2. De terugkeer van Lenin en de aprilstellingen

lenin-arrives

De basis van de Bolsjewistische partij had zich instinctief in de gebeurtenissen van eind februari geworpen en zelfs hier en daar een vooraanstaande rol gespeeld: in de straatgevechten tegen de (weinige) nog regeringsgetrouwe troepen; in het overreden van de kozakken om de zijde van het volk te kiezen; in het mee helpen organiseren van de stakingsacties enz.

Voor de leiders van de partij, die zich ofwel in de gevangenis, ofwel in Siberië, ofwel in buitenlandse ballingschap bevonden toen de massa’s van Petrograd het laatste oordeel uitspraken over de dynastie van de Romanows, kwam de februarirevolutie als een donderslag bij heldere hemel.

Het was de energieke vechtlust van de jongeren en het door jarenlange ervaring geschoolde en gestaalde oudere middenkader van Lenins partij die het bolsjewisme onmiddellijk in de voorste gelederen van de stormloop tegen het vermolmde tsarisme had geworpen, niet het theoretische inzicht van de nationale leiding. Lenin zelf had in januari 1917, in een voordracht over de revolutie van 1905, nog de twijfel uitgesproken ‘de beslissende slagen van de naderende revolutie’ nog te beleven.

Toen de februarirevolutie dan toch een voldongen feit geworden was en de intussen uit de Siberische taiga teruggehaalde bolsjewistische leiders zoals Stalin en Kamenew voor de taak geplaatst werden om in het partijorgaan Pravda een juiste politieke houding te formuleren tegenover de gebeurtenissen in maart en april, was verwarring troef.

De februarirevolutie was naar haar politiek programma nog een burgerlijke revolutie, een revolutie gericht tegen het verrotte semi-feodale staatsapparaat van het absolutisme. Stalin en Kamenew beschouwden het als hun voornaamste taak ‘kritisch loyale steun’ te verlenen aan de Voorlopige Regering.

Deze werd aanvankelijk gevormd uit de oude, schijnheilige liberale pseudo-oppositie in de Doema, het vroegere tsaristische parlement dat zich middels de revolutie tot soeverein over heel Rusland verklaard had. Lenin, die zich op dat ogenblik nog in Zwitserse ballingschap bevond, begreep onmiddellijk dat de Voorlopige Regering geen enkel soelaas kon brengen voor de nijpende problemen van het Russische volk : het vraagstuk van het grootgrondbezit; de oorlog; de situatie in de bedrijven; de nationaliteitenkwestie.

In zijn Brieven van verre trachtte hij de in Rusland werkende bolsjewieken aan te sporen tot een actieve oppositie tegen de regering. De brieven werden gewoon door Stalin, Kamenew en Molotow achtergehouden.

Maar Lenin moet een uitspraak van de oude Marx indachtig geweest zijn: in politiek is alles geoorloofd, ook een pakt met de duivel, zolang men de duivel maar manipuleert en niet omgekeerd. Van Martow, de leider van de mensjewieken, kreeg hij het idee om in te spelen op de hoop van het Duitse opperbevel dat een spoedige nederlaag van Rusland de druk op het Duitse leger in het Oosten zou verminderen waardoor een beslissend offensief aan het westelijk front Duitsland de totale overwinning zou bezorgen. De Duitse inlichtingendiensten wisten maar al te goed van deze lugubere bolsjewieken ‘die bereid waren hun vaderland op te offeren voor hun sinistere politieke doeleinden.’

In feite was de militaire situatie aan het westelijk front voor het Duitse opperbevel zo hopeloos aan het worden dat het elk waterkansje zou aangegrepen hebben om troepen uit het Oosten vrij te maken voor een laatste offensief in Frankrijk. Vanuit deze optiek verkreeg Lenin, nadat zowel de Franse als de Britse regering de vrije doortocht geweigerd hadden, van de Duitse autoriteiten de toelating om eind maart met een handvol partijgenoten in een verzegelde trein door Duitsland te reizen en zo naar Rusland terug te keren.

