In verdediging van de Russische Revolutie: antwoord op het dossier van ‘L’Obs’

lobsDe 100ste verjaardag van de Russische Revolutie was het onderwerp van een dubbelnummer van het Franse magazine L’Obs. Hierin worden historici en politicologen aan het woord gelaten om een ideologische strijd te voeren tegen de eerste arbeidersstaat uit de geschiedenis. Het dossier ‘1917 – het jaar toen alles wankelde’ (1) stelt het van bij het begin duidelijk: “Door de macht te nemen met de Oktoberrevolutie, slaagden Lenin en de bolsjewieken erin om de democratische hoop die uit de Februarirevolutie voortkwam te verstikken.” Dit standpunt is niet nieuw: februari was de ‘echte’ revolutie, maar die liep op een mislukking uit omwille van de bolsjewistische ‘staatsgreep’ in oktober. Het onderliggende idee is dat een revolutie wel kan om een absoluut en feodaal regime aan de kant te schuiven (in het geval van Rusland het tsarisme), maar niet om het kapitalistische systeem zelf te bestrijden.

Dossier door Julien (Brussel)

We zullen hier enkel ingaan op het eerste artikel uit het dossier: “Oktober 1917? Een mislukking!” Dat is ook het enige artikel dat echt ingaat op de Russische Revolutie. De titel en de inleiding vormen al een grote belediging voor de miljoenen werkenden en arme boeren die in opstand kwamen tegen de privileges van de adel en de kapitalisten: “Gedurende meer dan 70 jaar hebben de inwoners van de Sovjet-Unie de bolsjewistische revolutie als een heldhaftig moment gevierd. Maar in werkelijkheid was het slechts een staatsgreep tegen een afstervende macht die ver verwijderd stond van het volkse vuur van februari.”

We moeten ons al op voorhand excuseren voor de lengte van dit antwoord: we verkiezen het om onderbouwde argumenten naar voor te brengen, evenwel zonder in details te verdrinken. De aangehaalde bronnen zijn doorgaans makkelijk te vinden op het internet.

De machtsovername was een politieke gebeurtenis

Het eerste deel – “Een afgebroken dakgoot, een gebroken raam” – richt zich meteen tegen Leon Trotski. “De beruchte inname van het Winterpaleis […] stelde eigenlijk niet veel voor, het was eerder een ‘kleine schermutseling’ (Léon Poliakov). […] De macht was enkele dagen eerder in feite al gevallen, op het ogenblik dat Leon Trotski een Militair Revolutiecomité vormde dat de controle over het garnizoen van de stad overnam […] De inwoners van de stad Petrograd bleven naar de fabrieken gaan, naar de theaters, de restaurants, ze namen de tram zonder zich veel rekenschap te geven van het feit dat de wereld wankelde, met een staatsgreep vol wendingen die een operette waardig waren. Het zou bijna lachwekkend zijn indien het niet had geleid tot een totalitair systeem waarin nog steeds een vierde van de mensheid leeft (China, Noord-Korea, Vietnam, Laos, Cuba).”

In zijn werk ‘De Russische Revolutie’, naar aanleiding van de 50ste verjaardag van de revolutie, antwoordde Marcel Liebman reeds op die theorie van een bolsjewistische samenzwering bij de overname van het Winterpaleis. Hij schreef: “De machtsovername was een politieke gebeurtenis en niet zozeer een militaire onderneming.” (2)

Het Militair Revolutiecomité werd op 16 oktober 1917 gevormd door de sovjet van Petrograd. Begin oktober vroegen de mensjewieken in de sovjet van Petrograd om een revolutionair verdedigingscomité te vormen om de stad te verdedigen bij een aanval door het Duitse leger maar ook om met de gemeenschap controle uit te oefenen op het garnizoen van Petrograd. De Voorlopige Regering wilde die soldaten naar het westelijk front sturen om hen te laten afslachten. Waar de mensjewieken er slechts een middel in zagen om de stad te verdedigen en uiteindelijk ook het status quo tussen de Voorlopige Regering en de sovjets, wilden de bolsjewieken het comité een revolutionair karakter geven (waarbij het ook een nieuwe naam kreeg: ‘Militair Revolutiecomité’) om er een instrument voor de opstand van te maken.

