Leon Trotski: “De revolutie is in gevaar”

Na de Juli-demonstraties van 3 tot 5 juli in de hoofdstad Petersburg werden de Bolsjewiki en andere marxisten zwaar vervolgd en hard onderdrukt. De reactionaire krachten verzamelden en versterkten zich, een militaire staatsgreep leek aanstaande. Deze ontwikkelingen werden door Leon Trotski geanalyseerd in het blad Vpered (Voorwaarts) nummer 7, 25 juli 1917. Voor het eerst in het Engels vertaald door Pete Dickenson, in het Nederlands door Peter den Haan. Een verkorte versie van dit artikel is eerder verschenen in Socialism Today nr.210, magazine van de Socialist Party (Engeland en Wales).

De Revolutie is in gevaar- maar alleen van die kant waar ze werkelijk door bedreigd kan worden, van de zijde der contrarevolutie. Alle geruchten dat de contrarevolutie kan binnenkomen of binnenkomt door het ‘Bolsjewistische lek’ zijn in de praktijk inhoudsloze onzin. Op zijn best zou het kunnen betekenen dat de contrarevolutie altijd bereid is misbruik te maken van een of andere misstap van de revolutionaire partij. Maar de spil in dit verhaal is en blijft de contrarevolutie, haar klassensamenstelling, haar belangen, voornemens en kracht.

De contrarevolutie bestaat vooral uit de Monarchie, de Bureaucratie (die van de Overheid en van de Kerk), het oude officierencorps, de adel, de Abdijen en, als laatste, de imperialistische bourgeoisie en haar neefje, de Europese diplomaten. De gebeurtenissen van 3 tot en met 5 juli hebben de contrarevolutie niet gecreëerd, alleen maar blootgelegd. De blinden en halfzienden werden gedwongen hun schellen van de ogen te werpen, alleen maar om te zien dat het werkelijke gevaar voor de revolutie van rechts kwam, van de kant van de reactionaire krachten. Die krachten in de samenleving die nog niet door de revolutie zijn ondermijnd en die hopen hun politieke macht te herwinnen.

De eerste Voorlopige Regering en de tweede coalitie zagen het als haar voornaamste taak om het ‘land te leiden’ tot aan de Grondwettelijke Vergadering. In afwachting van haar bijeenroeping werden alle kwesties die tot de Revolutie hadden geleid uitgesteld. Het is precies dit beleid van vertragen en uitstellen dat onvermijdelijk de interne tegenstellingen verscherpte en tot een verschrikkelijke crisis leidde; ruim voordat de Grondwettelijke vergadering bijeen is geroepen.

‘In principe’ ging men er van uit dat Rusland een republiek zou worden. Maar de Voorlopige Regering durfde de republiek niet officieel uit te roepen en de gevolgen hiervan te aanvaarden, voor de rangen en standen van de adel, het grootgrondbezit, enzovoorts. De functie van hoofd van de regering bleef voorbehouden aan een prins en de titels van Groothertog en Groothertogin der Romanovs’ bleef gehandhaafd [1]. En dus bleef het karakter van de staat een vraagteken. Tegelijkertijd leidde het vooruitzicht van het uitroepen van een republiek tot hoogspanning onder de monarchistische elementen in de maanden die hen nog zouden resten en bij de eerste gelegenheid die zich voordeed  zetten ze alles op het spel.

De leuze van overdracht van het land van de grootgrondbezitters aan het volk en dergelijke werden min of meer semiofficieel gepropageerd. Maar deze leus heeft nog niets opgeleverd in de zin dat het grootgrondbezit is afgeschaft en de bevolking feitelijk recht op een eigen stukje land heeft gekregen. Met het oog op de voortdurende economische controle van de landadel en het grootgrondbezit op het platteland, hebben de boeren maar weinig vertrouwen in de abstracte en heilzame werking van een revolutie wier centrale organen zich op zeer ruime afstand bevinden. Dit vormde de voedingsbodem voor de chaotische inbezitnames en oproer aan de ene kant en voor de Zwarte Honderd demagogie aan de andere [2]. De landheren kregen niet alleen een pijnlijke waarschuwing, maar ook een behoorlijke periode de tijd – tot aan de grondwettelijke vergadering – om hun krachten tegen dit gevaar te mobiliseren en, indien mogelijk, de revolutie uit het zadel te wippen.

Hetzelfde treft men aan op allerhande gebied. Van boven af worden de democratische principes gebezigd, maar omdat alle reactionaire bureaucraten en rechters zijn blijven zitten, is het staatsapparaat in grote mate een verzamelplaats van antirevolutionaire krachten geworden, of een dekmantel hiervoor. Deze monsterlijke tegenstelling werd met hernieuwde scherpte gevoeld door hen, wier lichaam nog niet was hersteld van de ellende van de tsaristische ketenen. Bovendien haastte de contrarevolutionaire bureaucratie, de Zwarte Honderd en de Kadetten zich, gebruikmakend van hun officiële positie, om de revolutie ‘schipbreuk’ te laten leiden [3].

Het leger heeft de zwaarste schokken te verduren gekregen van de revolutie. De oude ijzeren discipline verging tot stof. In militaire eenheden werd een democratisch regime gevestigd, alles werd besproken en bekritiseerd. Het vraagstuk van oorlog of vrede werd rechtstreeks aan de orde gesteld in het bewustzijn van de soldaten. Het programma dat door de Sowjets naar voren werd gebracht en in woorden door de regering werd overgenomen – voor vrede zonder annexaties en een herziening van de oude verdragen – versterkte in de hoofden van de soldaten alleen maar de haat voor alles en iedereen die de oorlog wenste te verlengen, de open of heimelijke aanhangers van annexaties en de voorstanders van een nieuw offensief tegen elke prijs. Terwijl alle hete hangijzers werden doorgeschoven tot na de grondwettelijke vergadering en de herziening van de oude verdragen met de bondgenoten onder in de la verdwenen, nam de regering de mogelijkheid van het uitstellen van het offensief juist niet in overweging.

