Alle macht aan de Sovjets of coalitiepolitiek? Toespraak Trotski op Sovjetcongres begin juni 1917

Van 3 tot en met 10 juni  1917 (16 – 23 juni huidige kalender) vond het eerste Alrussische congres van de Raden van arbeiders, boeren en soldaten afgevaardigden, Sowjets,  plaats in het Taurische paleis in Petrograd. Onder druk van de Entente was de Voorlopige regering bezig een nieuw offensief aan het voorbereiden en zij wilde de goedkeuring hiervoor van het Sowjetcongres. Op het congres waren in totaal 820 afgevaardigden met stemrecht en 268 met een adviserende stem, die 305 plaatselijke, 53 districtsowjets en een aantal legereenheden en boerenafdelingen vertegenwoordigden. Van de 777 afgevaardigden die partijgebondenheid aangaven, waren er 285 Sociaal Revolutionairen, 248 Mensjewiki en 105 Bolsjewiki. De linkervleugel, de Bolsjewiki, de toen nog  bij hen aangesloten internationalisten (de groep van Gorki)  en de Interrayonisten (de groep van Trotski, die in Augustus fuseerden met de Bolsjewiki) vormden minder dan eenvijfde deel van het congres [1]. Op de tweede dag van het congres gaf Trotski de onderstaande toespraak die daarna in de Pravda, het dagblad van de Bolsjewiki, werd gepubliceerd [2]. Deze tekst is nu voor het eerst naar het Engels vertaald door Pete Dickenson voor Socialism Today en vervolgens naar het Nederlands door Peter den Haan. 

 

Kameraden.

Met veel belangstelling hebben we geluisterd naar de toespraak van de Minister van Voedselvoorziening en de meesten van ons hebben hier zowaar wat van opgestoken. En dat kan nauwelijks worden gezegd van de meeste toespraken die we hier hebben moeten aanhoren. En dat hij in zijn toespraak maar weinig heeft gezegd over het organisatorische werk dat is verricht, komt dat omdat hij nog maar net in deze functie is begonnen [3]. Hoe dan ook, hij schetste een programma van activiteiten en definieerde de huidige belangrijkste werkgebieden en dat was precies hetgene wat ontbrak aan alle andere ministeriële toespraken.

Zij spraken over revoluties, over de grote Franse revolutie. Ze deelden hun gedachten hierover en luchtten hun hart over de oude Marxistische en populistische argumenten. Maar kameraden, wij zitten hier nu in het parlement van de revolutionaire democratie, waaraan Ministers verslag doen over wat er is gebeurd en wat ze van plan zijn te gaan doen. Omdat het over machtsvraagstukken gaat is het de taak van iedere spreker, zeker sprekers met Ministeriële verantwoordelijkheid, om te vertellen dat ze zus en zo hebben gedaan, of dat wel of niet voldoende is en, logischerwijs, of we daarom tevreden kunnen zijn over het doen en laten van de huidige Regering. Of aan de andere kant hadden ze kunnen zeggen; beste kameraden, mijn plannen lijken tegen weerstand aan te lopen in het regeringsapparaat en daarom is het nodig om aanpassingen te maken of hervormingen te treffen in de wijze van bestuur. Dat was de benadering van de Minister van Voedselvoorziening. Het is juist om die reden dat ik niet alleen heel aandachtig naar hem heb geluisterd, maar ook werd bevestigd in die opvattingen die ik al had voordat ik naar de bijeenkomst kwam. Namelijk dat er altijd veel valt te leren van  ideologische tegenstanders die zich serieus kwijten van hun taak.

De Minister van Voedselvoorziening ging feitelijk in op deze kwestie, door van abstracties uit de hoogte dit te relateren naar de reële basis van de uitgeputte Russische economie. We moeten de voedselvoorziening organiseren en we moeten de productie verbreden en reguleren. Om de voedselvoorziening te organiseren, moet de verdeling van voedsel worden georganiseerd. Een obstakel hierin is het transport. Die problemen moeten worden opgelost en alleen de Staat kan die taak op zich nemen. De economische afdeling van het Uitvoerend Comité heeft veel gezegd over de transportproblemen, over kapotte locomotieven en over de zwakte van onze huidige industrie om nieuwe locomotieven te bouwen en defecte te repareren. Dit is een specifiek voorbeeld kameraden dat ik ook onder de aandacht van de Minister van Voedselvoorziening wil brengen.

