De revolutie tentoongesteld in de British Library

Tentoonstelling “Russian Revolution: hope, tragedy, myths” tot 29 augustus in de British Library in Londen

“In 1917 nam het proces van de laattijdige sociale en politieke verandering in het Russische rijk de vorm van een revolutie aan (…) die de hoop vestigde dat een ideale sociale orde mogelijk was.” In tegenstelling tot de recente tentoonstelling van de Royal Academy of Arts, probeert de tentoonstelling in de British Library om informatief te zijn waarbij ook de historische context van de gebeurtenissen van 1917 aan bod komt. Bij de Royal Academy was Trotski slechts een nevenfiguur, in deze tentoonstelling wordt hij terecht naast Lenin als een centrale figuur onder de Bolsjewistische leiders voorgesteld en als iemand die het succes van de Oktoberrevolutie mee bepaalde.

Recensie door Niall Mulholland

De tentoonstelling omvat fascinerende foto’s, filmbeelden, affiches, boeken, kranten (waaronder muurkranten van de arbeiders) en andere objecten. Er zijn onverwachte verrassingen zoals het knipselboek van prins Kropotkin, een invloedrijke revolutionair in de 19de eeuw, of nog Oscar Wilde’s toneelstuk Vera dat ingaat op de falende tactiek van individueel terrorisme onder de vroege revolutionairen (Narodniki) en dat ook stelt dat de tsaar niet in staat zal zijn om hervormingen door te voeren. Er is ook een handgeschreven verzoekschrift van Lenin (onder een ander pseudoniem) om toegang te krijgen tot de leeszalen van het British Museum toen hij als balling in Londen woonde.

De curator streefde naar een ‘evenwichtige’ benadering, waarbij er evenveel aandacht is voor anti-Bolsjewieken. Dit leidt soms tot veralgemeningen. De tentoonstelling stelt de revolutie vooral voor als een verwarrend en complex gegeven, een “experiment dat opportuniteiten bood voor sommigen, maar problemen voor anderen.” De Bolsjewieken worden omschreven als een “extreme socialistische partij.”

Als dat het geval was, wie waren dan de gematigde socialisten? Waren dat niet de Mensjewieken en de Sociaal-Revolutionairen die met pro-kapitalistische partijen in een coalitieregering stapten na de val van de tsaar? Deze ‘socialistische’ ministers weigerden de Russische betrokkenheid bij de massaslachting van de Eerste Wereldoorlog te stoppen of om te breken met het kapitalisme en het grootgrondbezit.

Een eerste editie van ‘Het Communistisch Manifest’ van Marx en Engels wordt begeleid met de bewering dat de auteurs niet verwacht hadden dat de socialistische revolutie zich tot Rusland zou uitstrekken. Nochtans schreef Marx in een voorwoord voor de Russische editie van het manifest in 1882 over een debat onder de Russische linkerzijde over de mogelijkheid om traditionele plattelandsgemeenschappen om te vormen tot embryonale instellingen van een socialistische samenleving. De algemene conclusie van Marx was dat dit enkel mogelijk was indien het tsarisme omvergeworpen werd en indien de revolutie in Rusland “het signaal wordt voor een arbeidersrevolutie in het westen zodat beiden elkaar kunnen aanvullen.”

De curatoren van de tentoonstelling hebben het wel bij het rechte eind als ze stellen dat Lenin de marxistische methode toepaste op de “reële omstandigheden van Rusland” op het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw. De eerste successen van de arbeidersbeweging bleken uit de groei van de Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij. De tentoonstelling omvat een affiche van de partij met de ‘pyramide’ van de sociale ongelijkheid, een afspiegeling van de erg hiërarchische samenleving met de tsaar en de elite aan de top, gevolgd door de adel, de grootgrondbezitters, de generaals en de verantwoordelijken van de orthodoxe kerk terwijl de werkende klasse en de arme boeren de volledige structuur dragen.

Daar tegenover staat een regimegezinde afbeelding: een “etnografische kaart” van het tsaristische rijk met alle volkeren die “allemaal samenleven.” Nochtans was het Russische rijk een “gevangenis voor nationaliteiten,” zoals Lenin het omschreef. De massa’s van arme boeren leefden in vreselijke omstandigheden. Die levensomstandigheden worden getoond aan de hand van het primitieve schoeisel op het platteland met schoenen uit houtschors.

De steunpilaren van het tsaristische regime, zoals de Orthodoxe kerk, komen uitgebreid aan bod op de tentoonstelling. De macht en  mystiek van de koninklijke familie was zo groot dat het bij de kroning van tsaar Nicolas II tot paniek kwam onder de toegestroomde massa. Er vielen daarbij heel wat doden. De onverschilligheid van de koninklijke familie na deze tragedie was een belangrijke factor in de aftakeling van het imago van de tsaar. De tentoonstelling wijst terecht op de snelle groei en de politieke effecten van de jonge, militante Russische arbeidersklasse die van 1,4 miljoen werkenden in 1890 groeide tot 2,9 miljoen in 1912. In 1913 leefde 15% van de bevolking in de steden.

