1918: de Duitse revolutie

deutschMarxisten hechten enorm belang aan de geschiedenis. Die bevat immers de concrete ervaring van de arbeidende mensheid en vormt de basis voor de marxistische theorie. Willen we vandaag correct reageren op de gebeurtenissen die op ons afkomen, dan moeten we ons wapenen met de lessen van het verleden. Wie niet leert uit het verleden, is immers gedoemd om zijn fouten van gisteren morgen te herhalen. Artikel door Peter Van der Biest uit 1998.

In 1918 riepen de Duitse arbeiders en soldaten een beslissende halt toe aan de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. Tegelijk ontketenden ze een offensief tegen de heersende klassen in wiens belang de oorlog begonnen was: de grootgrondbezitters en wapenfabrikanten, bankiers en inhalige speculanten.

Voor de kapitalisten betekende de oorlog in geen geval “de buikriem aanhalen”. Met de schrik in het hart je man, je kinderen, je vrienden uitwuiven, wetende dat de kans erin zit dat je ze nooit meer terug zal zien, de vreselijke toestanden in de loopgraven,… Integendeel, deze nette lieden hebben zich met een gerust geweten vetgemest aan de grote oorlogsleveringen, terwijl ze “om de overwinning van het vaderland te verzekeren” en uiteraard ook “de concurrentiekracht van de ondernemingen niet in het gedrang te brengen” de lonen van de arbeiders terugdrongen tot het minimum om te overleven.

Het Duitse staalconcern Krupp sloot de oorlogsjaren af met een winst van zomaar even 40 miljoen mark. Om dit fabelachtige spaarpotje in de wacht te slepen, waren alle middelen geoorloofd. Naar aanleiding van zijn “undercover”-werk als Turkse arbeider in de Duitse staalnijverheid beschreef Gunther Walraff hoe Duitse soldaten in de Eerste Wereldoorlog aan stukken werden gereten door Britse granaten… voorzien van ontstekingsmechanismen met het Krupp-logo. Per granaat die op de “vaderlandse troepen” kwam neergesuisd, verdiende Krupp 60 mark licentievergoeding. Duitse en Engelse arbeiders stonden elkaar gewelddadig naar het leven, Krupp en het Britse wapenbedrijf Vickers konden klinken op een “vruchtbare samenwerking”.

De revolutie stopt de oorlog

Maar de arbeiders bleven niet lijdzaam toezien hoe een ganse generatie jonge, levenskrachtige mensen weggeveegd werd. In februari ’17 brak de zwakste schakel in het geallieerde front, Rusland. De oorlogsmoeheid van de Russische arbeiders en boeren zette zich om in een revolutionaire beweging die korte metten maakte met het vervolmde regime van de tsaar. Er kwam een burgerlijke Voorlopige Regering aan de macht, maar die bleek niet in staat een oplossing te bieden. Problemen als het nationaliteitenvraagstuk, de herverdeling van de landbouwgrond onder de boeren en de vraag naar arbeiderszelfbeheer werden niet opgelost.

Acht maanden later was ook voor deze poppenkast het mes geslepen: na een zorgvuldige voorbereiding (het veroveren van de meerderheid in de voornaamste stakerscomités of «sovjets» zoals de Russen ze noemden; het neerslaan van een rechtse militaire opstand in augustus; het geduldig uitleggen van het bolsjevistische programma aan de massa’s) gaven Lenin en de bolsjevieken op 25 oktober het startsein voor de machtsovername door de sovjets of stakersraden.

Precies een jaar later, in de eerste week van november ’18, groeide een muiterij in de oorlogshaven Kiel uit tot een algemene staking in heel Duitsland. De Duitse arbeiders waren de inleveringen meer dan beu en om het succes van hun staking te verzekeren gingen de democratisch verkozen stakerscomités over tot het verdringen van de gemeenteraden, de vorming van een eigen politiemacht en het samenstellen van een socialistische tegenregering: de raad van volkscommissarissen.