In zijn getuigenis ‘Tien dagen die de wereld deden wankelen’ beschrijft de Amerikaanse journalist John Reed gedetailleerd de sfeer die er in de straten van Petrograd heerste in de dagen en weken voor de opstand. (3) De Russische samenleving besefte steeds meer de beperkingen van de burgerlijke Voorlopige Regering die uit de Februarirevolutie was voortgekomen. De soldaten eisten het einde van de slachtpartij die de Eerste Wereldoorlog was, de boeren eisten de onteigening van de grootgrondbezitters en de werkenden hielden hun fabrieken bezet om lock-outs en patronale sabotage te verhinderen. De Voorlopige Regering vroeg enkel geduld en riep op tot terughoudendheid ten aanzien van de patroons. De Voorlopige Regering had geen antwoorden op de fundamentele problemen die zich reeds onder het tsarisme stelden. Van bij de oprichting van de Voorlopige Regering stelden de partijen die er deel van uitmaakten dat Rusland kapitalistisch moest worden en dat bijgevolg de belangen van de burgerlijke minderheid moesten verdedigd worden. Enkel de bolsjewieken betwistten dit. De oproep van Lenin om “niet het minste vertrouwen aan de regering” te geven, was daar een uitdrukking van. (4)

Tot op het einde probeerde de regering-Kerenski (die eerst minister van justitie was en nadien aan het hoofd van de Voorlopige Regering stond van eind juli tot aan de opstand) de revolutionairen te stoppen. Die revolutionairen wilden immers niet enkel het tsaristische absolutisme maar ook de klassensamenleving afschaffen. Eind oktober, kort voor de opstand, deed Kerenski zelfs een oproep aan generaal Kasnov, die enkele weken voorheen de poging tot staatsgreep van generaal Kornilov tegen de Voorlopige Regering nog had gesteund, om een sterke dictator in het zadel te helpen om de revolutionairen neer te slaan. (5)

Het Militair Revolutiecomité was nodig om de machtsovername door de arbeidersklasse concreet te organiseren en de revolutie te redden. Dus ja, er waren militair-technische aspecten aan de machtsovername verbonden en deze werden georganiseerd door een minderheid. Maar de revolutionairen hadden de steun van de meerderheid van de werkenden en boeren. In die zin was inname van het Winterpaleis geen staatsgreep maar een echte arbeidersopstand.

Sterker nog, de enige echte minderheid was de Voorlopige Regering. Om dat aan te tonen, volstaat het om te kijken naar de gebeurtenissen voor de machtsovername. Tegenover het Winterpaleis bevond zich de Peter-en-Paulsvesting. Op 23 oktober verklaarden de soldaten in die vesting nog dat ze de autoriteit van het Militair Revolutiecomité niet aanvaardden en dat ze de Voorlopige Regering steunden. Trotski trok zelf naar de vesting en hield er een algemene vergadering met alle soldaten. Hij overtuigde hen om een resolutie te stemmen waarin ze hun wil bevestigden om de Voorlopige Regering omver te werpen en de revolutie te ondersteunen. Het sterkste wapen van Trotski was geen geweer, maar een revolutionair programma dat de objectieve belangen van de werkenden, boeren en soldaten vertegenwoordigde. (6)

Uiteraard waren nog niet alle garnizoenen gewonnen voor het bolsjewisme. Maar bijna geen enkel garnizoen was nog bereid om de Voorlopige Regering te steunen. De kracht van de bolsjewieken was dus vooral een politieke kwestie. Trotski erkent zelf dat zijn leden “grotendeels slecht voorbereid waren, de verbindingen waren slecht geregeld, de bevoorrading ging niet vlot.” (7) Niet zozeer het aantal geweren, kanonnen of schepen was doorslaggevend, maar wel de arbeiderseenheid achter een programma.

De karikatuur waarbij de Oktoberrevolutie verbonden wordt met de hardvochtige dictaturen die zogezegd ‘communistisch’ waren, is een van de meest oneerlijke. De Oktoberrevolutie leidde tot een reeks van de meest progressieve maatregelen (denk maar aan rechten voor vrouwen, LGBTQ personen, religieuze minderheden, …). Een uitgebreid stelsel van sociale zekerheid liet heel wat vrouwen toe om verder te kunnen kijken dan het eigen huishouden. Een aantal huishoudelijke taken (kinderopvang, kleuteronderwijs, scholen, sociale restaurants, …) werden collectief georganiseerd. (8) Jammer genoeg bleef de arbeidersdemocratie na oktober 1917 internationaal geïsoleerd waardoor het nadien kon verwoest worden door de stalinistische dictatuur. (9)