Een acteur brengt het verhaal van de vrouw van een eigenaar van een textielfabriek in Sint Petersburg (omgedoopt tot Petrograd in 1914) waaruit de angst van de heersende klasse in de revolutie van 1905 blijkt. Jammer genoeg wordt niet ingegaan op de cruciale rol van de arbeidersraad (‘sovjet’) van St Petersburg, een raad geleid door Trotski. De contrarevolutie slaagde erin om de revolutie de kop in te drukken, maar de beweging had een grote internationale impact. Er is een opmerkelijke Franse stille film die een jaar na de gebeurtenissen werd gemaakt waaruit de sympathie voor de moedige revolutionairen blijkt.

De repressie was brutaal. De kortstondige ‘hervormingen’ van de tsaar – zoals het opzetten van een parlement, de Doema, dat te radicaal was en bijgevolg meteen terug afgeschaft werd – gaven enkel aanleiding tot grotere revolutionaire bewegingen. Satirische kunst uit die tijd toont een bijna algemene afkeer tegen het regime in die periode.

Naarmate de Eerste Wereldoorlog bleef aanslepen met een enorme menselijke tol en terreinverlies aan het Duitse leger, werden ook de rijen om aan te schuiven voor brood in de grote steden langer. Massaal protest van de werkenden overspoelde Petrograd. De tsaar kon zijn bewind onmogelijk in stand houden: hij werd omvergeworpen in februari 1917. De tentoonstelling stelt terecht dat e steun voor de Bolsjewieken groter werd omwille van Lenin’s standpunt van “geen compromissen met de Voorlopige Regering” die de oorlog verderzette en geen antwoorden had op de extreme sociale en economische crisis.

Van daaruit gaat de tentoonstelling snel over tot de Oktoberrevolutie. Dit wordt niet voorgesteld als een staatsgreep, zoals het doorgaans in de burgerlijke versies wordt gebracht. Er wordt integendeel duidelijk gemaakt dat de Bolsjewieken de macht konden grijpen omdat ze de steun kregen van een meerderheid in de sovjets en omdat de pro-kapitalistische Voorlopige Regering zowat alle steun verloren was.

Er is veel aandacht voor de burgeroorlog tussen het nieuw gevormde Rode Leger onder leiding van Trotski en de Witte contrarevolutionaire krachten die gesteund werden door buitenlandse imperialistische machten. Een grote digitale kaart toont het terreinverlies en de winst van beide kanten tussen 1917 en 1922, het ogenblik waarop het Rode Leger uiteindelijk de overwinning behaalt. De tentoonstelling gaat in op de Witte terreur en de reactionaire propaganda ervan, met inbegrip van antisemitische provocaties.

De Witte contrarevolutie kon de boeren en arbeiders geen andere oplossing aanbieden dan een terugkeer naar onderdrukking door grootgrondbezitters en klassenuitbuiting. De tentoonstelling toont enkele handgeschreven “sovjet orders” van Trotski rond de rechten van soldaten, de lonen en de arbeidsvoorwaarden. Onder één ervan staat een niet ondertekende opmerking, wellicht van Lenin, waarin wordt aangedrongen om de kwestie snel aan te pakken.

Foto’s tonen de trein van Trotski die de leiding van het Rode Leger van het ene front naar het andere bracht. Revolutionaire affiches, verklaringen die de Britse troepen opriepen om niet voor hun kapitalistische heersers te vechten, items van het uniform van het Rode Leger en een spandoek (met vervaagde goedkope rode verf) met de slogan ‘Vrede en land: oorlog aan de paleizen’, … tonen een vastberaden verdediging van de jonge Sovjet-Unie door het leger van werkenden en boeren. De impact van de revolutie op cultuur, kunst en literatuur komt aan bod net als de sociale hervormingen die door de Bolsjewieken werden doorgevoerd, zoals een massale alfabetiseringscampagne.

De militaire rol van Stalin in de burgeroorlog werd nadien sterk overdreven in de Sovjet-propaganda. Dergelijke mythes waren nodig om de leidinggevende rol van Stalin in de bureaucratische dictatuur die eind jaren 1920 en begin jaren 1930 ontstond te ondersteunen. De opstand van Kronstadt in 1921 wordt vermeld, maar niet uitgelegd. Dat was een mislukte opstand tegen de Bolsjewieken op de marinebasis van Kronstadt als gevolg van de harde omstandigheden in e burgeroorlog. De opstand werd geleid door anarchisten en positief onthaald door Mensewieken en andere contrarevolutionaire krachten.

Het slot van de tentoonstelling gaat over de internationale impact van 1917 met videobeelden van de Duitse Revolutie van 1918 tot publicaties over de kortstondige heldhaftige sovjet van Limerick in 1919. Uitleg over het opzetten van de Derde Internationale benadrukt het belang dat de Bolsjewieken hechtten aan de wereldwijde socialistische revolutie. Ondanks een aantal beperkingen, staat de bezoekers van deze mooie tentoonstelling enkele interessante uren te wachten.