Kenmerken van ‘de dubbele macht’

Intussen bestond in Rusland een eigenaardige situatie van dubbele macht. Enerzijds oefenden de revolutionaire arbeiders en soldaten via hun basisdemocratische organen, de Sovjets, een grote politieke macht uit. En niet alleen in het openbare leven: krachtens het Bevel nr.1 moesten alle orders van de Russische officieren onderschreven worden door de raden van soldatenafgevaardigden. Maar anderzijds heerste de liberale regering evengoed.
Twee regeringen in één land, ogenschijnlijk een monsterlijke, anarchistische constructie. Maar in feite is het de normale gang van zaken in alle moderne politieke revoluties van de Engelse burgeroorlog in de jaren 1642-1649, over de Franse Revolutie van 1789-1793, de revolutiegolf van 1848, de Parijse Commune van 1871, de Russische Revolutie van 1905.

Na de Oktoberrevolutie van 1917 komt het verschijnsel van dubbele macht onder één of andere vorm bijna steeds terug als het onmiddellijke voorbereidende stadium van de overwinning van de proletarische revolutie of… haar totale nederlaag: de Duitse Novemberrevolutie van 1918, de Spaanse revolutie in de jaren dertig, Mei ’68, … een zeer beperkte greep uit een rijke voorraad aan voorbeelden!

In periodes van revolutionaire opwinding organiseren de massa’s, soms zelfs zo geleidelijk of spontaan dat ze zich niet bewust zijn van de consequenties van hun macht, een tegenmacht tegen de bestaande orde. In de moderne arbeidersbeweging is dit zowat de regel geworden in elke algemene staking die de maatschappij voor enige tijd verlamt.

De stakerscomités, ontstaan uit de onmiddellijke behoeften van de sociale strijd, zien zich gedwongen actief tussen te komen in het organiseren van de maatschappij: ‘kleine’ ingrepen soms, die op het eerste zicht niets te maken hebben met een politieke machtsgreep zoals het organiseren van voedselbedeling, het verkeer, de ordehandhaving, de elektriciteitsvoorziening, de telecommunicatie, … leggen een groot deel van de maatschappelijke macht, die door de staking onttrokken is aan de oude autoriteiten, bij de actieorganen van de actievoerende arbeiders.

Soms worden hele industrietakken, zonder dat de strijd afgeblazen wordt, onder toezicht van de stakerscomités opnieuw opgestart. In het vorige hoofdstuk zagen we reeds hoe de algemene staking van oktober 1905 in Rusland voor een dergelijke dubbelmacht zorgde.
Maar de revolutie van 1905 leert ons ook dat een situatie van dubbele macht geen blijvende toestand kan zijn: de twee staatsorganen staan in een vijandige verhouding tot elkaar.

Vroeg of laat overwint de één of de ander. Hoe groot ook de verbroederingszwendel tussen de Voorlopige Regering die in februari ’17 aan de macht kwam en de Sovjets, hoezeer de arbeiders aanvankelijk ook een blind vertrouwen koesterden in de regering, de uiteindelijke confrontatie was onvermijdelijk. Stalin en Kamenew hadden daar geen fluit van begrepen toen ze in de kolommen van de Pravda pleitten voor een ‘taakverdeling tussen de Sovjets en de Voorlopige Regering’. Lenin had in Zwitserland al begrepen waar het naartoe ging. Alleen al door hun opbouw en werkwijze stonden de Sovjets in een (zij het dan voorlopig nog onbewust) vijandige verhouding tot de Voorlopige Regering. De Sovjets waren een voorbeeld van arbeidersdemocratie:

  • Elke verantwoordelijke functie, van de hoogste tot de laagste moest middels algemeen stemrecht verkozen worden en elke verkozene kon, als hij niet meer aan de vereisten van zijn taak voldeed, op elk ogenblik afgezet worden. Permanente afzetbaarheid als fundamenteel kenmerk van arbeidersdemocratie.
  • Iedereen kon zich verkiesbaar stellen voor om het even welke functie. Zo kregen ook de arbeiders toegang tot wat hen, ook nu nog, steeds ontzegd werd: politieke verantwoordelijkheid.
  • Geen enkele verkozene had een hoger inkomen dan het gemiddelde loon van een geschoolde arbeider.
  • De ordehandhaving door de Sovjet werd niet uitgeoefend door een staand leger, met een verstard korps van autoritaire officieren, maar door het gewapende volk met aan het hoofd verkozen en steeds afzetbare officieren, die zelf bij voorkeur voortkwamen uit de arbeidersklasse of de boeren.

Het samengaan van deze vier voorwaarden voor arbeidersdemocratie vormt de beste waarborg tegen alle kwalen van de moderne burgerlijke staat – en tegen de uitwassen die zo kenmerkend geworden zijn voor de oude Oostblokdictaturen: postjesjagerij; corruptie; militaire intriges; bureaucratische verstarring, … kortom alle mogelijke vormen van ongestraft machtsmisbruik.

De aankomst van Lenin in Petrograd en de aprilstellingen

Toen Lenin op 3 april van de trein stapte in het Finland-station van Petrograd werd hij opgewacht door een opgewonden menigte van duizenden arbeiders en een minder opgewonden afvaardiging van mensjewistische en sociaalrevolutionaire leiders onder leiding van Nikolai Tchemjonovitch Tcheidze. Van de eersten liet hij zich een warm welkom welgevallen. De laatste keerde hij zonder veel omhaal de rug toe, omdat ze gecapituleerd hadden voor de liberale regering en de oorlogsinspanningen verder steunden.

Het lauwe enthousiasme van de sociaalrevolutionaire en mensjewistische afgevaardigden sloeg al snel om in doffe verontwaardiging toen Lenin, door de menigte op een pantserwagen gehesen, onmiddellijk zijn politieke bedoelingen aan de massa kenbaar maakte: Rusland heeft geen behoefte aan de parlementaire schijndemocratie als er al arbeidersdemocratie bestaat … ‘Alle macht aan de Sovjets!’

Niet alleen de sociaalrevolutionaire en mensjewistische leiders dachten dat Lenin in Zwitserland een schroef kwijtgeraakt was. Ook Stalin, Kamenew, Zinoviev, … kortom: veruit de meeste leiders van de Bolsjewistische partij dachten iets in die richting.

Voor de hardnekkige tegenstand van zijn nauwste medewerkers geplaatst, zette Lenin een proces van discussie en overreding in gang waar alle moderne redenaars een scherpe punt kunnen aan zuigen. Hij richtte zich rechtstreeks tot de basis op de partijconferentie van 4 april. Daar droeg hij zijn zogenoemde aprilstellingen voor, waarvan hij de ruwe schets reeds tijdens zijn reis naar Rusland op papier had gezet:

1.     Omdat de regering Miljoekow een kapitalistische regering is, zet zij de oorlog, die slechts in het belang is van de kapitalisten, voort. De bolsjewieken mogen niet toegeven aan de leugenachtige slogan van ‘revolutionaire vaderlandsverdediging’.
2.     Door het nog onvoldoende politieke bewustzijn van de arbeiders heeft de burgerij zich voorlopig meester kunnen maken van de staatsmacht in Rusland. Maar dit is slechts het eerste stadium van de revolutie. Spoedig zal een krachtmeting volgen, waarbij de macht in de handen moet komen van de arbeiders en de armste boeren.
3.     Geen steun dus aan de Voorlopige Regering.
4.     Aan de massa moet uitgelegd worden dat de Sovjets de enige levensvatbare revolutionaire regering zijn. Het is de taak van de bolsjewieken om zo voorzichtig en zo geduldig als nodig deze idee te verklaren aan de volksmassa’s.
5.     Geen parlementaire republiek, maar een arbeidersdemocratie onder de leiding van de Sovjets. Afschaffing van de politie, het beroepsleger en de bevoorrechte bureaucratie. Geen enkele ambtenaar mag meer verdienen dan het loon van een geschoolde arbeider.
6.     Het in beslag nemen van elk grootgrondbezit om het te verdelen onder de arme boeren. De organisatie van deze boeren in Sovjets. De tot grootbedrijven gemoderniseerde landgoederen moeten door de arbeiders zelf gecontroleerd worden. Op richting van modelbedrijven (dus geen geforceerde en brutale collectivisatie, maar een vrijwillige) in gemeenschappelijk bezit van de arbeiders.
7.     Alle banken moeten genationaliseerd worden en samengesmolten tot één grote nationale bank, onder de controle van de arbeidersdemocratie.
8.     Nog geen overhaaste invoering van het socialisme (afschaffing van de markt, de wareneconomie en het privé-bezit van de productiemiddelen) maar de productie en de verdeling van de producten en diensten onder controle van de arbeiders plaatsen.

Men ziet dat Lenins aprilstellingen niets gemeen hebben met de brutale maatregelen van zogenaamde collectivisering die Stalin vanaf het einde van de jaren ’20 ten uitvoer zou leggen, maar daarentegen rekening hielden met een zekere overgangsperiode waarin zelfs het meest conservatieve deel van de arbeiders en de boeren zich konden vergewissen van de voordelen aan het socialisme.

Maar voor de bolsjewistische leiders, die opgevoed waren in de oude tactiek van de democratische heerschappij van arbeiders en boeren, was Lenins ontwerp van de arbeidersheerschappij nog steeds te radicaal. Op 8 april verwierpen 13 van de 15 leden van het Petrogradse bestuur van de partij de aprilstellingen.

Terwijl de basismilitanten geduldig aan hun collega’s in de bedrijven, de buren op het platteland en in de stadswijken, de medesoldaten aan het front, enz. Lenins inzichten uitlegden, slaagde Lenin erin om door even geduldig en diplomatisch uitleggen in de volgende maanden de leiding van de partij opnieuw achter zich te scharen. Tussen februari en juli zou het partijlidmaatschap van de Bolsjewistische partij vertienvoudigen van 24.000 tot 240.000.

“In het verwarrend patroon van gebeurtenissen dat tot de bolsjewistische revolutie zou leiden, is een bepaalde regelmaat te vinden,” schrijft de burgerlijke historicus Robert Goldston. “Terwijl complotten over en weer het oppervlak van de gebeurtenissen in Petrograd rimpelden, bepaalden de diepere stromingen van de gevoelens van de massa de essentiële bewegingen. Het was Lenins vermogen deze diepere stromingen te peilen, dat hem uiteindelijk de overwinning bracht.”

Achter dit rookgordijn van impressionistisch-vage bewoordingen die we mogen verwachten van de burgerij-intellectuele veelschrijvers, schuilt toch een kern van waarheid. Alhoewel de Bolsjewistische partij in de eerste periode na de februarirevolutie slechts een minderheid van de politiek georganiseerde arbeiders telde, bezat deze minderheid toch een zekere autoriteit bij de meest politiek bewuste arbeiders.

Men kende de bolsjewieken als de meest toegewijde verdedigers van de zaak van de arbeiders. De bolsjewistische leiding genoot dan weer het vertrouwen van haar basis, omdat deze laatste wist dat zelfs tegensprekelijke discussies op een eerlijke en democratische manier gevoerd werden en dat de leiding nog nooit verraad gepleegd had tegenover de basis.

Maar zonder de heldere inzichten van Lenin en zijn onovertroffen gave te kunnen luisteren naar de massa, had de partij volhard in haar verwarde houding. Het was de persoonlijkheid van Lenin, gevormd door de beste tradities van de socialistische arbeidersbeweging, die het sluitstuk vormde in de ontwikkeling van de Russische Revolutie.