Het uiteenvallen van het leger, met alle tragische gevolgen van dien, resulteerde in de tegenstelling van aan de ene kant aangewakkerde hoop en de mooie voornemens van de regering en aan de andere kant haar volledige diplomatieke onmacht.

Op een zeer directe manier voelde de massa de ondragelijke tegenstelling waarin de revolutie verzeild was geraakt. De pogingen van de massa’s om deze tegenstellingen op hun eigen manier te overwinnen werden van boven af beschouwd als ‘anarchie’. Toen de matrozen in Kronstad hun van bovenaf aangestelde commissaris, de Kadet Pepeljeva, eigenhandig weer afzette, brulde de complete media met voorop de Sociaalrevolutionairen en Mensjewiki, over de afsplitsing van Kronstad van Rusland. Een van de aanhangers van Alexinskie vervalste zelfs een ‘eenheidsmunt’ van Kronstad [4]. Op allerlei manieren werd geprobeerd de matrozen van Kronstad angst aan te jagen, zelfs zover dat de Sowjet van Boerenafgevaardigden dreigde om de broodvoorziening vanuit de dorpen te staken. De spanningen tussen de linkervleugel van de revolutie en het kleinburgerlijke centrum werd door dit soort praktijken enorm vergroot.

De arbeiders van Petersburg, die zich in het centrum van het politieke leven van het land bevinden, ondervinden het scherpst de nadelige effecten van de economische ineenstorting en de mobilisatie van de contrarevolutionaire krachten, samenspannend met een in het binnenland machteloze regering. Toen de arbeiders van Petrograd in steeds grotere aantallen de overdracht van de macht aan de Sowjet eisten, verklaarden de SR-ren en de Mensjewiki dit uit de ‘achterlijkheid’ van de massa’s [5]. En zo bleek opeens dat het meest onontwikkelde deel van het grote revolutionaire leger het proletariaat van Petrograd was!

Hiertegenover werd de autoriteit van de provincies en de boerenbevolking geplaatst en er werd gedreigd dat Rusland de ‘rekening zou vereffenen’ met Petrograd. In het gevecht voor een duidelijk niet levensvatbare ‘coalitiepolitiek’, zagen de leidende partijen in de Sowjet zich gedwongen de wereld op zijn kop te zetten en de Peterburgse voorhoede van de revolutie te brandmerken als de grootste vijanden van de boerenbevolking en de boeren-soldaten. Met als gevolg dat de revolutionaire waakzaamheid van de arbeiders van Petersburg omsloeg in nerveuze achterdocht. En dat was de noodzakelijke psychologische voorwaarde achter de gebeurtenissen van 3 tot en met 5 juli.

Het demonstratieve opstappen van de Kadetten legde de volslagen onzinnigheid van de regeringscoalitie bloot, die de SR-en en Mensjewiki met een aan zelfmoord grenzende blindheid hadden gesteund. Waarom de Kadetten precies op 2 juli de coalitie verkozen op te blazen is op dit moment niet precies te zeggen. De kwestie rond de Oekraïne was maar een voorwendsel. Het is zeer wel mogelijk dat de Kadetten bepaalde toezeggingen van de Amerikaanse beurshandelaren hadden gekregen (Senator Root’s  werkbezoek!) dat zij geen geld zouden verstrekken aan een pure Sowjetregering. En dat ze met deze troefkaart in handen de ‘revolutionaire democratie’ poogden af te persen [6]. Maar het is ook mogelijk dat de Kadetten, als de belangrijkste aanstichters van het offensief aan het front en waar zij dus verantwoordelijk voor werden beschouwd en waarmee ze waren verbonden, grote haast hadden om zich uit de regering terug te trekken toen het offensief omsloeg in een tragische terugtocht. Uiteindelijk toonden de Kadetten door deze handelswijze hun ware aard als contrarevolutionaire afpersers en dat van de coalitieregering als tegen de bevolking gericht. Dat terwijl de Mensjewiki en SR-en aan de volksmassa’s de coalitie hadden voorgespiegeld als de enig mogelijke redder van revolutie.

Toen wij zeiden en schreven dat de coalitieregering tot onvruchtbaarheid gedoemd was vanwege het interne gevecht van tegenstrijdige klassenkrachten werden we als demagogen bestempeld. Toen we beargumenteerden dat we in een alliantie met Konovalov en met Sjingarev zouden kunnen fluiten naar het afromen van 100% van de winsten, of zelfs maar 50% ervan en dat het onmogelijk was om de agrarische revolutie hand in hand met Prins Lvov door te voeren, werden we beschuldigd van het opwekken van ‘duistere krachten’ onder de gewone bevolking en van demagogie en aanstootgevend gedrag [7]. Maar toen de Kadetten uit de regering stapten en de deur dicht sloegen, waren de Mensjewiki en de SR-en gedwongen –zich verdedigend tegen de Kadetten en hen beschuldigend- alles te bevestigen dat wij eindeloos hadden herhaald sinds het begin van de coalitieregering.

Neem bijvoorbeeld de Rabochaya Gazeta, een blad dat de strijdbijl tegen het Bolsjewisme heeft opgenomen. Op 13 juli schreef dit orgaan van de Mensjewiki; “Al twee maanden lang weigert de Voorlopige Regering het gevecht aan te gaan tegen de verschrikkelijke economische ineenstorting. Konovalov vond het gepast zich uit de regering terug te trekken, precies op het moment dat de regering bekend maakte dat het noodzakelijk was om het economische leven te reguleren. Waarom was het dan noodzakelijk om Konovalov te behouden, terwijl om hem tevreden te houden het noodzakelijk was af te zien van elke maatregel, gericht om de economische ramp te bestrijden?” Uiteraard was het helemaal niet nodig Konovalov te behouden. Dat hebben we op dat moment al uitgelegd.

De Rabochaya Gazeta gaat verder: “De bondgenoten van Miljoekov in de regering, van de partij voor volksvrijheid, steunde zijn buitenlandse beleid volledig en diezelfde regeringsvertegenwoordigers betoonden hun solidariteit met de heer Konovalov.” Helemaal waar, precies zoals wij hebben gesteld.