Een directeur van een belangrijke fabriek in Petrograd,  goed toegerust, heeft gezegd dat we op dit moment onderzeeërs aan het bouwen zijn, die we in 1920 zullen opleveren. Hij claimde, als ingenieur, organisator en directeur, dat er op dit moment een aantal fabrieken zijn die, zonder al teveel technische aanpassingen, 15 locomotieven per maand zouden kunnen produceren. Ik ben niet deskundig in deze kwestie dus wil mijn hand niet in het vuur steken voor deze cijfers en neem ze dus voor kennisgeving aan. Maar dit is een serieuze ingenieur en organisator en hij noemt een bepaald aantal locomotieven. Waarom is dit dan niet gebeurd? Omdat hiervoor het verbreken van een aantal contracten vereist is, die de Staat heeft gesloten met fabrieken of bedrijven. En dat betekent de aantasting van private belangen, private winsten en de Regering kan het niet over haar hart verkrijgen om deze koers in te slaan. Ze vertellen ons dat er geen andere alternatieven zijn.

Zijn er dan geen andere wegen mogelijk, kameraden? Zoals jullie weten is er een regering gevormd met daarin een socialistische Minister van Arbeid en een Minister van Handel en Industrie, Konovalov, die een serieus politicus is en vertegenwoordiger van de industriële bourgeoisie [4]. Schijnbaar is, eerst en vooral door de samenwerking van deze twee vertegenwoordigers, het de bedoeling om organisatie en planning in de productie en industrie te brengen. En wat deed Konovalov? Hij stapte op, met de openlijke steun en sympathie van de meest vooraanstaande organen van de commerciële en industriële bourgeoisie. Hij stapte op kameraden en het zou belachelijk zijn om te stellen dat hij wegliep omdat zijn karakter niet deugde.

Ik denk en deze opvatting is wijd verspreid, dat Konovalov een der meest progressieve en serieuze vertegenwoordigers is van de Russische handels en industrie kapitalisten. Door op te stappen saboteerde hij de taak om de productie te organiseren. Een taak die in al zijn omvang voor ons stond en staat. En ik vraag jullie, kameraden? Wat gaan we hier aan doen? Dat is het concrete en centrale vraagstuk van onze gehele regering. Het is het vraagstuk het lot van onze industrie, eentje waaraan voorbij wordt gegaan alsof het slechts het gezeur is van een handjevol Bolsjewiki en internationalisten.

Er is een poging ondernomen om een coalitieregering te vormen. Wie er ook in zit, of het Perewersew [5] is, of socialisten of oprechte liberalen, maakt ons in feite niets uit. Maar de kern van de hele constructie was gebaseerd op het coalitie-model; de Minister van Arbeid is een socialist en de Minister van Handel en Industrie is een verantwoordelijke vertegenwoordiger van het kapitaal. En toen die kwestie zo aan de orde werd gesteld stapte Konovalov op. Als ik me niet vergis hebben ze drie weken lang naar een vervanger gezocht maar die niet kunnen vinden, kameraden! (applaus)

Wat betekent dat kameraden? Als het principe op zich deugde; het principe van een coalitie regering met de deelname van een betrouwbare vertegenwoordiger van het kapitaal, dan moet je jezelf afvragen hoe haar bankroet en ineenstorting kan worden verklaard? Op dit moment hebben we geen regering. De regering bevindt zich in een crisis omdat de meest verantwoordelijke vertegenwoordiger uit de Handel en Industriële kringen opstapte, met steun van het Handels en industrie kapitalisten.

