100 jaar na de Russische Revolutie: strijd voor andere samenleving is meer dan ooit actueel

feb

In 2017 is het 100 jaar geleden dat de Russische Revolutie begon. Onder leiding van de bolsjewieken kwam er een regering van werkenden en kleine boeren aan de macht die een einde maakte aan de kapitalistische heerschappij in Rusland. Tot vandaag blijft het de meest bewuste poging om een socialistisch alternatief in de praktijk uit te bouwen.

dossier door Mathias (Antwerpen) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’ (abonneer je om in 2017 alle afleveringen uit onze reeks over 1917 te lezen)

Deze honderdste verjaardag vindt plaats tegen de achtergrond van een maatschappelijk systeem dat wereldwijd met een levensbedreigende crisis wordt geconfronteerd. Op politiek, sociaal en economisch vlak davert het kapitalisme op haar grondvesten. Bovendien slaagt het er niet in om in te grijpen tegen de sluipende ecologische crisis. Na honderd jaar moeten we vaststellen dat het kapitalisme nog altijd geen antwoord weet te bieden op de problemen die het zelf creëert. Het systeem geeft steeds meer een uitgeleefde indruk.

Als de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten één ding aantoonden, dan is het de groeiende afkeer van het establishment en de zoektocht naar een alternatief onder bredere lagen van de bevolking. Bernie Sanders presteerde in de Democratische voorverkiezingen wat lang als onmogelijk werd beschouwd. Hij wist op basis van een links programma, dat openlijk verwees naar socialisme, een breed gedragen campagne op te bouwen die zelfs kans maakte om bij de voorverkiezingen binnen de Democratische partij te winnen. Niettemin dient de overwinning van Trump als een duidelijke waarschuwing. Ook rechts kan de groeiende ruimte voor anti-establishmentpartijen invullen.

Het voorbeeld van de Russische Revolutie kan onder deze omstandigheden een grote inspiratie vormen. Alles zal uit de kast gehaald worden om de Russische Revolutie in een negatief daglicht te stellen. Net zoals men de revoluties in het Midden-Oosten en Noord-Afrika vandaag verantwoordelijk stelt voor de contrarevolutionaire chaos in Libië en Syrië, zal men de Russische Revolutie willen gelijkschakelen aan het geweld van de burgeroorlog en de misdaden van het stalinisme. Op die manier dreigt echter één van de meest rijke ervaringen uit de geschiedenis van de arbeidersbeweging verloren te gaan. Het komende jaar zullen de linkse socialisten in een reeks van artikels, boeken en brochures de analyse maken van deze belangrijke en historische ervaring.

Kapitalisme botst nationaal en internationaal op zijn grenzen

In de decennia voor de Russische Revolutie had het kapitalisme een grondige verandering ondergaan. In alle ontwikkelde industrielanden waren in de belangrijkste sectoren enorme bedrijven ontstaan, de voorlopers van de huidige multinationals. Gesteund door een steeds groter wordende financiële sector en hun eigen nationale regeringen voerden deze bedrijven op wereldschaal een hevige concurrentiestrijd. De controle over afzetmarkten en grondstoffen was daarbij van levensbelang.

Ook vandaag wordt die concurrentiestrijd gevoerd en dat gaat nog altijd gepaard met toenemende spanningen tussen verschillende landen. Waar vandaag de VS door middel van handelsblokken de opkomst van China probeert in te dijken, gebeurde dat 100 jaar geleden op een veel brutalere manier door de wereld op te delen in kolonies. Aan het begin van de 20ste eeuw voldeed die verdeling niet meer aan de krachtsverhoudingen tussen de verschillende grootmachten. Dat leidde tot een explosieve situatie. Rond de eeuwwisseling werd het steeds duidelijker dat op kapitalistische basis een wereldoorlog onvermijdelijk werd.

De minder ontwikkelde landen ondervonden een stevige invloed van al deze veranderingen. Vanuit de industrielanden vloeiden er onder de vorm van buitenlandse investeringen gigantische hoeveelheden kapitaal naar plekken waar er minder regelgeving, een lagere belastingdruk en goedkopere lonen waren. Ondanks dat Rusland een grootmacht was, behoorde ze ook tot de grote groep van economisch onderontwikkelde landen.