Tegen de tiende november beschikte de officiële regering over geen enkele politieke macht meer. De dagelijkse gang van zaken werd volledig geregeld door de arbeiders- en soldatenraden. De dagen van het Duitse kapitalisme leken geteld. Keizer Wilhelm zag zich gedwongen om de gastvrijheid van Nederland te aanvaarden.

Vanaf november ’18 brak, kortom, voor Duitsland een periode aan waarover de Duitse – en niet alleen de Duitse – scholieren maar weinig leren in hun geschiedenislessen. Tussen het einde van 1918 en 1924 bevond Duitsland zich in de greep van revolutie en contrarevolutie. Elke poging van de generaals om met de hulp van ingehuurde privé-milities (de zogenaamde Vrijkorpsen, de onmiddellijke voorlopers van Hitlers Stormtroepen) de arbeidersbeweging een nekslag te geven, liep te pletter op stakingsbewegingen en op de massale mobilisatie van de arbeidersbeweging.

In december ‘18 verzamelde generaal Groener honderdduizend oorlogsveteranen om de arbeidersraden van de straat te vegen, maar toen zijn troepen in Berlijn aankwamen bleef van zijn machtige kolonne nog een kontingent van … driehonderd uitgehongerde sukkels over. De rest had zich aangesloten bij de arbeiders of was naar huis teruggekeerd.

In januari ’19 brak een opstand uit onder de Berlijnse arbeiders. Het verzet werd door de besluiteloosheid van de communistische leiders echter gemakkelijk neergeslagen. Het was de sociaaldemocratische (!) minister Gustav Noske die aan de Vrijkorpsen het bevel gaf om de opstand genadeloos te onderdrukken. Het gebrek aan een vastbesloten en voorbereide leiding maakte dat pogingen van de Duitse arbeiders om het kapitalisme omver te werpen de volgende jaren telkens op bloedige nederlagen uitliepen.

Anderzijds slaagde de Duitse burgerij er pas vanaf ’24 (toen een nieuwe periode van economische bloei intrad) in haar heerschappij volledig te herstellen. De Duitse revolutie werd pas volledig genekt in het begin van de jaren ’30, toen het grootkapitaal Hitler aan de macht bracht. De nazi’s mobiliseerden massaal de geruïneerde middenklasse om de georganiseerde arbeidersbeweging de genadeslag te geven.

Waarom mislukte de Duitse revolutie?

Aan de strijdwil van de Duitse arbeiders lag het niet. Aan hun politieke ontwikkeling ook niet.

De Duitse arbeiders waren zonder twijfel de best georganiseerde ter wereld, nog beter dan de Russische. Ook de voorwaarden voor het overnemen van de macht waren in Duitsland veel rijper. In Rusland bestond het overgrote deel van de bevolking , 90 procent, uit boeren die meestal ongeletterd waren en dus onbereikbaar voor de politieke propaganda uit de steden.

Maar de Duitse arbeiders misten iets dat hun Russische lotgenoten wel hadden: een groep energieke, theoretisch voorbereide en door de dagelijkse strijd voor de lotsverbetering van de arbeiders gestaalde mensen, die in staat waren om op elke politieke gebeurtenis op een aangepaste manier – d.w.z. met het juiste programma – te reageren: de bolsjevistische partij.

De burgerij geeft zich nooit zonder slag of stoot gewonnen. De heersende klassen in de maatschappij hebben zich altijd wanhopig vastgeklampt aan hun macht en hun privileges op de ogenblikken dat deze in gevaar kwamen. Ook de Duitse burgerij heeft zich geweerd als een dolgeworden duivel in een wijwatervat. Het was juist de taak van de leiding van de arbeidersbeweging om de acties zo te organiseren dat het verzet van de burgerij gebroken werd. Verschillende keren tussen ’18 en ’24 hebben de Duitse arbeiders hun bazen op de knieën gedwongen, maar telkens ontbrak het aan een organisatie die de overwinning kon vervolledigen en de arbeiders naar de definitieve machtsovername wou leiden.