Dat betekent dat we op dit moment een periode doormaken van een Regering die door paniek is bevangen. Op dit moment proberen ze Tretjakov uit Moskou los te weken om  hier naar toe te komen, een vertegenwoordiger van de Beurs in Moskou. Oftewel een vertegenwoordiger van dezelfde Handels en Industriële kringen uit wiens naam Konovalov sprak. De hele kwestie komt dus neer op de vervanging van het poppetje en we kunnen en moeten dus ook niet denken dat deze poging niet op dezelfde manier zal stranden als alle vorige pogingen om de machtscrisis op te lossen: oftewel Tretjakov zal zijn best doen om het scheppende organisatorische werk van de revolutionaire regering te saboteren of hij stapt op een gegeven moment op.

En waarom zal hij opstappen kameraden? Waarom zal hij de industrie saboteren? Om de crisis te verdiepen. Om aan te tonen dat revolutionaire elementen de economie verstoren, om de revolutie en het proletariaat uit te hongeren. Dat is hun tactiek. Lees er de toespraak van Krinski in die  privé bijeenkomst op na. Wat zei hij daar? Hij zei: “Waar zijn jullie bang voor? Zijn er teveel bankbiljetten in het land? Geduld. Als de honger komt en er is geen geld genoeg, als de echte honger uitbreekt, zal iedereen schreeuwen om een sterke en stabiele regering en dan komt onze kans”.

De taal van Krinski is bedoeld voor de serieuze kapitalisten en grootgrondbezitters. Ze zitten er allemaal op te wachten totdat het revolutionaire proletariaat vermalen wordt en ze hun kans kunnen grijpen. Ik zeg dat Tretjakov alleen zal komen om dit programma door te voeren; tenzij hij zich natuurlijk tot het socialisme bekeert. Als hij zich voor zijn eigen klasse onbetrouwbaar zal blijken te handelen, zullen ze hem de rug toekeren. Zijn klasse zal hem verraden als hij zicht richt op Skobolev en de andere socialistische ministers [6].

En daarom hebben we met een chronisch probleem te maken om deze kwestie op te lossen. Niet zozeer omdat de technische aspecten onuitvoerbaar zijn, maar omdat de uitvoering van zo’n plan op een resolute manier onmogelijk wordt gemaakt, zelfs in grote lijnen. Om dit te kunnen is een Regering van eenheid noodzakelijk. Dat is het hele punt, want als je op wil treden hand in hand met kooplui en industriëlen, ongeacht of er vijf socialisten en tien bourgeois in de regering zitten of andersom; als je het noodzakelijk vindt om in overeenstemming te handelen met de bourgeoisie, dan moet je aan hen capituleren en al haar tactieken ten aanzien van de economie zijn uiteindelijk terug te leiden tot het om zeep helpen van de revolutie.

De vertegenwoordigers van het Grootgrondbezit en het Grootkapitaal houden zich bezig met systematische chantage en afpersing ten aanzien van de partijen en de revolutionaire krachten van de democratie. En als we deze vraagstukken onder ogen zien kameraden, dan komt kameraad Bramson [7] naar voren en vertelt ons; “We moeten het de Ministers of de Regering niet kwalijk nemen, vergeet niet dat ze zich elke keer door een woud van obstakels moeten worstelen, van linkse elementen, van anarchisten, internationalisten, Bolsjewiki, etcetera”.

Kameraden is dat een oprechte weergave van dit vraagstuk of zit er überhaupt iets van waarheid in deze bewering? Je stelt dit vraagstuk op deze manier aan de orde als de Regering van Rusland jouw regering is, de meerderheid van de sovjets van arbeidersafgevaardigden jouw meerderheid is, als het leger achter je staat en de democratie achter je staat. En dan zijn er van die agitatoren, oproerkraaiers en anarchisten die de creatieve arbeid van de staatsmacht, die de steun heeft van de sovjets, het leger en de democratie verlammen. Kameraden, zo’n opvatting is een buitengewone vernedering van jezelf.

