Rusland 1917: hoe kunst de revolutie mee vorm gaf

Affiche voor de film ‘Pantserkruiser Potemkin’. Foto: Wikimedia

De Russische Revolutie veegde in februari 1917 het dictatoriale bewind van de tsaar weg. In oktober volgde onder leiding van de Bolsjewieken een tweede revolutie waarna de eerste arbeidersstaat ter wereld werd opgezet. De samenleving werd overhoop gehaald: werkenden hadden de macht op basis van directe democratie in massale raden – in het Russisch: ‘sovjets’. Het was een tijd van bevrijding en hoop.

Dossier door Manny Thain uit het magazine ‘Bad Art’ – te verkrijgen in onze webshop

De opbouw van de fundamenten van een socialistische samenleving zou echter niet gemakkelijk zijn in zo’n arm land. De economie lag in puin door de rampzalige betrokkenheid in de Eerste Wereldoorlog als bondgenoot van het Britse en Franse imperialisme. Er volgde na de revolutie een burgeroorlog waarbij de reactionaire krachten van het oude regime gesteund werden door de militaire interventie van kapitalistische machten.

De beperkte middelen moesten gebruikt worden voor de verdediging van de arbeidersstaat, de heropbouw van de economie en om in de basisnoden van de bevolking te voorzien.

Ondanks die omstandigheden werd heel wat bereikt. In november 1917 werd het verstikkende monopolie van de kerk op onderwijs beëindigd. De onderwijsmethoden werden gemoderniseerd waardoor het relevant werd voor werkenden en jongeren op het platteland. Kinderen werden aangemoedigd om deel te nemen aan muziek, toneel, literatuur en kunst als onderdeel van een veelzijdige benadering van menselijke ontwikkeling. Het hoger onderwijs werd gratis.

Vanaf augustus 1918 trokken agitatie-treinen door het land om nieuws over de doelstellingen van de revolutie te verspreiden: democratische besluitvorming, landhervorming, gelijkheid voor vrouwen, het recht op zelfbeschikking voor naties, internationale solidariteit.

De treinstellen waren erg kleurrijk geschilderd rond verschillende thema’s. Ze versterkten de verbeelding in de debatten, het nieuws en de verslagen van de gebeurtenissen in Petrograd en Moskou. Ze gingen gepaard met tentoonstellingen, optredens en film. Het schip ‘Rode Ster’ had een cinema met 800 plaatsen.

Onder de tsaar was er een strenge censuur en het oude establishment deed neerbuigend over vernieuwende kunst. Rebelse artiesten vonden aansluiting bij de sfeer van 1917 en de jaren erna. Ze speelden een grote rol. Een belangrijke taak was om het onderwijsniveau op te tillen. Het is voor mensen immers moeilijk om de samenleving te beheren als ze niet kunnen lezen of schrijven. Affichekunst speelde hierin een belangrijke rol.

In 1918 richtte de avant-garde artieste Vera Ermolaeva het ‘Segodnia’ (Vandaag) collectief op in Petrograd. Dit was de eerste uitgever van kinderboeken in de Sovjet-Unie. Dit was op een ogenblik dat de regio’s waar papier geproduceerd werd, bezet waren door buitenlandse troepen waardoor de boekproductie stilviel.

Toen de burgeroorlog eind 1920 voorbij was, gingen de drukkerijen in overdrive. Tegen 1922 waren er meer dan 300 uitgeverijen in Moskou en Petrograd.

Ermolaeva werkte ook in het Stadsmuseum van Petrograd en hielp Kazimir Malevich bij het opzetten van door studenten geleide ‘Unovis’ (Creatoren van nieuwe kunst). Deze initiatieven hadden een directe band met de porseleinfabriek van Lomonosov waardoor kunst meteen op massale schaal kon verspreid worden. Er werd samengewerkt in het experimentele en interactieve Museum van Artistieke Cultuur dat tot doel had om kunst onder controle van de artiesten te plaatsen.

De Jiddische literatuur speelde een belangrijke rol in het versterken van het onderwijs. Joden werden onder de tsaar vervolgd, maar artiesten als Marc Chagall speelden na de revolutie een grote rol. Dit was enkel mogelijk omdat de Bolsjewieken de tsaristische beperkingen op de Jiddische taal hadden opgeheven.