De rol van de sociaaldemocratische leiding

Een weinig fraaie rol in heel deze geschiedenis spelen de traditionele leiders van de arbeiders, de sociaaldemocratische partij- en vakbondsbonzen. In 1912 telde de SPD meer dan een miljoen leden, had de partij 15.000 voltijdse werkkrachten, voor meer dan 21 miljoen goudmarken aan eigendom, 90 dagbladen en 62 drukkerijen. Ze kon rekenen op 4,3 miljoen kiezers en de vakbonden verbonden met de SPD telden 2,5 miljoen leden. De Duitse SPD was ontzettend veel sterker dan de bolsjevieken. Maar heel dit apparaat vermocht niets vanwege het reformisme van de leiding.

Eerst weigerden de sociaaldemocratische leiders van de SPD en de inmiddels opgerichte, linksere Onafhankelijke Sociaal-Democratische Partij (USPD) de radenregering uit te roepen tot een nieuwe regering voor heel Duitsland, hoewel zij door de raden verkozen waren in de raad van volkscommissarissen, de socialistische ministerraad. Vervolgens traden ze toe tot de regering die door de burgerij begin ’19 was opgericht te Weimar (veilig ver weg van het «rode Berlijn »). Sommige sociaaldemocratische mi isters aarzelden niet de Vrijkorpsen in te zetten tegen de arbeiders. Tijdens de opstand in Berlijn werden Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht op bevel van de regering beestachtig vermoord door ingehuurde knokploegen. Dit was het dankwoord van de sociaaldemocratische leiders voor de jarenlange trouwe inzet van Luxemburg en Liebknecht in de sociaaldemocratische partij en de vakbonden! De sociaaldemocratie zette dit verraderlijke beleid de volgende jaren met grote vasthoudendheid verder. Een eerste koude douche voor de arbeiders…

De blunders van de communistische leiders

De leiders van de in december ’18 opgerichte Communistische Partij waren te onervaren om hun opdracht tot een goed einde te brengen. Ze hadden zich, zonder zich eerst van een massabasis onder de arbeiders te verzekeren, veel te haastig van de sociaaldemocratie afgescheurd. In plaats van geduldig te werken aan een meerderheid in de raden en dan pas op te roepen tot het overnemen van de macht, grepen ze bij elke gelegenheid naar de wapens en provoceerden onnodig de sociaaldemocratische arbeiders door systematisch te weigeren met hen samen te werken.

Toen in april ’20 een nieuwe militaire staatsgreep (de Kapp-putsch) tegen de zwakke en door sociaaldemocraten geleide Weimar-regering dreigde, weigerde de communistische leiding aanvankelijk de sociaaldemocratische arbeiders te ondersteunen in hun strijd tegen de coup. Pas toen de communistische arbeiders uit eigen beweging – dus tegen hun leiders in – tot de actie overgingen, herzagen de leiders hun positie.

Bij een gelijkaardige coup in augustus ’17 in Rusland twijfelden Lenin en Trotski geen sekonde om hun achterban in het verweer te roepen, ook al ondersteunden zij daarmee tijdelijk de Voorlopige Regering, wiens val zij aan het plannen waren. Het gaf de bolsjevieken de gelegenheid aan de arbeiders van Moskou en St. Petersburg te bewijzen dat de bolsjevistische partij de beste strijders voor democratie en tegen de militaire dictatuur bevatte. Zo legden de bolsjevieken de basis voor hun machtsovername.

De Duitse communistische leiding deed niets anders dan verwarring creëren onder de arbeiders en legde daarmee de basis voor de tweedracht tussen sociaaldemocratische en communistische arbeiders.

Dit liet Hitler in ’33 toe zonder noemenswaardige tegenstand de macht te grijpen in het land dat de sterkste georganiseerde arbeidersbeweging ter wereld had! Terwijl de – stalinistische – CP en de sociaaldemocratie elkaars bijeenkomsten uit elkaar knuppelden, verpletterden de nazi’s elke oppositie.