In een aantal Russische steden schoten er enorme fabrieken als paddenstoelen uit de grond. De arbeiders leefden en werkten er in schrijnende omstandigheden. Die steden bleven echter industriële eilanden in wat nog altijd een landbouwsamenleving was. Meer dan 80% van de bevolking leefde op het platteland als kleine boer. Maar de armoede was er daar voor de meesten niet minder om. Een groot deel van hen werkte in dienst van de grootgrondbezitters die maar liefst 25% van de landbouwgrond in handen hadden. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog bestond er in Rusland een enorme ongelijkheid. De situatie was explosief.

Om het land verder te ontwikkelen, was er duidelijk een grondige modernisering nodig. Maar de Russische staat was zelf een anachronisme. Elke poging, als die al ondernomen werd, van het tsarisme om het land te moderniseren, stuitte op hevig verzet van de adellijke grootgrondbezitters, de klasse waarop ze steunde. Het ongenoegen van de werkenden en de kleine boeren beantwoordde ze enkel met bloedige repressie. In 1905 kwam dat al tot een eerste revolutionaire explosie nadat Rusland een nederlaag leed in de oorlog tegen Japan. De revolutie werd bloedig gestopt, maar de dagen van het tsarisme waren duidelijk geteld.

Wat in Rusland moest gebeuren, was in essentie wat in de ontwikkelde landen al in meer of mindere mate in de 19de eeuw onder leiding van de kapitalistische klasse was gebeurd. Een burgerlijke revolutie die de staatsmacht uit handen van de grootgrondbezitters haalt en een liberale democratie invoert zodat er een beleid kan worden gevoerd dat het land tot ontwikkeling brengt.

De kapitalistische klasse in Rusland was niet opgewassen tegen deze taak. Hun bedrijven konden de concurrentie met de buitenlandse monopolies niet aan, waardoor ze enorm zwak stonden binnen de samenleving. Paradoxaal genoeg was de werkende klasse door de aanwezigheid van deze grote buitenlandse bedrijven veel sterker. Ze vormde al snel haar eigen partijen en vakbonden. In 1905 speelde ze een centrale rol, en dit in tegenstelling tot de kapitalisten die uit angst voor een revolutie van het ‘volk’ de tsaar steunden. Het was duidelijk dat ze in die leidersrol niet louter het programma van de kapitalisten zou uitvoeren, maar ook haar eigen eisen in daden zou omzetten. Hoewel slechts weinigen het beseften, stevende Rusland op een breuk met het kapitalisme af nog voor het tot volle ontwikkeling was gekomen.

De Revolutie van Februari

In het begin van 1914 was er al een stakingsbeweging op gang gekomen. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog doorkruiste deze groeiende golf van protest door een opstoot van een nationaal gevoel van eenheid tegen een gemeenschappelijke vijand. Dit uitstel bleek echter tijdelijk te zijn. De niet aflatende stroom van doden en gewonden van het front, de aanvallen op arbeids-en loonvoorwaarden en de honger als gevolg van de ineenstuikende oorlogseconomie ondermijnden al snel de laatste steun voor het tsarisme.

Op 8 maart (27 februari op de kalender die toen in Rusland in gebruik was) komen naar aanleiding van de internationale vrouwendag de textielarbeidsters in Petrograd, de toenmalige hoofdstad, massaal op straat tegen de voedseltekorten en prijsstijgingen. Tegelijkertijd start een staking in de grootste fabriek van de stad. Twee dagen later liggen alle grote bedrijven stil door de staking. Massale betogingen trekken door de straten. Het leger wordt het bevel gegeven om de protestbeweging bloedig in de kiem te smoren. De soldaten weigeren te schieten. De revolutionairen hebben de hoofdstad in handen en de tsaar treedt enkele dagen later af.

De tot nu toe onderdrukte werkenden voelden hun kracht. Ze waren erin geslaagd om de gehate regering en tsaar omver te werpen. Tijdens de revolutie werden er in de fabrieken, wijken en legereenheden sovjets (raden) opgericht. Via deze organen werd de revolutie bediscussieerd, georganiseerd en uitgevoerd. Onmiddellijk na de Februarirevolutie lag de macht bij de sovjets. De Mensjevieken, een links-reformistische partij die uit de sociaaldemocratie voortkwam, en de Sociaal-Revolutionairen, een partij die zich vooral op de kleine boeren baseerde, hadden de meerderheid in deze raden. Deze coalitie in de sovjets steunt de vorming van een onstabiele voorlopige regering door de liberale partij (Kadetten). De periode van de dubbelmacht breekt aan.