En de krant van de Mensjewiki vervolgt: “Dhr. Sjingarev bleef doof voor alle oproepen van de Sowjetdelegatie in het Nationale Voedselcomité over de noodzaak om de economische activiteit te reguleren. En het Ministerie van Handel en Industrie, onder leiding van de kadet Stepanov bleef, na het opstappen van Konovalov, een bastion in handen van de kapitalisten in hun strijd tegen de arbeiders en tegen het reguleren van het economische leven.” Wederom de spijker op z’n kop, precies zoals wij de rol van ‘kapitalistische ministers’ in de coalitieregering hadden gekarakteriseerd.

“En toen”, zo stelt Rabochaya Gazeta, “botste de revolutie met diezelfde personen, door hun oppositie in de pogingen om de acute nationale problemen in de Oekraïne op te lossen, evenals in haar pogingen om de anarchistische inbeslagnames van de grote landerijen door de boeren te stoppen, door de autoriteit van de landcomités te versterken ter verdeling van het land en de geschillen rond landverdeling te slechten. Had ze de Kadetten of  Lvov haar zin moeten geven? Had ze de Oekraïne desnoods gewapenderhand moeten neerslaan in plaats van een compromis te sluiten, of had ze het gevecht moeten aangaan met de boeren, in plaats van onmiddellijk, voor een deel dan, de boeren tegemoet te komen?”

En zo geeft de Rabochaya Gazeta openlijk toe dat de ‘socialistische ministers’ de boeren zelfs niet gedeeltelijk (!!) tegemoet konden komen omdat de kapitalistische ministers dit niet toelieten. Wij zeiden precies hetzelfde tegen de werkende bevolking en precies daarom werden we beschuldigd van demagogie door de gehele pers, de een na de ander, van Novoe Vremja tot de Rabochaya Gazeta.

Op het Al-Russische Congres nam Tseretelli de verantwoordelijkheid voor de gehele regering op zich [8]. De officiële sprekers probeerden de afgevaardigden te laten geloven dat geen enkele maatregel die was voorgesteld door een ‘socialistische minister’ werd tegengehouden door de burgerlijke meerderheid. Pesjekonov rapporteerde dat de ‘tegenstand van de bourgeoisie was gebroken’ [9]. Skobolev bezwoer het congres dat het opstappen van Konovalov om ‘puur persoonlijke redenen’ was en dit op geen enkele manier een verschil van opvattingen betekende tussen het georganiseerde kapitaal en het economische beleid van de democratie [10]. Het waren allemaal leugens. Ze hebben de afgevaardigden en het hele volk misleid. En toen we probeerden de dingen te laten zien zoals ze werkelijk waren en zeiden dat de Rabochaya Gazeta of de Dyelo Naroda zich hierover moesten uitspreken, werden we beschuldigd van demagogie en het ondermijnen van de autoriteit van de revolutionaire regering [11].

Als onder demagogie wordt begrepen de bevolking voorzien van valse informatie en het met voorbedachten rade achterhouden van belangrijke informatie met als doel om zo onder de bevolking op kunstmatige wijze een gunstige stemming te creëren voor de politieke plannen van partijen en groeperingen, dan was demagogie de kern van het beleid van de heersende groepen van de Sowjetmeerderheid. En als je, net als Lasalle, gelooft dat revolutionaire politiek begint met het stellen van ‘wat is’, dan was ons beleid revolutionair [12].

De massa’s in Petrograd klopten aan op de deur van de Sowjet, meermaals een doortastender binnenlands en buitenlands beleid eisend. Ze werden onthaald op volledige desinteresse en vijandigheid. Ze kregen als antwoord dat ze de zaak van de contrarevolutie hielpen. Ondertussen kon het niet anders dan dat diezelfde massa’s zagen dat alle organen van de contrarevolutie waren gericht op het bitter vervolgen van de Bolsjewieken, de arbeiders uit Petrograd en degenen uit Kronstad. Novoe Vremya, Russkoe Volja, Petrogradski Listok, Malinkaja Gazeta en Rech namen woord voor woord de beschuldigingen van de Mensjewieken en SR-en tegen de Bolsjewiki over. Ze drukten het portret van Tseretelli af als ‘vernietiger van de Bolsjewiki’ en in kolom na kolom weefden ze een web van schandelijke laster tegen de revolutionaire internationalisten, zich systematisch verschuilend achter de autoriteit van de Sowjet en de socialistische ministers [13].

Het is zeer wel mogelijk dat Zwarte Honderd avonturiers zich in de Bolsjewistische organisatie hebben weten te wurmen met als doel gebruik te maken van ‘haar actie’, op dezelfde manier hoe vroeger tsaristische schurken probeerden onze revolutionaire demonstraties om te vormen tot Zwarte Honderd pogroms. Maar dit leverde geen enkel ideologisch verband op tussen het Bolsjewisme en de reactie. Integendeel. Een van de taken van de huurlingen van de contrarevolutie was het compromitteren van haar linkervleugel, als de meest serieuze hindernis op de weg naar herstel van de monarchie.

Deze avonturistische subversieve pogingen werden aangevuld met een informeel, maar niettemin echt, politiek blok van de volledige reactie met de Mensjewieken en de SR-en – tegen de Bolsjewiki. We kunnen het feit niet ontkennen dat elk anti-Bolsjewistisch artikel in de Rabochaya Gazeta of in Dyelo Naroda direkt werd overgenomen en herdrukt in alle zwarte en gele pers. En dat de Malinkaja Gazeta, lang voor de ‘onthullingen’ van Aleksinski en andere afpersers, in elke editie de arrestatie van kameraad Lenin eiste.

De pogingen om de Bolsjewieken op een hoop te gooien met de “Duistere Krachten” waren juist daarom zo schandalig omdat het precies de vertegenwoordigers van de Bolsjewiki zijn geweest die het groeiende contrarevolutionaire gevaar bij het Democratisch Centrum met klem onder de aandacht hebben gebracht en onvermoeid het uitmesten van de nesten van de Zwarte Honderd hebben geëist. Het was juist in die geest dat de arbeiderssectie van de Sowjet van Petrograd een resolutie aannam op die tragische 3 juli.