Terugblik op de sovjets

Het tweede deel van het artikel – “Het meest vrije land ter wereld” – handelt over het begin van de revolutie in februari 1917. “Februari! De andere revolutie van 1917. Heeft niets te maken met Oktober, die bolsjewistische staatsgreep. Het was een volkse revolte die zonder verwittiging op straat trok. […] De linkse partijen – bolsjewieken, mensjewieken en sociaal-revolutionairen (SR) – zagen het niet komen. […] De linkse leiders in de Doema creëerden op 27 februari, tegen de wil van de tsaar in, een ‘voorlopig comité’ in de hoop om de situatie onder controle te krijgen. […] Op een tiental dagen, waarin enkele duizenden doden vielen, kwam er een einde aan het drie eeuwen oude bewind van de Romanovs.”

In de rest van het artikel wordt effectief ingegaan op de gebeurtenissen van februari, maar een toch wel niet onbelangrijk element wordt daarbij over het hoofd gezien: de sovjets. Die raden kwamen voort uit de revolutie van 1905. De sovjets waren de eerste organen van Russische arbeidersmacht. Ze waren het spontane werk van de arbeiders doorheen de gebeurtenissen van 1905. Het waren letterlijk arbeidersparlementen, organen van zelforganisatie die de normale taken van een officiële staat overnamen waarbij ze de overgrote meerderheid van de werkende bevolking in het proces betrokken. (10)

Op 27 februari 1917 namen de werkenden en soldaten van Petrograd de draad terug op waar die in 1905 was blijven liggen. Ze vormden opnieuw deze beruchte raden waarin alle vertegenwoordigers direct verkozen werden vanop hun werkvloer, kazerne of schip (in het geval van de mariniers). Geen enkele vertegenwoordiger genoot een privilege verbonden aan een functie en iedereen was op elk ogenblik afzetbaar. (11) Februari 1917 betekende het einde van het tsaristische regime. Op het rottende lijk van het tsarisme ontstonden twee structuren die elk het beheer van de samenleving in handen namen. Lenin legde het verschil tussen de sovjets en de burgerlijke regering als volgt uit: “de burgerlijke parlementen werden door de armen nooit gezien als hun instellingen. De massa’s van de werkenden en boeren zagen de sovjets daarentegen wel als van hen.” (12)

Door de Februarirevolutie te beperken tot de rol van de Voorlopige Regering gaat het artikel van L’Obs voorbij aan de rol van de arbeidersklasse, de soldaten en de arme boeren in Rusland. Enkel de burgerlijke regering was blijkbaar legitiem, de organisaties van de werkenden en arme boeren niet. Het dossier raakt op het begin van het derde deel de kwestie van de sovjets aan, niet als organen waar de taken van de revolutie besproken worden maar eerder als linkse waarschuwing voor de Voorlopige Regering.

Geen enkel vertrouwen in de Voorlopige Regering

Het derde deel – “De verzegelde wagon van Lenin” – gaat over de acht maanden tussen februari en oktober 1917. Hierin worden de klassieke argumenten ter verdediging van de Voorlopige Regering bovengehaald: “In het vuur van de revolutie werd een dubbele macht in het Taurisch paleis gevestigd. Aan de rechterkant een voorlopige regering aangesteld door de Doema in afwachting van een grondwetgevende vergaderingen. […] Aan de linkerkant een sovjet van afgevaardigden van arbeiders en soldaten in Petrograd die de controle had over de troepen, het transport en de communicatie. De sovjet wordt gedomineerd door de Sociaal-Revolutionairen (partij van de boerenklasse) en de mensjewieken (marxisten die een democratische overgang noodzakelijk achten vooraleer het tot een revolutie komt). De Voorlopige Regering besloot, met instemming van de sovjet, om de oorlog verder te zetten overeenkomstig de engagementen ten aanzien van de geallieerde bondgenoten. Dat werd door een minderheid in de sovjet, de bolsjewieken, aangegrepen om zich te laten opmerken. Ze verwerpen zowel de ‘imperialistische oorlog’ als de legitimiteit van de regering. […] Van bij zijn aankomst [in Rusland, na 16 jaar ballingschap], eist Lenin het einde van de oorlog, de verdeling van de grond en de overgang van “alle macht naar de sovjets.” Zijn bekende ‘aprilstellingen’ komen uit. Terwijl de economische en militaire situatie slechter wordt, neemt de populariteit van de bolsjewieken toe. Ze zijn dan nog maar met enkele duizenden en hebben een eenvoudig programma van brood, vrede en grond.”