De werkenden in de steden willen vrede en een eind aan de tekorten van alle goederen. De kleine boeren willen op hun beurt vrede en een herverdeling van het land. Het wordt steeds duidelijker dat om aan die eisen te voldoen, de voorlopige regering moet breken met het kapitalisme.

Het is niet de eerste en de laatste keer dat een regering met die keuze wordt geconfronteerd. In 2015 kwam Syriza aan de macht in Griekenland op basis van een programma dat inging tegen het besparingsbeleid van de EU, het IMF en de ECB. Om dat programma te realiseren, zou men echter uit de eurozone moeten stappen. Om een economische en sociale ramp te voorkomen, had men een aantal socialistische maatregelen moeten nemen: het nationaliseren van de sleutelsectoren van de economie onder democratisch beheer en controle van de werkenden, een controle over kapitaalstromen en de buitenlandse handel, …

De partijleiding van Syriza zag dit niet in en probeerde met de trojka te onderhandelen. Al snel moest ze ondervinden dat wie binnen de grenzen van het kapitalisme blijft, ook de logica ervan moet volgen. Ze werd gedwongen één van de hardste besparingsplannen tot nu toe door te voeren. De Russische voorlopige regering weigerde na februari 1917 eveneens om die breuk te maken. Het betekende dat de oorlog verder gezet werd, het land niet herverdeeld werd en de tekorten als gevolg van de oorlogseconomie voort bleven duren. De voorlopige regering was bij voorbaat ten dode opgeschreven. De vraag bleef enkel wat er in de plaats zou komen: een regering van de werkenden of een staatsgreep door reactionaire krachten.

Van Februari naar Oktober

De Bolsjewieken vormden de revolutionaire stroming binnen de Russische sociaaldemocratie. Vanaf 1912 vormden ze officieel een eigen partij, maar eigenlijk waren ze al sinds 1903 een onafhankelijke organisatie met een eigen structuur en politieke ideeën. De aanwezigheid van zo’n revolutionaire partij met een lange traditie zou bepalend zijn voor het verdere verloop van de Russische Revolutie.

De Bolsjewieken vormden na de Februarirevolutie een kleine minderheid in de sovjets. Ze haalden niet meer dan 3% van de stemmen. Onder de leiding heerste aanvankelijk verwarring en een deel wilde samen met de Mensjewieken de voorlopige regering steunen. De aankomst van Lenin in april betekende een ommezwaai. Onmiddellijk sprak Lenin zich uit tegen de voorlopige regering, en voor de machtsovername door de sovjets, dus de werkende klasse. Lenin overtuigde de leiding van zijn partij en de Bolsjewieken begonnen vanaf dat moment een brede campagne onder de werkenden, soldaten en kleine boeren om dat idee te populariseren. Hun doel was om de meerderheid van de bevolking te winnen.

In mei treden de Mensjewieken toe tot de voorlopige regering, het begin van één van de vele herschikkingen van de voorlopige regering. Ondanks dat er nu socialisten meeregeerden, was er voor de bevolking niets veranderd. Aan het front werden nieuwe offensieven gevoerd die enkel tot zinloze slachtingen leidden. De tekorten in de steden namen nog meer toe en op het platteland kwam een ware revolte tot stand waarbij boeren zelf het land van de grootgrondbezitters begonnen te herverdelen.

De slogans van de Bolsjewieken voor brood, land en vrede, om komaf te maken met de 10 kapitalistische ministers en de macht bij de sovjets te leggen, vinden steeds meer ingang. In de hoofdstad hebben ze vanaf juni duidelijk de meerderheid van de werkenden achter zich. In de rest van Rusland ligt de situatie nog anders. De Mensjewieken en Sociaal-Revolutionairen kunnen daar voorlopig nog steeds op een meerderheid rekenen.

De leiding van de Bolsjewieken is er daarom van overtuigd dat het moment nog niet rijp is voor een nieuwe revolutie. Maar onder de basis van de partij en de bevolking van Petrograd groeit het ongenoegen verder tot explosieve proporties die niet meer in te dammen vallen. In juli wordt er van onderuit een oproep tot een algemene staking en een massabetoging gelanceerd.