Naar mijn mening kameraden, is het niet waar dat de revolutionaire democratie, gesteund door de meerderheid van het volk, wordt verlamd in haar creatieve arbeid door een paar oproerkraaiers. In de Sovjet van arbeidersafgevaardigden van Petrograd vroeg een van de sprekers van de partij van Minister Tseretelli zelf, of hij wist dat er een bepaald Post en Telegrafie-kantoor een Zwarte Honderd-groep aktief was, waar beambten rond gingen met de vraag of het onder de Tsaar niet beter was [8]. Bent u van plan dit Zwarte Honderd-nest uit te roeien, vroeg de spreker. En wat zei Tseretelli? Nee, zei hij. Ik wil geen repressieve maatregelen treffen. Ik wil zulke omstandigheden scheppen dat als er een Zwarte Honderd vertegenwoordiger in een dorp verschijnt en vraagt of het onder de Tsaar beter was, dat ze hem dan vertellen dat hij een leugenaar is en dat het onder de Tsaar slechter was. (Applaus) Precies. Zo is het, precies. Ik heb zelf geapplaudisseerd voor dit antwoord. Het enige wat ik vraag dat hetzelfde principe wat tegenover de Zwarte Honderd wordt toegepast ook geld voor agitatoren van de linkervleugel, die door jullie slechter worden behandeld als de Zwarte Honderd. (Applaus).

Kameraden, waar ik om vraag is een zeer bescheiden minimumprogramma. Dit programma houdt in dat een commissaris van de Voorlopige Regering die naar Kroonstad wordt gezonden, zulke resultaten in zijn werk zal boeken dat de mensen uit Kroonstad zullen zeggen dat de Regeringscommissaris het werk beter heeft gedaan dan de zelf gekozen vertegenwoordiger [9]. En wanneer dit niet het geval is, dan moeten jullie hem overhalen, overhalen het beter te doen. Juist omdat de Voorlopige Regering door haar huidige samenstelling, commissarissen heeft uitgezonden die zelfs volgens de vriendelijkste en loyale Sovjets van Boerenafgevaardigden, allemaal zijn geselecteerd uit de kringen der Grootgrondbezitters. En daarom, kameraden, vinden er zogenaamde misverstanden plaats op het platteland tussen enerzijds de lokale sovjets van soldaten, boeren en arbeiders afgevaardigden en de commissarissen.

Dit is nu het gevolg, kameraden, van beleid doorspekt met kwade bedoelingen. In een revolutionair tijdperk, wanneer alle sociale problemen worden blootgelegd en alle klassenbelangen gepassioneerd naar een hoogtepunt stijgen, brengen de volksmassa’s hun eigen belangen en zorgen naar voren, bevrijd als ze zijn van de oude feodale onderdrukking. We hebben dus een Regering die van bovenaf in tweeën is gespleten, niet in de zin tussen de sovjets en de Voorlopige Regering, maar omdat de Voorlopige Regering is opgebouwd, niet als een sterke regering, maar gemodelleerd als een staand congres, een staande kamer van verzoening tussen vertegenwoordigers van grootgrondbezitters en boeren, en tussen kapitaal en arbeid.

Een kamer van verzoening kan niet regeren in een revolutionair tijdperk, omdat de meerderheid van de regering een veel sterkere ruggengraat heeft, omdat ze klassen vertegenwoordigt die al decennia en eeuwen gewend zijn geweest te heersen en te domineren. In de praktijk capituleren Ministers aan hen in alle belangrijke zaken en al ons werk loopt vast, wordt door rechts gesaboteerd en constant gedesorganiseerd.

Kameraden, ik ben het volledig eens met onze Minister van Voedselvoorziening. Ik behoor niet tot dezelfde partij, maar als ze me zouden vertellen dat onze regering zou worden samengesteld uit twaalf Pesekonows, dan zou ik zeggen dat dit een grote stap vooruit zou zijn. (Applaus) Ik zou zeggen: Konovalov is weg, laat ons een tweede Pesekonow vinden, een serieuze werker ( Applaus) en iedereen uit de regering wegjagen die Pesekonow hindert om zijn werk fatsoenlijk te doen (een stem: Precies! Applaus). Dat zou een serieuze stap vooruit zijn. Zo zien jullie, kameraden, dat ik in deze kwestie niet handel uit enig fractie of partij oogpunt, maar vanuit een bredere visie over de huidige taken van economische organisatie. Ik ben het helemaal eens met de Minister van Voedselvoorziening, Pesekonow, als hij zegt dat discipline van de massa’s noodzakelijk is. Correct!