Het opstappen van de Kadetten uit de regering en de onmiddellijke uitbraak van onthullingen over het interne karakter van de coalitieregering maakten aan de arbeiders en soldaten van Petrograd duidelijk dat wij wel goed hadden begrepen wat er in de top gebeurde. Er was niets gedaan om de anarchie in de productie te stoppen, omdat de vertegenwoordigers van de stakingsbrekers in de regering dit voorkwamen. Er was niets gedaan met het agrarische vraagstuk omdat het niet mocht van Lvov. Er werd in de praktijk niets serieus ondernomen in het gevecht voor de vrede, omdat het volledige buitenlandse beleid van het revolutionaire Rusland nog via de oude imperialistische routes verliep. Dit alles werd in zijn geheel bevestigd op 2 juli. In de ogen van de bevolking was de coalitieregering van de afgelopen twee maanden een groot zwart gat. Hoeveel kostbare tijd is er niet verloren gegaan, verspild aan kunstige prietpraat om de bevolking een rad voor ogen te draaien over wat er werkelijk aan de hand was – en in het opjagen van de Bolsjewieken.

De arbeiders en soldaten van Petrograd, juist omdat ze het voordeel hadden dichter op het vuur van de gebeurtenissen te zitten dan de rest van de bevolking, hadden juist daarom het gevoel van de noodzaak om direct op het zich ontwikkelen van de crisis in te grijpen. De meerderheid van de bevolking had er geen vertrouwen in dat de officiële leiders van de democratie de noodzakelijke conclusies uit de situatie zouden trekken en namen hun toevlucht tot heldhaftige maatregelen. “Verenig je met ons, in plaats van met de Kapitalisten!” Dat is wat de revolutionaire arbeiders in de richting van het revolutionaire centrum wilde schreeuwen, dat zich in het Taurische paleis had genesteld.

Geen van de revolutionaire partijen of verantwoordelijke groepen heeft de arbeiders opgeroepen de straat op te gaan op 3 juli en al zeker niet met de wapens in de hand. Dit is officieel vastgesteld op de uitgebreide zitting van het Uitvoerend Comité door de rapporteur Voitinski. Het tegendeel was het geval, net als alle andere partijen riepen de Bolsjewieken de arbeiders en soldaten op thuis te blijven. Niettemin gingen de massa’s de straat op. Gewapenderhand.

Welke rol  hebben de contrarevolutionaire provocaties of Duitse agenten hier in gespeeld? Op dit moment is dat zeer moeilijk vast te stellen. De gezamenlijke pers heeft zo’n dik rookgordijn van kwaadaardige leugens rond de gebeurtenissen van 3 en 4 juli gecreëerd, dat feiten of personen onzichtbaar bleven. Er zit niet anders op dan de resultaten van een officieel onderzoek af te wachten – niet datgene wat de hogepriesters der gerechtigheid in samenspraak met Aleksinski hebben geproduceerd. Maar het is al wel mogelijk om met zekerheid te zeggen dat de resultaten van zo’n onderzoek licht zullen werpen op het werk van de Zwarte Honderd bendes en de clandestiene rol van Duits, Engels of echt Russisch goud, het een of het ander, of alle drie. Maar geen enkel juridisch onderzoek kan de politieke betekenis van de gebeurtenissen veranderen.

De arbeiders en soldatenmassa’s van Petrograd konden niet omgekocht worden en zijn niet omgekocht. Zij zijn niet in dienst van Wilhelm, Buchanan of Miljoekov [14]. Schurkachtige huurlingen zijn in staat om met meer of minder succes een beweging voor hun eigen doeleinden  te laten ontsporen. Maar de beweging zelf was voorbereid, door de oorlog, de dreigende hongersnood, de reactie die zijn kop weer oprichtte, de hersenloze regering, het avontuur van het offensief en door het politieke wantrouwen en de revolutionaire onrust van de arbeiders en de soldaten.

De burgerlijke regeringspers heeft het over ‘gewapende opstand’ die is neergeslagen door de ‘werkelijke’ krachten van de revolutie. Er zijn geen greintje waarheid in dit officiële cliché dat al is neergezet om de gebeurtenissen van 3 en 4 juli te karakteriseren. De leus van de demonstratie was: “Alle macht aan de Sowjet”. De demonstranten paradeerden in optocht langs het gebouw van de Sowjet. Tegen wie was deze opstand gericht? De vervalsers, zich nergens wat van aantrekkend, hebben het over een poging om ‘de macht te grijpen’. Door wie? Hoe kwam deze poging tot machtsgreep tot uiting?

Als beschuldiging gebruiken ze de poging van demonstranten om Kerenski, Tseretelli en Tsjernov te arresteren. Iemand claimt dat een bepaalde groep Kerenski wilde arresteren, maar deze kwam te laat op het station aan. Een deel van de arbeiders van de Putilov fabriek riep heetgebakerd dat Tseretelli het paleis uit moest komen om hun vragen te beantwoorden. En als laatste, was er een groep van verdachte personen die zich bewust rond de ingang van het Taurische paleis hadden verzameld, om achter de rug van de massa’s om,Tsjernov inderdaad vast te nemen. Maar het was de moeite waard om de demonstranten publiekelijk te betrekken bij deze poging die mislukte omdat het groepje relschoppers meteen uit elkaar viel en Tsjernov zo terug naar zijn paleis kon keren [15]. Dat is alles wat er werkelijk aan de hand was. Tienduizenden demonstranten hadden hier helemaal niets mee te maken. En de leiders van de demonstrerende fabrieken en regimenten hebben ongetwijfeld pas de volgende dag via de kranten voor het eerst van deze ‘pogingen’ tot arrestatie gehoord.