Het protest in de hoofdstad is massaal en de straten lopen vol met betogers. Overal overheersen de slogans en de steun voor de Bolsjewieken. Hoewel de leiding deze Juliopstand, zoals ze zou gaan heten, voorbarig vindt, steunt ze deze toch om ze in goede banen te leiden. Voor de voorlopige regering is het een schok. Nieuwe legereenheden worden aangevoerd en het protest wordt bloedig onderdrukt. Lenin moet onderduiken en verschillende Bolsjewistische leiders worden gevangen gezet. Trotski, die sinds april samenwerkt met de Bolsjewieken, wordt op dit moment lid.

De repressie die de voorlopige regering ontketent, versterkt de contrarevolutie. De legerleiding wil een einde maken aan de ‘chaos’, de sovjets ontbinden en de Bolsjewieken, die ze verantwoordelijk achten, vervolgen. In augustus onderneemt Kornilov, het hoofd van het Russische leger, een staatsgreep. De voorlopige regering ziet zich genoodzaakt om de steun van de Bolsjewieken in te roepen om de coup te verhinderen.

Nog voor ze echt tot ontwikkeling kan komen, faalt de staatsgreep. Een staking van het personeel van het spoortransport en de telegraafdiensten, de belangrijkste transport- en communicatiemiddelen van die tijd, onder leiding van de Bolsjewieken is cruciaal. De voorlopige regering raakt in het proces volledig gediscrediteerd wanneer duidelijk wordt dat de eerste minister, Kerenski, een hand had in de staatsgreep. Het moment voor een nieuwe revolutie lijkt aangebroken.

Onder leiding van Trotski beginnen de Bolsjewieken de machtsovername door de sovjets voor te bereiden. In de nacht van 6 op 7 november (24 en 25 oktober volgens de toen in Rusland gebruikte kalender) begint de opstand. De voorlopige regering stort als een kaartenhuis ineen. Op 25 oktober wordt officieel de macht aan de sovjet van Petrograd toegekend. Een coalitie van Bolsjewieken en linkse Sociaal-Revolutionairen komt aan de macht. De Oktoberrevolutie is een feit.

De nieuwe sovjetregering aarzelt niet om de breuk met het kapitalisme in te zetten. Alle landbouwgrond wordt genationaliseerd en herverdeeld onder de kleine boeren. In de steden gaat de controle van de industrie over in handen van de werkenden met als doel de uitbouw van een democratisch geplande economie. Ondanks alle tegenkanting van de geallieerden wordt een wapenstilstand afgekondigd.

De lessen van een revolutie

De Bolsjewieken hadden in 1917 geen enkele illusie in de mogelijkheid om enkel in Rusland het socialisme op te bouwen. Voor hen was de Russische Revolutie het startschot van een wereldrevolutie waarmee overal ter wereld een einde aan het kapitalisme gemaakt zou worden.

Zo’n wereldrevolutie was alles behalve een hersenspinsel in het hoofd van een aantal losgeslagen radicalen. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog en mee onder invloed van de Russische Revolutie trok een revolutionaire golf over Europa. De revolutionaire golf was echter niet in staat de greep van de kapitalisten op de maatschappij te breken. De Russische Revolutie bleef geïsoleerd.

Dit isolement zou grote gevolgen hebben voor het verder verloop van die revolutie. Het onderontwikkelde niveau van het land en de vernielingen veroorzaakt door de oorlog en later de burgeroorlog zorgden voor gigantische tekorten en een groeiend verlangen naar stabiliteit onder de bevolking. Het zou een vruchtbare bodem blijken voor de opkomst van een meedogenloze bureaucratie.

De contrarevolutie die deze bureaucratie onder leiding van Stalin ontketende, maakte een einde aan een groot deel van de verwezenlijkingen van de Russische Revolutie. Hervormingen werden teruggedraaid, wat overbleef van arbeidersdemocratie werd afgeschaft, marxisten werden vervolgd en in plaats van een democratisch geplande economie werd deze op bureaucratische wijze georganiseerd.

Ondanks deze uitkomst blijft de Russische Revolutie een belangrijke ervaring. Ze toonde aan dat een alternatief op het kapitalisme mogelijk is. Bovenal benadrukte ze de noodzaak van een revolutionaire organisatie die leiding kan geven in de strijd voor een socialistisch alternatief. 100 jaar later bestaat de noodzaak van zo’n partij nog altijd. LSP probeert, met de ervaringen en de lessen uit het verleden in gedachten, te bouwen aan zo’n organisatie.