Een van de meest opmerkelijke ervaringen van de Februarirevolutie was dat de werkenden en armen effectief direct tussenkwamen in de samenleving om hun eigen weg te banen. Het waren zij die het tsarisme een fatale slag toebrachten. Maar de massa’s waren zich niet meteen bewust van hun eigen macht. Hun voornaamste partijen (mensjewieken en sociaal-revolutionairen) hadden er geen vertrouwen in dat de werkenden in staat waren om de samenleving te beheren. Ze lieten de burgerij toe om de macht te nemen en gingen in coalitie met hen. Dit is wat Trotski de “paradox van februari” noemde (13).

Achter deze beruchte “democratische overgang” die volgens de mensjewieken nodig was, schuilt het idee dat Rusland pas tot een socialistische samenleving kan komen nadat er een eigen burgerlijke revolutie was geweest (zoals in Frankrijk eind 18e eeuw of in België in 1830) die de macht van het kapitalisme vestigde. Het is pas dan dat de industrie voldoende kan ontwikkelen om tot een revolutie te komen als opstap naar een samenleving zonder klasse. Dat was overigens ook de positie die Stalin nadien zou innemen. Het socialisme wordt op deze manier verwezen naar een verre toekomst terwijl de directe strijd gericht is op de belangen van de Russische burgerij. (14)

In die zin waren de bolsjewieken op dat ogenblik effectief een minderheid. Lenin stelde dat de werkenden geen enkel vertrouwen mochten stellen in de Voorlopige Regering en moesten bouwen aan een eigen staat (15). Aanvankelijk dachten de massa’s dat het afzetten van de tsaar zou volstaan om een einde te maken aan oorlog en ellende. Ze kozen de weg van de minste weerstand en gaven steun aan de mensjewieken en de sociaal-revolutionairen. Ze moesten nog ervaringen opdoen met die regering alvorens ze zouden beseffen dat dit niet zou volstaan om een einde te maken aan oorlog en ellende. Lenin omschreef de noodzaak om niet te stoppen bij een burgerlijke revolutie als volgt: “De formule op basis van het ‘oude bolsjewisme’ – ‘De burgerlijke democratische revolutie is nog niet voltooid’ – is achterhaald.”

In zijn bekende Aprilstellingen (17) stelde Lenin: “Het eigenaardige van de tegenwoordige situatie in Rusland ligt in de overgang van de eerste etappe van de revolutie, die als gevolg van het onvoldoende ontwikkelde klassenbewustzijn en van de onvoldoende georganiseerdheid van de arbeidersklasse de burgerij aan de macht heeft gebracht, naar de tweede etappe van de revolutie, die de macht in handen moet geven van de arbeidersklasse en van de armste lagen van de boeren.”

Het artikel in L’Obs stelt dat de sovjet instemde met de beslissing van de regering om de oorlog voort te zetten. De sovjets waren geen linkse waakhond voor de regering, maar een orgaan om de taken van de revolutie te bespreken. De bolsjewieken vormden er een minderheid op het begin van het revolutionaire proces, maar slaagden erin een meerderheid te verkrijgen door de objectieve belangen van de massa’s te verdedigen en door met de massa’s tussen te komen in stakingen, betogingen, bezettingen, …. waarbij samen door ervaringen werd gegaan.

Het zogenaamd ‘simpele’ programma van de bolsjewieken – “Brood, Land en Vrede” – was een uitdrukking van de hoop en de verwachtingen van de bevolking: 15 miljoen boeren waren in het leger ingelijfd (18), de winter was bijzonder hard in een context van ellende. 30.000 grootgrondbezitters bezaten evenveel grond als 10 miljoen gezinnen (19). De slogan van de bolsjewieken ging samen met de slogan ‘Alle macht aan de Sovjets.’ Overigens maakt deze slogan duidelijk dat er in de eerste 33 uur van de sovjet-regering meer sociale vooruitgang geboekt werd dan onder acht maanden Voorlopige Regering! Die was immers niet in staat om de ‘simpele’ eisen te realiseren. In een kapitalistische samenleving is er per definitie immers geen sociale gelijkheid. De dag na de Oktoberopstand publiceerde het congres van de sovjets volgende verklaring: (20)

“De macht van de sovjets stelt een onmiddellijke en democratische vrede voor aan alle volkeren en een onmiddellijke wapenstilstand op alle fronten. Zij garandeert dat de grond van de grootgrondbezitters, de vorsten en kloosters zonder schadeloosstelling ter beschikking van de boerencomités wordt geplaatst. Zij verdedigt de rechten van de soldaten door het leger volledig te democratiseren. Zij vestigt arbeiderscontrole op de productie. Zij garandeert het bijeenroepen van de grondwetgevende vergadering. Zij garandeert alle naties die in Rusland wonen een echt recht op zelfbeschikking.”

