op een ogenblik dat er honger geleden werd, dat de boeren dringend grond wilden en dat de afkeer tegen de oorlog algemeen gedeeld werd. De slogan sloot op directe wijze aan bij de diepste verlangens van de meerderheid van de werkende bevolking en tegelijk omvatte deze leuze impliciet de noodzaak van het omverwerpen van de macht van de burgerij. Die burgerij was met handen en voeten gebonden aan het buitenlandse imperialisme en de grootgrondbezitters. Bijgevolg was de burgerij totaal niet in staat om ook maar één van die eisen te realiseren.

Trotski begon zijn ‘Overgangsprogramma’ met volgende stelling: “Het belangrijkste kenmerk voor de algemene politieke toestand op wereldvlak is de historische crisis van de arbeidersleiding.” De rol en de verantwoordelijkheid van de politieke leiding in een revolutionair tijdperk zijn inderdaad van enorm belang. In zo’n tijdperk leidt de hoop van de massa’s bij afwezigheid van een revolutionaire partij tot ontgoocheling, de vijand maakt daar gebruik van om zich te herstellen en paniek te zaaien, de ontmoedigde massa’s gaan daarop soms over tot oncontroleerbare explosies van woede zonder perspectief en met een gegarandeerde nederlaag.

Natuurlijk is de opbouw van een revolutionaire partij niet enkel belangrijk in een revolutionair tijdperk. De opbouw van een sterk en voorbereid marxistisch kader kan niet van de ene dag op de andere. Het vereist een aanzienlijke voorbereiding aangezien de snelheid van revolutionaire processen niet toelaat om deze voorbereiding op enkele dagen, weken of maanden te realiseren. De samenleving kent naast perioden van revolutionaire openingen ook perioden van een compleet ander karakter: perioden van reactie, achteruitgang, waarbij de strijd van de arbeidersbeweging en de socialistische ideeën in het defensief geduwd zijn. We kennen zo’n periode na de val van de stalinistische regimes begin jaren 1990. Die val leidde tot een periode waarin revolutionairen tegen de stroom in moesten gaan om overeind te blijven. In een compleet andere context kenden de Bolsjewieken een gelijkaardige periode na de nederlaag van de Russische Revolutie van 1905. Onder druk van de repressie en de demoralisatie ging de partij gebukt onder een leegloop inzake ledenaantal en zelfs een aantal leidinggevende kaders gaven toe aan de druk en het heersende defaitisme. Zo zette Lounacharski een groep op onder de naam ‘de bouwers van God’, een groep die ervan uitgang dat het socialisme voorgesteld als een vorm van religie voor de ontgoochelde arbeidersklasse “aantrekkelijker” zou zijn dan de klassenstrijd! De onvermoeibare wil van Lenin om zelfs in de meest moeilijke omstandigheden te bouwen aan een revolutionair kader in die moeilijke periode, zou van cruciaal belang zijn om de Bolsjewistische Partij klaar te stomen voor de uitdagingen en enorme taken waar ze enkele jaren later voor stond.

Lenin vormde een kader op basis van perspectieven die hun beperkingen in 1917 in de praktijk zouden aantonen. Voor 1917 dacht Lenin dat een revolutie in stappen zou verlopen die door de tijd gescheiden werden: een eerste fase met een burgerlijk-democratisch karakter gedragen door een “democratische alliantie van arbeidersklasse en boeren” (dit betekent een arbeidersrevolutie in de vorm maar een burgerlijke qua inhoud), gevolgd door een socialistische fase in een later stadium. Beide fasen zouden gescheiden worden door een aanzienlijke periode van kapitalistische ontwikkeling van het land. In het licht van de gebeurtenissen bij het uitbarsten van de revolutie aarzelde Lenin niet om zijn perspectieven bij te schaven. Hij weigerde om zich aan de oude formules vast te klampen en stelde dat “het oude Bolsjewisme moest verlaten worden.” Dat is de essentie van de Aprilstellingen waarin Lenin het perspectief van een ‘permanente revolutie’ opneemt, een perspectief dat al langer verdedigd werd door Trotski. Vanaf dat ogenblik deed Lenin er alles aan om de Bolsjewistische Partij te overtuigen van dit perspectief: hij bereidde de partij voor op een snelle machtsovername door de Sovjets, de instelling van een arbeidersregering en de eerste socialistische maatregelen.

Achteraf gezien zou men kunnen zeggen dat Trotski over een beter uitgewerkt perspectief beschikte dan Lenin. Maar de theoretisch meer consistente ontwikkeling van Trotski kan niet begrepen worden zonder rekening te houden met het feit dat Lenin al zijn energie in de jaren voor 1917 stak in de opbouw van de Bolsjewistische Partij terwijl Trotski, zoals hij nadien zou erkennen, op dat ogenblik het belang van een eengemaakte en gecentraliseerde partij als voorwaarde om het revolutionaire doel te bereiken nog niet begrepen had en tot op zekere hoogte zelfs illusies had in de mogelijkheid van een ‘verzoening’ tussen de reformistische fractie (Mensjewieken) en de revolutionaire fractie (Bolsjewieken) van de oude Sociaaldemocratische Arbeiderspartij van Rusland. Het was uiteindelijk de revolutie zelf die de twee mannen bijeenbracht rond een gezamenlijk perspectief en een zelfde opvatting over welk type partij nodig was.

Laat de lessen niet alleen op papier bestaan

Doorheen de geschiedenis hebben arbeiders talloze keren geprobeerd om de weg van de Russische arbeiders te volgen om zelf de macht te nemen en een socialistische samenleving te vestigen. In de Portugese Revolutie van 1974 stonden de arbeiders daar zo dicht bij dat de gevestigde media al spraken over “het einde van het kapitalisme in Portugal.” Er zijn tal van dergelijke voorbeelden. De geschiedenis van het kapitalisme is bijzonder rijk aan heldhaftige revolutionaire strijdbewegingen door de arbeidersbeweging die zich wil emanciperen.

Maar met uitzondering van de Russische Revolutie werd in al die bewegingen een nederlaag geleden. De belangrijkste reden hiervoor was het ontbreken van een ervaren politieke leiding die in staat was om de bewegingen te kaderen, een perspectief te geven en te laten leiden tot hun logische en natuurlijke conclusie.

Ondanks de uiteindelijke degeneratie, ondanks de decennia van stalinistische rottigheid, blijft de Russische Revolutie zich van alle andere arbeidersrevoluties onderscheiden op een essentieel punt: het was de enige revolutie die succesvol was. Bouwen aan een internationale revolutionaire organisatie is dan ook de meest algemene, maar ook de belangrijkste, les uit de Russische Revolutie. Dat is noodzakelijk om nieuwe nederlagen van de arbeidersbeweging te vermijden en om de toekomstige generaties een betere toekomst te kunnen bieden.

Tekst geschreven door Cédric Gérôme naar aanleiding van de 90ste verjaardag van de Russische Revolutie in 2007