Ongeacht alle verzinsels van de pers, de valse verklaringen en de fantasieën van de diverse geheime diensten, blijft het onbetwistbare feit staan, dat vele tienduizenden arbeiders en gewapende soldaten die bijna ongemoeid door de straten van Petrograd trokken op 3 en 4 juli, geen enkele poging hebben ondernomen om de macht over te nemen van een der staatsorganen of politieke instituten. Alleen al dit feit bewijst voor eens en altijd dat er op dat moment niet het minste teken van politieke voorbereidingen tot ‘machtsovername’ plaatsvond. Een opgewonden deel brak van de demonstratie om te protesteren. Dat ze wapens bij zich hadden was omdat ze bang waren voor een gewapende aanval van de  contrarevolutie. Laaghartige treiterij in de voorgaande maanden had de arbeiders en soldaten zeer achterdochtig gemaakt ten aanzien van Nevski Prospect en de gewapende elementen die daarbij hoorden. De enige gedachte van de demonstranten was om de contrarevolutie ondergronds te jagen door de wapens te tonen en zo de weg vrij te maken voor de demonstratieve optocht.

Desalniettemin werden er schoten gelost en bloed gemorst en waren er slachtoffers. Welk geweer er als eerste afging zal wel nooit worden vastgesteld. Maar er is geen twijfel over dat er kogels tussen zaten die vooraf waren betaald met Duitse marken, Engelse ponden en zuivere Russische zilveren roebels. Deze schaamteloze clandestiene provocatie, die zwaar leunde op (legale) onschendbaarheid, speelde een fatale rol in de gebeurtenissen van 3 -5 juli. Deze rol klip en klaar bloot te leggen is de taak van een onderzoek. Maar ook dan, zelfs als het onderzoek diepgravend zal willen zijn, zal dat toch niet veel kunnen veranderen aan het politieke gezicht van de gebeurtenissen.

Op 4 juli probeerden de Bolsjewieken, in een blok met de Interrayonisten, grip te krijgen op de spontaan ontwikkelende beweging, in een poging deze tot een vreedzame interventie en een politieke vorm te gieten [16]. Wij vinden dat we aan niemand excuus verschuldigd zijn, ook niet aan de platonische ‘kritiek’ van Novaya Dzjhizn – dat we geen stap terug hebben gedaan en ons niet aan de zijlijn hebben opgesteld – zodat Generaal Polovtsjev kon ‘praten’ met de demonstranten [17]. Hoe dan ook kon onze interventie, van welke kant je het ook bekijkt, het aantal slachtoffers niet hebben kunnen doen toenemen of de gewapende chaotische demonstratie hebben kunnen omzetten in een politieke opstand. Dat is volkomen duidelijk uit het hele plaatje rond de gebeurtenissen en vanuit  haar interne logica. Uit naam van het bewaken van de elementaire politieke integriteit zouden de eersten die hadden moeten opstaan tegen de standaard politieleugens de leiders van de SR-en en de Mensjewieken moeten zijn; als ze niet haar laatste restje van hun revolutionaire instinct hadden verloren, net als hun socialistische principes.

Platonische criticasters zijn die commentatoren aan de zijlijn van de beweging,  wiens beweringen geen gevolgen hebben, tenzij voor hun eigen gemoedsrust. Zulke criticasters, niet verbonden met de werkelijke bewegingen van het klassenbestaan van het proletariaat, worden makkelijk verleid met het idee dat ze over alle problemen hun schouders op kunnen halen. Maar het is vaak zo dat diegenen die het doelwit zijn van deze kritiek al alles weten wat de criticaster ook weet en nog een beetje meer daar bovenop.

Alleen simpele zielen kunnen geloven dat de gebeurtenissen van 3 tot 5 juli de revolutie tot een schipbreuk hebben geleid. Als de heftige politieke oproer in juli werkelijk het dak eraf heeft doen knallen, dan was dat een nep dak. Eentje dat de politieke werkelijkheid verhulde.

Wat duidelijk is geworden is de enorme kloof tussen aan de ene kant de grote bazen van de ‘revolutionaire democratie’ en aan de andere kant de voorhoede van de arbeidersklasse. Precies op het moment dat de liberale bourgeoisie openlijk brak met de SR-en en de Mensjewiki, bleek dat de leiders van deze laatsten, de liberale bourgeoisie najagend, zich uiteindelijk keerden tegen de meest revolutionaire vleugel van werkende massa’s. In de leus “Alle macht aan de Sowjet”, wat een samenvatting was van de ongelukkige ervaringen met de coalitieregering, zagen de leiders van de Sowjet in de allereerste plaats een revolte tegen de wil van de ‘revolutionaire democratie’. In plaats van te trachten zich aan het hoofd van de beweging te plaatsen en zo de feitelijke lijn van de ontwikkeling van de gehele revolutie te volgen en politiek te leiden, kwamen Kerenski, Tseretelli en anderen tot de conclusie om politiemethodes toe te passen om de veranderingsgezinden te ontwapenen. En dus, als straf voor hun onbehoorlijk gedrag, werden die soldaten en arbeiders ontwapend, die op het moment van gevaar de revolutie met het grootste offer zouden hebben verdedigd. Hier kan geen twijfel over bestaan.

Maar dat is nog  niet alles. Door Petrograd te ontwapenen hoopten de leiders van de Sowjet ongetwijfeld de liberale bourgeoisie af te kopen, door ze een stevig staaltje van hun krachtdadigheid te tonen en hun bestuurlijke rijpheid. Maar het resultaat was het tegenovergestelde. De liberale bourgeoisie had al concessies gedaan, uit angst dat de kleinburgerlijke democraten met haar zouden breken en samen zou gaan met het revolutionaire proletariaat. Hoe dieper de kloof tussen het SR en Mensjewiki centrum en de linkervleugel werd als gevolg van het beleid van slappe toegevingen, des te onwrikbaarder de bourgeoisie zich opstelde. De ontoegeeflijkheid van de bourgeoisie sloeg om in provocerende onbeschoftheid zodra Kerenski, Tseretelli en Tsjcheidse zich hadden ontdaan van hun linkervleugel door het revolutionaire Petrograd te ontwapenen.