De oude wereld sterft, de nieuwe laat op zich wachten

Het vierde deel van het artikel – “Neem dan toch de macht, hoerenzoon!” – handelt over Petrograd, de staatsgreep van Kornilov en de opkomst van de bolsjewieken.

“Juli! Vreselijke maand voor de revolutie. Alles draait om de kwestie van de oorlog. In Petrograd muiten soldaten en mariniers tegen de voorlopige regering, ze worden al gauw vervoegd door honderdduizenden werkenden. […] Lenin is verlamd door onbeslistheid. Moet de regering meteen omvergeworpen worden of moet nog even gewacht worden? […] De bolsjewieken werden ervan verdacht achter de gebeurtenissen te zitten en werden vervolgd wegens hoogverraad.[…] Generaal Kornilov gaf zijn troepen bevel om op Petrograd te marcheren om ‘de orde te herstellen.’ Kerenski kon een alliantie met hem vormen tegen de sovjet, maar hij was verzwakt en greep de kans om zich een nieuwe revolutionaire maagdelijkheid toe te meten: hij koos ervoor om de bolsjewieken te bewapenen om het reactionaire complot te stoppen. […] De staatsgreep werd verijdeld. Het prestige van de bolsjewieken werd groter. […] ‘Zonder de staatsgreep van Kornilov, was er van Lenin geen sprake geweest,’ stelde Kerenksi later.”

De regering wordt hier voorgesteld als een slachtoffer. Ze wilde Petrograd verdedigen tegen een reactionaire generaal en maakte daarbij de fout om vertrouwen te stellen in de bolsjewieken die de gelegenheid aangrepen om zich tegen de voorlopige regering te keren. De realiteit zag er anders uit.

De julidagen waren om te beginnen niet ‘vreselijk voor de revolutie.’ Ze waren de verderzetting van het revolutionaire proces. In juni dacht dat Kerenski een militaire overwinning zou volstaan om het prestige van de regering op te krikken. Tegenover de aanhoudende bloedbaden waren er steeds meer muiterijen. In Petrograd waren de soldaten bang dat ook zij naar het front zouden gestuurd worden. Het ongenoegen werd steeds sterker en de werkenden in Petrograd radicaliseerden dermate dat ze beseften dat ze de macht niet zelf in handen hadden. (21)

Het ongenoegen beperkte zich niet tot de oorlog (22). Ondanks beloften werd de 8-urendag niet wettelijk opgelegd. Zelfs de mensjewieken en de sociaal-revolutionairen ondersteunden die eis niet langer (23). Op enkele weken tijd werden de bolsjewieken, die hun programma in het belang van de massa’s verdedigden, bijzonder populair. Van 20.000 leden in februari groeiden ze naar 200.000 leden begin juli. (24)

In Petrograd in het bijzonder stond het revolutionaire bewustzijn verder en riepen de massa’s op om de revolutie te voltooien, de regering af te zetten en zelf de macht te nemen met hun eigen organen: de sovjets (25). Lenin begreep dat de rest van het land die lessen nog niet getrokken had. Indien Petrograd alleen een revolutie zou voeren, dan zou deze hard onderdrukt worden, zoals dit het geval was in Parijs met de Commune van 1871, in Petrograd in 1905 of nog, enkele jaren later, in Boedapest tijdens de Hongaarse revolutie van 1956.

Het artikel verdedigt de stelling die ook werd ingenomen door Richard Pipes, historicus en raadgever van Ronald Reagan. Pipes legde uit dat Lenin onbeslist was en twijfelde tijdens de gebeurtenissen van juni-juli (26). Het tegendeel is waar. Lenin wist dat de opstand in Petrograd zou onderdrukt worden, maar gelet op het ongeduld van de massa’s die de oorlog en de ellende niet langer konden trotseren, eiste Lenin dat de bolsjewieken deelnamen aan de betogingen en de werkenden ondersteunden om zo de schade te beperken. Zoals voorzien was de repressie gewelddadig. Lenin moest opnieuw vluchten en Trotski werd opgepakt. Maar deze gedeeltelijke nederlaag droeg wel een belangrijke les in zich voor de massa’s: de bolsjewieken hadden gelijk toen ze stelden dat de Voorlopige Regering een rem op de beweging vormde en toen ze stelden dat de reformistische leiders van de sovjet moesten vervangen worden.