In augustus 1918 werd Chagall commissaris van kunst in Vitebsk, zijn geboortestad (in het huidige Wit-Rusland). Hij organiseerde kunstscholen, musea, evenementen en conferenties. Hij zette een Volkskunstcollege op met 300 studenten. Dit deed hij in een groot gebouw dat overgenomen werd van een rijke financier.

Een lokale krant kondigde aan: “Vanuit het rijke domein van bankier Vishnyak, dat gebouwd is met het bloed en zweet van honderden en duizenden mensen die uitgebuit werden, kwam een dageraad van een nieuwe cultuur boven Vitebsk.”

Lyubov Popova paste haar vernieuwende kunst toe op ontwerpen voor de radicale theatermaker Vsevelod Meyerhold. Zijn stijl was visueel, stoutmoedig en energiek. Het publiek werd betrokken in de stukken, zonder neerbuigend of paternalistisch te zijn. Varvara Stepanova maakte een iconische affiche voor de revolutionaire film ‘Pantserkruiser Potemkin’ van Sergei Eisenstein. Popova en Stepanova werkten samen met de publieke textielfabriek in Moskou.

Vernieuwing

In 1918 werden er in Moskou gratis kunststudio’s opgezet. Eén van de leraars was Vladimir Tatlin, die een gebouw ontwierp met roterende verdiepingen. Het gebouw was bedoeld voor conferenties en als communicatiecentrum voor de Communistische Internationale die opgezet was om het socialisme wereldwijd te promoten en te organiseren. Het gebouw was transparant zodat alle werkzaamheden van de socialistische democratie door iedereen konden gevolgd worden.

Een gebrek aan staal en technologische problemen maakten dat de toren van Tatlin op dat ogenblik niet kon gebouwd worden. Maar het ontwerp blijft een uitdrukking van de ambitie en het optimisme in die tijd.

Ook de huisvestingscrisis was een dringend probleem. Vernieuwende oplossingen werden aangemoedigd. Zo waren er voorstellen van gemeenschappelijke ruimtes om samen te eten, ontspanningsruimtes en vergaderlokalen. De plannen omvatten vaak ook collectieve kinderopvang, winkels, bibliotheken en medische voorzieningen. Een centraal doel was om de gelijkheid van vrouwen en hun deelname aan de samenleving te promoten door vrouwen te bevrijden van het huishoudelijk werk in het isolement van het eigen huis.

De algemene benadering was om kunst, architectuur, techniek en productie met elkaar te verbinden. Rigide opdelingen en hiërarchieën werden neergehaald. Er waren onvermijdelijk ook spanningen en jaloersheid in deze periode, de moeilijke omstandigheden en de oorsprong van veel van deze artiesten in de hogere middenklasse speelden daar een rol in.

De nieuwe arbeidersstaat had de basis gelegd voor de uitbarsting van energie. Door het nationaliseren van de sleutelsectoren van de economie en de opmaak van een plan van productie werden de nodige middelen vrijgemaakt.

De Sovjet-Unie werd gezien als een voorbeeld voor de hele wereld, zowel op sociaal, economisch als cultureel vlak. Het creëerde de meest moderne kunst op de planeet en betrok duizenden werkenden en jongeren in creatieve activiteiten, wetenschap en technologie.

Tragisch genoeg botste deze nieuwe generatie op een bijna onoverbrugbaar obstakel. Het is onmogelijk voor een land om het socialisme op zichzelf te realiseren. Zeker Rusland had steun nodig van economisch meer ontwikkelde landen.

Tussen 1918 en 1923 waren er revolutionaire bewegingen in Duitsland, maar deze maakten geen einde aan het kapitalistisch bewind. Andere massabewegingen in onder meer Italië, Groot-Brittannië, China, de VS, Frankrijk en Spanje slaagden er evenmin in om een doorbraak te maken.

Het isolement van de revolutie in Rusland was problematisch voor de nieuwe arbeidersstaat. De druk was groot om de burgeroorlog te winnen en de economie herop te bouwen. Hierdoor hadden werkenden niet genoeg tijd en energie om zich ten volle te werpen op het beheer van de samenleving. Een bureaucratische kaste – met steeds meer steun van de veiligheidsdiensten – begon zich te consolideren aan de top.

Onder leiding van Stalin baseerde een laag zijn privileges op de genationaliseerde geplande economie. Deze laag versterkte zijn greep op de macht en maakte in dit proces een einde aan de laatste overblijfselen van arbeidersdemocratie waarbij revolutionaire bewegingen in andere landen op een zijspoor werden gezet.