En hier boven op kwam de rampspoed aan het front. Al aan het begin van het Al-Russische Sowjet Congres in begin juni, hadden de Bolsjewistische fractie en de Verenigde internationalisten in hun verklaring gewaarschuwd dat het geplande offensief niet was voorbereid, noch materieel, noch ideologisch en dat zij voor het leger fataal kon worden, door haar interne samenhang te vernietigen. De roeptoeterende voorstanders van het offensief noemden deze waarschuwing een ‘belediging’ van het leger. Maar wederom moest vastgesteld worden dat officieel patriottisme slechts zelden gepaard gaat met inzicht. De voorspellingen die we toen hebben gemaakt zijn op een verschrikkelijke manier bevestigd.

Zij die niets voorzagen – of nog erger, zij die naar de pijpen van de bondgenoten dansten en blind waren voor de realiteit en de noden van de revolutie, proberen nu vol schaamte de verantwoordelijkheid van de voortdurende ineenstorting aan het front op de Bolsjewieken af te wentelen. Maar deze aandrang verandert niets aan de situatie. De gok van het offensief leidde tot de rampspoed van de terugtocht en dreigt het leger en de revolutie te verslinden. En zelfs als Petrograd niet het drama van 3 tot 5 juli had doorgemaakt, dan nog hadden de gebeurtenissen aan het front de politiek van illusies en mooipraterij doorbroken. En haar belangrijkste vertegenwoordigers waren Tseretelli en Kerenski.

Dit is dezelfde gedachtegang die de tsaristische generaals al toepasten op de Joden om hun eigen falen te verhullen. Het is voldoende om in de toespraken van bijvoorbeeld een Liber, het woord Jood door Bolsjewiek te vervangen en je hebt een typisch voorbeeld van de militaire pogrom literatuur [18]. En dat is geen toeval. De Libers, net als de tsaristische generaals, hebben hetzelfde motief. Om de aandacht van de massa’s af te leiden van het bakroet van hun beleid en de woede en frustratie af te schuiven op een derde partij. Het is een politiek van lafheid, impotentie en schande.

Het tijdelijke evenwicht werd genadeloos vernietigd. Oog in oog met de contrarevolutie en de ineenstorting van het leger moesten er buitengewone maatregelen worden genomen. Het Centraal Uitvoerend Comité maakte bekend dat een bestuur zou worden georganiseerd, een regering voor de redding van de ‘revolutie’. De semi-officiële pers legde uit dat het hier om een revolutionaire dictatuur ging. Wiens dictatuur? Over wie? In wiens naam? Een dictatuur van de massa’s over de bezittende klasse? Of een dictatuur van de bourgeoisie over het leger, de boeren en de arbeiders?

Na het vertrek van de Kadetten, probeerde de socialistische ministers toch bondgenoten te vinden onder de liberale bourgeoisie. Na hun afwijzing door de Kadetten waren ze bereid om met elke Bourgeois genoegen te nemen om hun leemtes aan te vullen. Het cartooneske karakter van deze nieuwe combinatie doet vermoeden dat het vooral was bedoeld om de geallieerde regeringen en de beurzen gerust te stellen. Het moge duidelijk zijn dat uit zulke omstandigheden nooit een revolutionaire dictatuur kan voort komen. Het proletariaat is vijandig en half verpletterd. De bourgeoisie deed op bittere wijze afstand van de macht om de kat uit de boom te kijken. In een bepaald opzicht is dit een opmaat naar een ‘supra-klasse’ Bonapartistische dictatuur. Maar om dit te doen slagen is het noodzakelijk dat er een passieve, conservatieve boerenklasse is en deze zich weerspiegelt in een ‘gedisciplineerd’ leger. Die omstandigheden bestaan bij ons nog niet. En daarom voelen Kerenski en Tseretelli, precies op het moment dat ze de volledige autoriteit toegeschoven kregen, zich duidelijk in het luchtledige rond hangen.

Een revolutionaire dictatuur is ondenkbaar, zeker een die tegen het proletariaat is gericht, zonder een verenigde, doorgewinterde revolutionaire klasse die bereid is ‘tot het einde’ te gaan. Een Bonapartistische dictatuur is onmogelijk bij de afwezigheid van boeren die tevreden zijn met hun stukje grond en een zegevierend leger. Blijft over een derde type van dictatuur; een partij van “orde”, die heerst over het proletariaat, het leger en de arme dorpelingen.

En precies daarop hebben Kerenski en Tseretelli hun energie gericht. Na het neerslaan van de Bolsjewistische centra, het ontwapenen van arbeiders en ‘onbetrouwbare’ soldaten, het herstellen van de doodstraf in het leger, traden de hoofden van de Sowjet direct in onderhandeling met onderhandelingen met de Kadetpartij en met vertegenwoordigers van de meest invloedrijke burgerlijke organisaties. De regering van ‘revolutionaire redding’’ begon met een voorstel om samen te werken met de organisaties van de contrarevolutie. Met de steun van de Staatsdoema, de beurscomités, de grote en kleine organisaties van fabriekseigenaren, etc. moest de Staatsconferentie in Moskou een nieuw hoofdstuk openen; een definitieve breuk met de leiders van de kleinburgerij en het proletariaat die in het begin juist werd gepromoot; een definitieve capitulatie aan het imperialistische kapitaal en een definitieve liquidatie van de revolutie uit naam van de kapitalistische orde [19].

Maar men liep onderweg tegen grote problemen aan. De eisen van de bourgeoisie namen sneller toe dan de bereidheid van de leiders van de kleinburgerij om compromissen te sluiten. En het agrarische vraagstuk werd onmiddellijk een struikelblok.