De Italiaanse revolutionair Antonio Gramsci stelde in de periode tussen beide Wereldoorlogen: ““De oude wereld ligt op sterven, de nieuwe wereld laat nog op zich wachten. En in deze schemerzone ontstaan monsters.” (27) Het monster van 1917 was generaal Kornilov. Op basis van deze nederlaag van de arbeidersbeweging werd Kornilov door de Russische burgerij onder druk gezet om de revolutie helemaal in de kiem te smoren. Hij vertegenwoordigde op dat ogenblik de hoop van de heersende klassen in een held die door alle reactionaire fracties werd ondersteund. De Voorlopige Regering werd gezien als te zwak en niet in staat om de revolutie in te dijken. Kornilov wilde zich uiteraard niet beperken tot repressie tegen de arbeidersbeweging, hij wilde een nieuwe regering vormen onder leiding van zichzelf. (28)

Lenin vatte samen welk standpunt hierover nodig was: “In deze omstandigheden moet een bolsjewiek tegen onze soldaten zeggen dat ze de contrarevolutionaire troepen moeten bestrijden. Ze moeten dit niet doen om de regering te verdedigen, maar om op onafhankelijke wijze de revolutie te verdedigen.” (29)

De bolsjewieken pasten de tactiek van het Eenheidsfront toe: tegenover een gemeenschappelijke vijand verenigt het eenheidsfront activisten van verschillende arbeiderspartijen in actie. Daarbij worden de verschillen inzake programma of de wederzijdse kritieken niet opgeheven. De bolsjewieken weigerden steeds om aan de regering-Kerenski deel te nemen, maar ze waren wel de beste strijders tegen Kornilov.

De strijd was niet louter militair. Revolutionaire agitatoren gingen discussiëren met de troepen. Dit maakte dat Kornilov Petrograd niet kon betreden, maar dat de revolutie wel in het leger binnenkwam. De poging tot staatsgreep werd letterlijk ontbonden.

De conclusie van Kerenski in het artikel van L’Obs laat uitschijnen dat de Voorlopige Regering zichzelf niets te verwijten had. Het tegendeel is waar. De regering had het beheer over de samenleving aan de massa’s ontnomen en beweerde op te komen voor hun belangen. De mensjewieken en de sociaal-revolutionairen, de reformistische leiders van de sovjets, ondersteunden dezelfde koers. De bolsjewieken kregen de steun van een meerderheid van de werkenden in Petrograd, en nadien in de rest van Rusland, omdat ze weigerden een compromis met de burgerij te sluiten.

Oktober 1917: de bolsjewieken grijpen de macht

Het vijfde en laatste deel van het artikel – “De vuilbakken van de geschiedenis” – handelt over het zogenaamde complot van de bolsjewieken.

“Voor Lenin komt eigenlijk het moment van actie. Hij keert terug en begint de machtsovername voor te bereiden. In de nacht van 24 op 25 oktober nemen de rode gardes samen met reguliere troepen de controle over sleutelpunten in de hoofdstad: telefooncentrale, stations, ministeries, … De volgende dag nemen ze ook het Winterpaleis in. […] Lenin beveelt om zonder wachten de grond te verdelen, start vredesonderhandelingen met Duitsland, vestigt de dictatuur van het proletariaat, schaft de persvrijheid af. Het is bijna onlogisch, maar in november zijn er nog de laatste vrije verkiezingen. Die worden omgevormd tot een referendum over de machtsovername. Het resultaat is niet echt gunstig voor Lenin: van de 703 verkozenen zijn er 370 sociaal-revolutionairen en slechts 175 bolsjewieken. Het nieuwe parlement komt de volgende dag bijeen. De oude socialistische en mensjewistische bondgenoten worden naar de ‘vuilbak van de geschiedenis’ verwezen, om de formule van Trotski te gebruiken. De burgeroorlog begon en zou tot 10 miljoen doden leiden.”