En wat zien de massa’s? In de eerste plaats de complete wanorde in de regering en in de tweede plaats de eindeloze plundering door de vertegenwoordigers van het kapitaal. Ik zeg jullie, kameraden, dat onder deze omstandigheden elke arbeider het psychologische recht heeft om tegen zichzelf te zeggen, omdat alles toch aan het ineenstorten is en de kapitalisten maar blijven stelen, waarom zou ik dan mijn mond moeten houden? Ik zal de maximale eisen naar voren brengen en pakken wat ik pakken kan. Dat is het onvermijdelijke gevolg van deze situatie.

Maar op die dag en dat uur dat er een regering aan de macht is waarvan iedere arbeider, iedere eerlijke en oprechte arbeider in ieder geval, zal zeggen; dit is mijn regering, dan zullen de arbeiders, de boeren en de soldaten zeggen dat deze regering hen niet belazerd, ze niet zal bestelen, Pesekonow hen niet zal verraden. En als Pesekonow, niet als landbouwstatisticus of als onderminister wat hij op dit moment is, maar als volwaardig Minister tegen de arbeidersklasse zal zeggen; we hebben zoveel kolen, zoveel ijzer en op die basis kunnen we zo’n aantal fabrieken laten draaien; in de schatkist zit zoveel geld en de banken hebben zoveel geld, dus krijgen jullie zoveel salaris en zo’n hoeveelheid voedingsmiddelen.

Dan zal de bewuste  arbeiders naar de regering kijken, zoals hij als staker naar zijn vakbond kijkt. Vraagt hij een hogere stakingsuitkering, dan zal de vakbond zeggen; hier is onze kas, hier zijn de boeken, we kunnen je helaas niet meer uitbetalen. Als de Sjenkarovs, Teresjenko’s, Lows, Konovalovs, de Cadetten, of misschien zelfs ter rechterzijde van de Cadetten, aan de macht zijn; dan zal de arbeidersklasse zeggen: het zijn kapitalistische zakkenvullers, die vertrouwen we niet en we gaan het maximale eruit halen wat er in zit. [10] Zo’n gedachtegang is volkomen normaal.

Ik moet, vrees ik, hetzelfde constateren bij alle andere vraagstukken. Of het na twee weken is, of na een maand, alle problemen van nu worden allemaal maar groter en voor een oplossing is dan meer heldenmoed nodig dan nu is vereist. Ik zal jullie 1 voorbeeld geven kameraden. Stel je de demobilisatie van het Russische Leger voor met deze Regering aan het bewind. Als de lawine van Russische soldaten die tijdens de oorlog van een stukje land droomden, terugstromen naar hun dorpen zullen ze de afschaffing van het horigensysteem onopgelost zien. Als ze hun dorpen al halen vanwege de ontregeling van onze spoorwegen, onderweg niet sterven van de honger vanwege voedseltekort. Er zullen heftige complicaties, zware conflicten uitbreken. En onze op verzoening gerichte Regering zal absoluut machteloos staan. U zegt dat we discipline nodig hebben. Zeker! We hebben discipline nodig, maar de vraag is, van wie en voor wie?

De bewering van kameraad Dan dat de revolutionaire internationale socialisten de noodzaak van een sterke revolutionaire Regering ontkenden, is dan ook niet waar[11]. Niemand van ons heeft de noodzaak van een sterke revolutionaire Regering ontkend. De vraag is; wiens Regering en over wie? Een Regering van Prins Lvov en zijn bondgenoten over de arbeidersdemocratie? Of een Regering van arbeidersdemocratie over al haar geledingen, over het gehele volk? Dat is de kwestie, kameraden! Ik beweer dat we op het moment van demobilisatie we de allersterkste regering nodig hebben.

Als soldaten nu deserteren uit het leger, of zich te buiten gaan op stations, of broodwinkels plunderen, dan zien ze zichzelf als rebellen, zoals stakers dat ook wel doen, tegen de Regering die boven hem staat. Als er een Regering boven hen staat die is voortgekomen uit de Sovjet van Arbeidersafgevaardigden, een sterke macht, dan zullen de wetsovertreders zich niet als een staker voelen, maar als een stakingsbreker.