De minister van Landbouw, Tsjernov, deed geen enkele poging om in de geest van het programma van de SR-en te handelen, waarin werd beloofd dat de partij niet alleen in de Grondwettelijke Vergadering voor landhervormingen zou opkomen, maar ook in de huidige revolutionaire periode. Tsjernov sprak zich uit tegen ‘aparte’(?!) oplossingen en volledig bezwijkend aan de druk vanuit de burgerlijke partijen, drong hij aan om alle problematische zaken uit te stellen tot na de grondwettelijke vergadering. Desondanks had hij, toen hij werd aangesteld als minister, toegezegd dat hij een decreet zou afkondigingen waarin allerlei grondtransacties na 1 maart zouden worden verboden, opdat grondbezitters en speculanten, gebruikmakend van echte dan wel fictieve transacties, niet de kans zouden krijgen om de verhoudingen in de landbouw te verstoren en de grondwettelijke vergadering voor een onmogelijke opgave zou plaatsen. Maar het bleek dat Tsjernov machteloos was om het decreet in de coalitieregering door te voeren, waarvoor de Sowjet de steun van de boeren had gevraagd. Uiteindelijk waren er de val van de coalitieregering, de tragische ongeregeldheden van 3 tot 5 juli en het aftreden van Lvov voor nodig om het decreet, zij het in gewijzigde vorm, alsnog van kracht te laten worden.

Het is buitengewoon onthullend dat zelfs de Narodnoe Volja, die zich op de uiterste rechtervleugel van de SR-en bevindt, het decreet als mosterd na de maaltijd beschouwt. Deze krant stelde: “Dit alles aanschouwend (een orgie van landverkopingen) kon de bevolking niet kalm blijven en nam in veel gevallen het recht in eigen hand. De gevolgen hiervan zijn maar al te goed bekend en zullen duidelijk aan het licht komen als de oogsttijd is aangebroken. Er is alle reden om aan te nemen dat de tegenvallende oogst dit jaar tot grote tekorten zal leiden. Deze teloorgang van de landbouw en in de economie had niet hoeven plaatsvinden en had, in alle gevallen, niet zo’n desastreuze omvang gekregen, als de Voorlopige Regering in de eerste dagen van haar bestaan voldoende doorzettingsvermogen en vasthoudendheid had betoond.”

“Had zij zich maar niet beperkt tot de enkele verklaring dat het agrarische vraagstuk door de Grondwettelijke Vergadering zou worden opgelost, maar onmiddellijk een aantal maatregelen had genomen die het doorvoeren van het decreet zouden garanderen! Zoals we weten is dit niet gebeurd. Pas na vier en een halve maand en na twee regeringswijzigingen, nadat de agrarische rampspoed zich over bijna geheel Rusland uitbreidde en, in essentie alle schade al was aangericht, bleek het mogelijk een decreet te publiceren, waarvan de noodzaak door onze partij en talloze boerencongressen meermalen werd aangegeven. Het is nu al duidelijk dat het decreet nog nauwelijks enig belang zal hebben, omdat wat er al gebeurd is, niet meer veranderd kan worden”, aldus Narodnoe Volja op 16 juli.

Naar onze mening zijn deze woorden, die duidelijk het werk van de coalitieregering opsommen en van bovenaf de algemene anarchie op het platteland propageert, te pessimistisch in haar conclusies. De landcomités, als ze de werkelijke macht over het land in handen krijgen, zouden veel van de malversaties kunnen ontrafelen en veel van de grondspeculaties in deze overgangsperiode terug kunnen draaien. Het enige waar het aan ontbreekt is een echte revolutionaire macht in het centrum. En precies om dat te voorkomen wil de bourgeoisie de leiding over de agrarische hervormingen in eigen hand houden en eist ze het aftreden van zelfs iemand als de zeer geduldige en bescheiden Tsjernov. De kleinburgerlijke ‘socialisten’ – die klaar staan om de Bourgeoisie de leiding te geven over het leger, over de internationale toekomst van Rusland en de binnenlandse “rust en orde”- zijn door hun besluiteloosheid tot stilstand gekomen. Voor hoe lang? Totdat de boeren alle hoop hebben verloren over de verdeling van het land. Daar ligt nu de sleutel in de hele politieke situatie.

‘De revolutie is in gevaar!’ zo stelt het Centraal Uitvoerend Comité. En zij loopt inderdaad gevaar. Niet omdat de arbeiders en soldaten van Petrograd, met wapens in de hand, de straat opgingen omdat zij vreesden voor het lot van de revolutie. Niet omdat bepaalde criminele bendes zinloze schietpartijen veroorzaakten in de straten. Maar omdat de officiële leiders van de boeren, na een periode van verwarring en aarzeling, besloten het pad van de contrarevolutionaire orde in te slaan. Toen Kerenski, Tseretelli en Tsjernov, het Centraal Comité van de revolutionaire sociaaldemocratie, zich onderwierpen aan een samenscholing van de politie, in onderhandeling traden met het centraal comité van de contrarevolutionaire partij van Miljoekov, dan is de revolutie inderdaad in gevaar. Met name in gevaar voor hen, die voor haar redding een dictatuur willen opzetten, machteloos in al haar heftigheid.

Gegeven dat een echte economische crisis en de ineenstorting van het leger aanstaande zijn, kan een heerschappij het land naar een hogere trap van ontwikkeling leiden, maar alleen als een heerschappij van de revolutie. Door de uitvoering van grote en kleine bestuurlijke, economische en agrarische hervormingen als urgente kwestie en haar zwaard tegen rechts te keren, tegen de contrarevolutionaire samenzwering van de burgerlijke gevestigde orde, de adel en de monarchistische officieren. Alleen de georganiseerde arbeidersklasse, in alliantie met de ploeterende massa’s op het platteland en de bewuste delen van het leger zijn in staat om zo’n bewind te vestigen.

De politieke taak is om de ervaringen van het verleden te gebruiken om de boerenmassa’s en de onderontwikkelde lagen van de arbeiders te bevrijden van de leiding van de “slechte herders”, die de revolutie op dit moment op een presenteerblaadje aanbieden aan haar grootste vijanden. De taak van de proletarische voorhoede is om haar rijen nauwer en sterker te verzamelen onder het banier van de strijd om politieke macht. Dwars door alle laster heen, waarmee de reactie probeert om de partij van het proletariaat in een isolement te drukken, om onze weg te vinden naar de breedste lagen van de  bevolking in de steden, aan het front en op het platteland. We moeten en zullen alle manieren van campagne, strijd en agitatie voeren moeten gebruiken, die voortvloeien uit de interne noodzaken van de revolutie en het proletarisch socialisme. Met alle maatregelen zullen we de structuren van de arbeiders, boeren en soldatenorganisaties verdedigen tegen de aanvallen van de progromistische reactie. We willen deze organisatiestructuren juist versterken, ontwikkelen en verbreden.