Het ogenblik om te handelen was inderdaad daar. Heel Europa zag enerzijds hoe zwak en geïsoleerd de Voorlopige Regering stond en anderzijds hoe de sovjets (eerst in de grote steden en nadien ook op het platteland) zich achter de bolsjewieken plaatsten. Nog langer wachten, zou de burgerij een nieuwe kans geven om de revolutie neer te slaan. Zoals reeds gezegd volgden in de uren na de inname van het Winterpaleis maatregelen die het land meer zouden vooruitbrengen dan in de vorige eeuwen op vlak van democratische rechten en vrijheden. Die maatregelen toonden aan hoe de massa’s doorheen hun sovjets de samenleving, de bedrijven, de grond, het leger, de wijken, … controleerden en beheerden.

De verwijzing naar de “laatste vrije verkiezingen” van november in het artikel, heeft betrekking op de grondwetgevende vergadering (Doema). Gedurende maanden weigerde de Voorlopige Regering dergelijke verkiezingen te organiseren. Dit gebeurde onder het mom van de oorlog. De echte reden was het besef dat de partijen die zich op het socialisme baseerden (bolsjewieken, mensjewieken, SR) een absolute meerderheid zouden halen. Dat gezegd zijnde waren de mensjewieken en de SR ook niet echt enthousiast: ze zouden niet langer de kracht van de burgerij kunnen inroepen als argument om de macht die de werkenden en boeren hen gaven in de sovjets niet te nemen. (30)

In juni kon toenmalig minister van justitie Kerenski de verkiezingen niet langer uitstellen. Hij bepaalde de datum op 12 november. Op dat ogenblik verdwenen de illusies van de massa’s in hun reformistische leiders op snel tempo. De organisatie van de verkiezing van een klassiek burgerlijk parlement werd als beste methode gezien om de situatie onder controle te houden. Het was overigens door de deuren van hun parlement te openen voor verkozenen van de arbeidersklasse dat de burgerij in andere Europese landen voortrekkers van de arbeidersbeweging in het systeem opnam om ze onschadelijk te maken. Tussen het bepalen van de datum en de eigenlijke verkiezingen waren er grote veranderingen: de julidagen, repressie, poging tot staatsgreep van Kornilov, massale steun voor de bolsjewieken en inname van het Winterpaleis.

Op het eerste gezicht kunnen de resultaten van die verkiezingen in november verbazen. Waarom behaalden de bolsjewieken en de linkse sociaal-revolutionairen (een afsplitsing van de SR die samenwerkte met de bolsjewieken) slechts een minderheid in de Doema terwijl ze een meerderheid hadden in de sovjets?

Een revolutie is geen punctueel evenement maar een proces. Er is een reële kloof tussen de grote industriële stedelijke centra en het afgelegen platteland. De boeren in die regio’s stellen nog vertrouwen in hun partij, de sociaal-revolutionairen, zelfs indien deze zich verzet tegen de landhervorming die de basis eist. De situatie zou er twee maanden  later heel anders uitzien. In de verkiezingen voor het nationale congres van de sovjets halen de SR minder dan 1% van de stemmen terwijl de bolsjewieken 61% van de afgevaardigden behalen.

De term “laatste vrije verkiezingen” in het artikel van L’Obs is compleet fout. Eind 1917 was de grondwetgevende vergadering al dood. Het was een orgaan van het verleden dat niets kon beheren. De sovjets van werkenden en boeren waren daarentegen een pak democratischer dan het burgerlijke parlementarisme. De ontbinding van de grondwetgevende vergadering bevestigde slechts wat in de feiten al gerealiseerd was: de burgerij is niet langer aan de macht. In januari 1918 herkende de grote meerderheid van werkenden en boeren zich in de sovjets en werden de acties van die sovjets ondersteund. De arbeidersdemocratie vestigt zich.

De burgerij heeft nooit toegegeven dat ze haar politieke macht verloren was. Tot vandaag blijft ze zeggen dat de democratie de kop werd ingedrukt. Destijds werd voor een ander antwoord gekozen: de militaire optie met een burgeroorlog. Daarin kon de burgerij rekenen op de steun van tal van buitenlandse legers: Japan, Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, …. (tussen 1917 en 1921 ging het om legers uit 21 landen). (31) Is dat de zogenaamde democratie?

