“Lenin in de trein.” Intense en levendige proloog op gebeurtenissen die de wereld veranderden

lenin-in-de-treinToen de Februarirevolutie in Rusland uitbrak en de tsaar van de troon gestoten werd, leefde Vladimir Lenin in ballingschap in Zwitserland. Gezien de onverzettelijke tegenstand van Lenin tegen de imperialistische Wereldoorlog, was het voor de bolsjewistische leider bijzonder moeilijk om naar Rusland terug te keren langs landen in oorlog. Maar Lenin wilde naar Rusland om een principiële socialistische oppositie te voeren tegen de nieuwe kapitalistische Voorlopige Regering.

Recensie door Niall Mulholland

In ‘Lenin in de trein’ brengt Catherine Merridale het levendige verhaal van Lenins pogingen om terug te keren naar het revolutionaire Rusland. Een “reis die de wereld veranderde”, luidt de ondertitel van het boek ondanks Merridales veroordeling van de bolsjewieken eens ze aan de macht waren.

Merridale wijst op de cruciale rol van Lenin, zowel vanuit zijn ballingschap als bij zijn terugkeer in Rusland, bij het politiek heroriënteren van de bolsjewieken zodat ze in staat waren om miljoenen werkenden, soldaten en arme boeren te leiden en de macht te nemen in oktober 1917.

Het tsaristische regime en de Britse diplomatieke bronnen waren verrast door de Februarirevolutie die uitbarstte als gevolg van de voedseltekorten en de schijnbaar eindeloze oorlog die een grote dodentol opleverde. Het establishment probeerde de situatie eerst te ontkennen.

“Opmerkelijk in de correspondentie van de Britse diplomatie en de veiligheidsdiensten op dit ogenblik was de weigering om het resultaat (laat staan de legitimiteit) van de Februarirevolutie te erkennen,” merkt Merridale op.

Lenin zocht dringend een manier om naar Rusland terug te keren en onderzocht daarbij verschillende opties. Hij werd indirect benaderd door de beruchte intrigant en voormalige marxist Alexander Helphand (ook bekend als Parvus). Die suggereerde om een akkoord te sluiten met het Duitse regime om Lenin en andere socialisten naar Rusland terug te brengen in een ‘verzegelde’ trein over Duits grondgebied.

De Duitse generaals vreesden dat de VS in de oorlog zou komen en gokten dat de terugkeer van Lenin en andere revolutionairen de onrust in Rusland zou versterken, waardoor het land mogelijk uit de oorlog zou stappen. Ze kregen meer dan waar ze op hoopten: een socialistische revolutie in Rusland die ook dienst deed als inspiratie voor de omverwerping van de Duitse Kaiser en voor een revolutie die het voortbestaan van het Duitse kapitalisme bedreigde.

Merridale toont aan dat Lenin erg terughoudend was rond dit voorstel. Hij was terecht bang dat zijn politieke vijanden hem zouden afdoen als een ‘Duitse agent.’ Maar er was geen andere optie om naar Rusland terug te keren en dus besloot Lenin aarzelend om langs deze weg naar Rusland terug te keren. Hij drong op elk ogenblik aan op het behoud van zijn volledige politieke onafhankelijkheid tegenover het Duitse imperialisme en de Duitse belangen.

Lenin bleef zich in zijn toespraken en teksten verzetten tegen alle imperialistische oorlogsvoerende landen, waaronder Rusland en Duitsland. Hij drong erop aan dat de revolutionairen in een wagon van derde klasse zouden reizen en dat er in kalk een lijn op de vloer zou getrokken worden om de grens te trekken tussen de Russen en hun Duitse militaire ‘begeleiders’.

Merridale gaat gedetailleerd in op de beschuldigingen van Lenins tegenstanders in 1917, en nadien, dat hij “Duits goud” zou gekregen hebben. Ze stelt vast: “In plaats van om bewijzen ging het dus feitelijk louter om waarschijnlijkheden en leugens.” Dit werd gebruikt om Lenin en de bolsjewieken te beschuldigen en om de rol van de massa’s uit de revolutie weg te gommen.

Bovendien merkt ze op dat Lenin niet meer dan Plekhanov kon gezien worden als een agent van het imperialisme. Plekhanov was de ‘vader van het Russische marxisme’ en keerde terug met de hulp van het Britse imperialisme. Plekhanov “was dan wel een marxist, maar ook duidelijk over de oorlog. Hij was een patriot die andere socialisten kon zeggen wat hun plicht was.”

De Februarirevolutie bracht niet alleen de Voorlopige Regering voort, er werden ook sovjets (raden) opgezet van vertegenwoordigers van de werkenden. Er ontstond een “dubbelmacht” waarmee de macht van de kapitalistische regering betwist werd. Op de dag dat Lenin’s trein vanuit het station van Zürich vertrok, op 27 maart, verklaarde de Voorlopige Regering met de steun van de sovjet dat het de oorlog zou verderzetten.

Lenin drong erop aan dat de bolsjewieken zich resoluut zouden verzetten tegen de verraderlijke mensjewieken en de sociaal-revolutionairen die destijds de sovjets leidden. Merridale beschrijft hoe Lenin het steeds moeilijker heeft met de aarzelende leiding van de bolsjewieken in Rusland, in het bijzonder Kamenev en Stalin. In de partijkrant ‘Pravda’ stelde Kamenev dat Rusland “nog steeds de oorlog moest uitvechten en winnen, maar dan om de verworvenheden van de revolutie te verdedigen.”

Kamenev werd dan wel “gecensureerd” door de partij (“en Stalin liet hem stilzwijgend vallen”), maar er was duidelijk sprake van verwarring bij de bolsjewieken voor de terugkeer van Lenin. Het telegram van Lenin begin maart was scherp: geen steun aan de Voorlopige Regering, geen samenwerking met andere partijen en voor een machtsoverdracht van de burgerij naar arbeidersmilities of de sovjets.

“Deze koers sloot een alliantie met de mensjewieken uit. De oorlog, zo benadrukte Lenin, was een bloedig kapitalistisch avontuur en niet wat Kerenski nu omschreef als een strijd voor revolutionaire zelfverdediging.”

Bij zijn aankomst in het station Finland in Petrograd hield Lenin een toespraak voor een groot en uitgelaten publiek. Hij riep op om de socialistische revolutie voor te bereiden. “Zijn slogans voelden aan als een plotse elektrische schok… Een oproep tot actie, een verblindende blik op de toekomst waarover sommigen in zichzelf over waren beginnen twijfelen,” aldus Merridale.

Het laatste hoofdstuk toont de politieke vijandigheid van Merridale tegenover Lenin. Ze beweert dat de Oktoberrevolutie een ‘staatsgreep’ was die leidde tot een ‘dictatuur.’ Hiermee gaat Merridale voorbij aan wat een echte revolutie was waarin miljoenen mensen betrokken waren. Ze verwart bewust de vroege jaren van de arbeidersdemocratie met de latere stalinistische contrarevolutionaire tirannie.

Maar het blijft een feit dat de Oktoberrevolutie de arbeidersklasse voor het eerst succesvol aan de macht bracht waarbij de socialistische omvorming van de samenleving werd opgestart tegen alle obstakels en hindernissen in.