Ja, het is nodig om de algemene opvatting onder arbeiders, boeren en soldaten te scheppen en te cultiveren dat dit hun eigen Regering is. Maar zolang de Regering in handen van Lwow, Konovalov of Tretjakow is, zal geen toekomstige toespraak of smeekbede zo’n resultaat opleveren. Want de arbeiders en boeren hebben in stevig hun koppen opgeslagen dat dit de klasse van slavernij en vernederingen is. Ondanks alle bemiddeling van de socialistische Ministers zullen jullie niks voor elkaar krijgen, omdat de brede bevolking deze Regering niet als de hare ziet, op geen enkel punt.

En daarom steunen deze zogenaamde linkse oproerkraaiers, die een nieuwe Russische revolutie voorbereiden, jullie, ondanks jullie beleid, dat ik als foutief beschouw. Ze steunen de autoriteit van de sovjet van arbeiders en soldaten afgevaardigden en stellen terecht dat het huidige beleid van de sovjets een misvatting is en dat de macht in zijn geheel op haar dient te worden overgedragen; er druk in die richting moet worden uitgeoefend. En ze herinneren zich dat er geen andere revolutionaire organisatie is, anders dan de sovjets van arbeiders en soldaten afgevaardigden.

Daarom, kameraden, om die reden zal het beleid van halfslachtigheid, van verzoening, impotent blijken te zijn. Ze dreigen ons zwart te maken als onpopulair en vijandig tegenover de autoriteit van de Sovjet. Ik durf wel te beweren dat wij, met ons werk, jullie autoriteit niet ondermijnen; we zijn een onmisbaar onderdeel in de voorbereiding van de toekomst.

Er wordt nu gesproken en gefluisterd over machtsgrepen van kleine groepjes of kringen. Dat is niet waar. Op elke massabijeenkomst waar ik ben geweest en waar mij wordt gevraagd of het nu tijdis om de sovjet te verlaten, niet aan de sovjet toe te geven, met de regering te breken zeg ik: Nee! We zijn niet blij met de regering. We zijn niet blij met de Sovjet.  Maar het absoluut ontoelaatbaar de macht te nemen als de Sovjet van Arbeidersafgevaardigden intern nog niet tot de realisatie is gekomen dat ze, in dit kritieke tijdperk, zelf de verantwoordelijk moet nemen voor deze vervloekte erfenis van het tsarisme en de steeds dieper wordende militaire ineenstorting onder deze eerste liberale regering.

Alleen de Sovjet van arbeiders, boeren en soldatenafgevaardigden zijn in staat om een element van echte creatieve revolutionaire discipline in het bewustzijn van de hongerende volksmassa’s te brengen, want zij beginnen al te wanhopen. Alleen dit, kameraden, het negeren van de belangen van private eigendom, kan onze meest urgente taken oplossen. Het beleid dat de meeste Ministers propageren, dat de Grondwettelijke Vergadering alle problemen zal oplossen deugt niet. Dat is in de kern liberale politiek. De Grondwettelijke Vergadering zal veel oplossen, maar die moet goed voorbereid worden en de voorwaarden moeten worden gecreëerd voor haar instelling. Maar deze situatie van ineenstorting, van toenemend wantrouwen over incapabel bestuur, kan het bijeenroepen van een Grondwettelijke Vergadering definitief ondermijnen.

De zwarte kraaien van de Vierde Staatsdoema zijn niet achterlijk, zij staan op hun klassenpost [12]. Hun handlangers in de regering saboteren de creatieve arbeid van de Pesjekonovs en proberen de Russische revolutie door uithongering tot overgave te dwingen, haar voedselvoorziening, haar landbouw, industrie en diplomatieke inspanningen. Op al die terreinen ondermijnt het beleid van uithongeren en uitputten de autoriteit van de Regering en het vertrouwen in haar. Ze beweegt naar rechts en zit in het Taurische paleis te wachten op, in Krinski’s woorden, het wanhopen van de massa’s en het verlangen naar de oude Tsaar en een sterke regering van Oktobristen [13]. Dan komt Rodzjanko weer tevoorschijn, dezelfde Rodzjanko die het toonbeeld van de Russische revolutie was. Wiens portret in ieder dorp hangt als Vader van de Voorlopige Regering. Dan zal hij zijn Goetskow installeren, die jullie vanaf rechts zal insluiten en ons vanaf links.