Het hangt in de eerste plaats van de Sowjet van Arbeiders, boeren en soldatenafgevaardigden zelf af, welke plaats zij zal innemen in het gevecht rond de ontwikkeling en vestiging van een heerschappij voor de gewone bevolking. In die mate dat de meerderheid samenwerkt, of zich laat meevoeren door de contrarevolutie en de pogromistische laster tegen de proletarische partij, zal zij snel worden weggevaagd door de politieke ontwikkelingen. Zolang wij nog binnen deze Sowjets actief kunnen zijn, zullen we natuurlijk met al onze energie vechten om deze van binnenuit te vernieuwen en hun beleid fundamenteel te veranderen. Wij zullen er alles aan doen om ervoor te zorgen dat de Sowjet toegerust zal zijn op de taken van de revolutie van morgen, door te reflecteren op die van nu. Maar hoe belangrijk de toekomst en het lot van de huidige sowjets ook zijn, voor ons zijn zij volledig ondergeschikt aan het gevecht om de politieke macht en voor de revolutionaire heerschappij van het proletariaat en de halfproletarische massa’s in de steden, het leger en het platteland.

Tijdens al deze arbeid zullen we vertrouwen op de ontwikkeling van de revolutie in Europa. In ons gevecht voor revolutionaire eenheid met de boerenbevolking, zullen we op geen enkel moment vergeten dat onze directe en meest dichtstbijzijnde bondgenoot de Europese arbeidersklasse is. Wij zullen geen enkele stap zetten die de nauwe banden die nu weer worden aangehaald met de revolutionaire arbeiders van alle landen kunnen doen verzwakken of verbreken. Juist met zo’n tactiek zullen we de Russische revolutie en dus ook de vrijheid en onafhankelijkheid van de Russische bevolking de grootste dienst bewijzen. ‘De Russische Revolutie is in gevaar!’. Zij kan alleen gered worden door het verder ontwikkelen van haar interne krachten, een urgent oplossen van haar taken en haar overgang van een Russische naar een internationale revolutie.

 

Verklarende Aantekeningen:

1] Romanov was de familienaam van de Tsaar.

2] De Zwarte Honderd waren antisemitische moordbendes, oorspronkelijk gesteund door Tsaar Nicolaas de 2e.

3] Kadetten (Constitutionele Democratische partij); een pro-Russische imperialistische liberale partij, geleid door Pavel Miljoekov.

4] De matrozen van Kronstad, de marinebasis vlakbij Petrograd, waren de meest strijdbare supporters van de revolutie. Gregory Aleksinki, lid van de Mensjewieken, was een belangrijke aanstichter van de laster tegen de Bolsjewistische partij in juli 1917.

5] De op de boerenbevolking gebaseerde Sociaal Revolutionaire partij en de Mensjewistische socialistische rechtervleugel vormden de linkerflank van de Voorlopige Regeringscoalitie en de leiding van de Sowjet van Petrograd en de Al-Russische sowjets.

6] Voormalig staatsecretaris van de Verenigde Staten, Elihu Root, leidde een handelsmissie naar Petrograd in juni, om druk uit te oefenen op de Voorlopige regering om de oorlog tegen Duitsland en de As-mogendheden te intensiveren.

7] Alexander Knovalov en Andrei Sjingarev waren leidende industriëlen in de Voorlopige Regering. Prins Lvov was haar eerste Minister-president.

8] Irakli Tseretelli; leidend mensjewiek, voorzitter van de Sowjet van Petrograd en Minister van Post en Telegrafie in de regering.

9] Alexej Pesjekhonov; leider van de Socialistische Volkspartij en Minister van Voedselvoorziening.

10] Matvey Skobelev; voormalig aanhanger van Trotski die in prominente mensjewiek werd in de sowjet van Petrograd en Minister van Arbeid in de Voorlopige  Regering.

11] Dyelo Naroda was een krant van de Sociaal Revolutionairen (SR-en).

12] Ferdinand Lasalle was de oprichter van de Duitse arbeiderspartij in de 19e eeuw.

13] Socialistische Ministers; dit is een verwijzing naar Tseretelli en Nicolai Tsjcheidse, leiders van de Mensjewistische partij en Alexander Kerenski en Victor Tsjerov, die de Sr-en leidde. Kerenski werd hoofd van de Voorlopige Regering na Prins Lvov en was ook Minister van oorlog.

14] Wilhelm verwijst naar de  Duitse keizer, Sir George Buchanan was de Britse ambassadeur in Petrograd.

15] een verwijzing naar een incident toen Tsjernov werd ingesloten door de menigte voor het Taurische paleis en Trotski persoonlijk ingreep om hem te ontzetten en zijn leven te redden.

16] Mezhraiontsi; de Interrayonale Organisatie, geleid door Trotski en Loenatsarki.

17] Novaja Dzjizn; krant onder redactie van Maxim Gorki, leider van de Verenigde Internationalisten.

18] Michael Liber was lid van de Mensjewieken en van de Bund; de Algemene Joodse Arbeidersvereniging. Tijdens de zuiveringen werd hijin 1937 in opdracht van Stalin vermoord.

19] De Staatsdoema was de naam van het raadgevende parlement tijdens de tsaristische periode, zij werd door de revolutie overvleugeld. De Staatsconferentie was een georkestreerd evenement in Moskou dat zwaar in het voordeel was opgezet voor de kapitalistische en monarchistische afgevaardigden. Een poging om de revolutie te omzeilen. Zij werd tijdens haar zitting geconfronteerd met een algemene staking in Moskou.