De vlam van de revolutie

Samen met de neolithische en de Franse Revolutie is de Russische Revolutie een van de grootste gebeurtenissen uit de menselijke geschiedenis. De werkenden en boeren in Rusland toonden hun vastberadenheid om de onderdrukkende klassensamenleving niet langer te ondergaan. Opofferingen, moed, strijdbaarheid, … waren ook nadien bijzonder sterk aanwezig in tal van strijdbewegingen in verschillende landen. Maar het element dat er in oktober 1917 voor zorgde dat het effectief tot een breuk met het kapitalisme kwam, was het bestaan van een revolutionaire massapartij die een duidelijke richting kon geven aan de beweging.

Voetnoten

(1) édition n 2720-2721 de l’Obs du 22 décembre 2016 au 4 janvier 2017

(2) Marcel Liebman, La révolution russe, 1967, éd Marabout Université, page 305

(3) John Reed, Dix jours qui ébranlèrent le monde, 1919, éd 10/18

(4) Lénine, Les tâches du prolétariat dans la présente révolution, article paru dans le numéro 26 de la Pravda le 7 avril 1917 (dit artikel staat bekend onder de naam ‘Aprilstellingen’)

(5) Marcel Liebman, La révolution russe, 1967, éd Marabout Université, page 309-310

(6) Marcel Liebman, La révolution russe, 1967, éd Marabout Université, page 305

(7) Marcel Liebman, La révolution russe, 1967, éd Marabout Université, page 294-295

(8) Michel Field et jean-Marie Brohm, Jeunesse & révolution, 1975, éd François Maspero, page 56

(9) Léon Trotsky, La révolution trahie, 1936, éd Les Editions de Minuit

(10) Léon Trotsky, Bilan et perspectives, 1905, chapitre 3 « 1789-1848-1905 »

(11) Léon Trotsky, Histoire de la révolution russe, Tome 1 Février, 1930, éd du Seuil, page 201

(12) Jean-Jacques Marie, Lénine 1870-1924, 2004, éd Balland

(13) Léon Trotsky, Histoire de la révolution russe, Tome 1 Février, 1930, éd du Seuil, page 197

(14) Peter Taaffe en Hannah Sell, 1917 the year that changed the world, 2007, ed Socialist Books page 3

(15) Lénine, Les taches du prolétariat dans la présente révolution, article paru dans le numéro 26 de la Pravda le 7 avril 1917 (dit artikel staat bekend onder de naam ‘Aprilstellingen’)

(16) Lénine, Lettre sur la tactique,1917, Tome 24 de ses œuvres, page 41

(17) Lénine, Les taches du prolétariat dans la présente révolution, article paru dans le numéro 26 de la Pravda le 7 avril 1917 (dit artikel staat bekend onder de naam ‘Aprilstellingen’)

(18) Russian revolution 1917 – 70th anniversary, Kevin Ramage, Supplement bij het magazine van de Marxist Workers’ Tendency of the ANC, 1987, p 7

(19) Léon Trotsky, Conférence donnée à Copenhage en 1932

(20) Lénine, Deuxième congrès des soviets des députés ouvriers et soldats de Russie, 25-26 octobre 1917, Tome 26 de ses œuvres, page 253

(21) Journal Le Bruxellois du samedi 28 juillet 1917, N. 1016 ed B

(22) Léon Trotsky, Histoire de la révolution russe, Tome 2 Octobre, 1930, éd du Seuil, page 15

(23) Peter Taafe en Hannah Sell, 1917 the year that changed the world, 2007, ed Socialist Books, page 15

(24) Peter Taaffe en Hannah Sell, 1917 the year that changed the world, 2007, ed Socialist Books page 17

(25) Russian revolution 1917 – 70th anniversary, Tony Cross, Supplement bij het magazine van de Marxist Workers’ Tendency of the ANC, 1987, p. 13

(26) The russian revolution, Richard Pipes, éd Vintage, 1991

(27) Antonio Gramsci, Cahiers de prison, éd Gallimard, page 283

(28) Marcel Liebman, La révolution russe, 1967, éd Marabout Université, page 243

(29) Russian revolution 1917 – 70th anniversary, Rob Sewell, Supplement bij het magazine van de Marxist Workers’ Tendancy of the ANC, 1987, p 19

(30) Lénine, Les élections à l’assemblée constituante et la dictature du prolétariat, 1919, Tome 30 de ses œuvres, page 259

(31) Russian revolution 1917 – 70th anniversary, John Pickart, Supplement bij het magazine van de Marxist Workers’ Tendency of the ANC, 1987, p 23