Kameraden, ik heb niet de hoop dat ik jullie vandaag zal overtuigen, dat zou te overmoedig zijn van mijn kant. Wat ik vandaag probeer te bereiken is jullie bewust te maken van het feit dat, wanneer we tegen jullie zijn, we dit niet doen uit vijandige, sektarische bedoelingen, maar omdat we, samen met jullie, lijden onder alle krampen en pijnen van de revolutie. Maar wij zien andere antwoorden dan jullie en we zijn er stevig van overtuigd dat, als jullie de revolutie van vandaag consolideren, wij voor jullie de revolutie van morgen voorbereiden.

Wij zijn de meest revolutionaire linkervleugel aan het mobiliseren en als de politiek van het dubbele machtsvacuüm, dat van de sovjet en de regering, tot een contrarevolutionaire crisis zal leiden en Goetskov en Rodzjanko de revolutie weg komen vagen, dan zullen jullie zien dat wij van links niet de achterste rijen in de strijd zullen innemen, om samen met jullie de ontwikkeling en verdieping van de revolutie te bevechten.

 

 

Verklarende aantekeningen:

1] Zie blz. 416, deel 1 van Geschiedenis van de Russische Revolutie; Leon Trotski; uitgave Marxisme.be 2017.

2] Uit Pravda nr. 75, 7 juni, 1917, onder de titel: Toespraak op de bijeenkomst van het Eerste AlRussische Congres over de verhouding tot de Voorlopige Regering. Voor het eerst uit het Russisch naar het Engels vertaald door Pete Dickenson, naar het Nederlands door Peter den Haan in: Socialism Today; nr. 209, juni 2017.

3] De nieuwe Minister van voedselvoorziening, benoemd met de vorming van de tweede Voorlopige Regering in mei (de eerste coalitieregering), was Alexei Pesekonow, leider van de rechtse sociaaldemocratische afsplitsing van de sociaalrevolutionairen; de Socialistische Volkspartij. Hij was lid van de Sovjet van Petrograd.

4] Alexander Konovalov; textielmagnaat en leider van de liberale Vooruitgangspartij.

5] Pavel Perewersew, lid van de SR-en en Minister van Justitie in de eerste Voorlopige Regering.

6] Matvej Skobelev; voormalig aanhanger van Trotski in Oostenrijk, werd een vooraanstaand Mensjewiek in de Sovjet van Petrograd en Minister van Arbeid in de coalitieregering.

7] Leon Bransom; voormalig Doema vertegenwoordiger (1906-1907) voor de Bund, de Joodse arbeiderspartij en de Litouwse Trudoviks (arbeiders) groep.

8] Irakli Tseretelli; leidende Mensjewiek en Minister van Post en Telegrafie in de regering. De Zwarte Honderd waren antisemitische knokploegen die door Tsaar Nicolaas de 2e werden gesteund.

9] Kroonstad was de marinebasis vlak bij Petrograd en speelde een vooraanstaande rol in de revolutie. In mei 1917 had de Sovjet van Kroonstad het bestuur van de regio overgenomen uit protest tegen het verraad van de Voorlopige Regering.

10] Andrei Sjingarew, lid van de Cadetten Partij, Minister van Landbouw en daarna Financiën in de eerste Voorlopige Regering. Michael Tsjeretsjenko was een niet partijgebonden grootgrondbezitter. Minister van Buitenlandse Zaken in alle drie Voorlopige Regeringen. Prins Georgei Lwow was de leider en Minister President van de eerste Voorlopige Regering.

11] Fjodor Dan; prominent leider van de Mensjewiki, rechtervleugel van de Russische arbeiderspartij.

12] De Vierde Staatsdoema was de laatste Doema onder de Tsaar. Officieel bestond ze tot 6 oktober 1916, maar werd definitief teniet gedaan door de februari-revolutie in 1917.

13] Oktobristen; een rechtse, pro-monarchistische, pro-oorlogspartij, geleid door Alexander Goetskov en Michael Rodzjanko.