De superioriteit van een geplande economie over het winstgedreven kapitalisme bleek uit de groei van de Sovjet-Unie tot een wereldmacht na de Tweede Wereldoorlog. Bovendien waren er belangrijke sociale verworvenheden op vlak van werkgelegenheid, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg.

Stalinisme

Het strak van bovenaf gecontroleerde systeem onder Stalin maakte dat dit tegen een erg hoge prijs behaald werd: verspilde grondstoffen, ecologische rampen, ongelijke ontwikkeling en brutale repressie waarbij miljoenen levens verloren gingen.

Leon Trotski, samen met Lenin één van de leiders van de Bolsjewistische revolutie van 1917, en veel andere Bolsjewieken en arbeiders vochten voor arbeidersdemocratie en ter verdediging van de internationale revolutie. Ze deden dit als onderdeel van de ‘Linkse Oppositie.’ Deze oppositie was gericht tegen Stalin en zijn ‘socialisme in één land’ waarmee hij de eigen belangen van de bureaucratische kaste verdedigde.

De internationale revolutie viel echter stil en de bevolking was uitgeput door de oorlog. De betrokkenheid in de democratische structuren van de sovjet-regering en van de Bolsjewieken – dan al omgedoopt tot de Communistische Partij – nam af. De aanhangers van Stalin in de bureaucratie maakten gebruik van deze periode om de Linkse Oppositie te marginaliseren, met steeds meer fysieke repressie. Ze bouwden de democratische structuren af om toekomstige bewegingen te vermijden.

De aanval van Stalin op de democratie ging gepaard met een algemene aanval op de vrijheid van expressie. In 1926 werd het Museum van Artistieke Cultuur gesloten. In 1927 werd Trotski uit de Communistische Partij gezet, een jaar later werd hij het land uitgezet. Malevich werd in 1930 opgepakt en zijn werk werd onderdrukt. Heel wat artistieke organisaties werden in 1932 gesloten. In 1934 verklaarde het stalinistische regime dat ‘socialistisch realisme’ de enige toegelaten artistieke stijl was, naast ‘proletarische literatuur.’ Artiesten en schrijvers kregen het bevel om het regime, en Stalin in het bijzonder, te verheerlijken. Trotski vatte het samen als “een soort concentratiekamp voor de kunst.”

Er waren uitzonderlijke voorbeelden van vernieuwing en verzet – geen enkel regime kan een volledige controle opleggen. Maar deze voorbeelden moesten het land buiten gesmokkeld worden.

Wie de stalinistische lijn niet wilde volgen, werd vervolgd. Artiesten, schrijvers en componisten zagen hoe hun werk gecensureerd en in beslag genomen werd. Ermolaeva werd in 1934 opgepakt onder de beschuldiging van ‘anti-Sovjet activiteiten.’ Ze werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Vlak voor ze zou vrijkomen, volgde de doodstraf. In 1937 werd ze geëxecuteerd in een strafkamp.

In 1938 werd het theater van Meyerhold gesloten. In 1939 werd hij opgepakt en gemarteld. Hij werd ervan beschuldigd om zowel voor Groot-Brittannië als Japan te spioneren. Meyerhold werd in 1940 geëxecuteerd. Zinaida Reich, de actrice waarmee hij getrouwd was, werd vermoord in hun appartement, ongetwijfeld door agenten van de geheime politie.

Er kunnen duizenden andere voorbeelden gegeven worden. Dit gebeurde op hetzelfde ogenblik als de Moskouse showprocessen waarmee Stalin op stelselmatige wijze revolutionairen uitschakelde.

Trotski zette zijn strijd tegen deze contrarevolutie verder. In 1938, het jaar waarin hij de Vierde Internationale opzette om de revolutionaire ideeën die de Derde Internationale had verlaten te blijven verdedigen, stelde hij het ‘Manifest voor vrije revolutionaire kunst’ op. Dit manifest werd samen geschreven met André Breton, medestichter van de surrealistische beweging, en de artiest en revolutionair Diego Rivera. Het leidde tot de stichting van de Internationale Federatie voor Onafhankelijke Revolutionaire Kunst, een organisatie die antifascisten en antistalinisten bijeenbracht.

Het was een opmerkelijk maar kortstondig initiatief. De Tweede Wereldoorlog en de moord op Trotski door agenten van Stalin in 1940 kwamen tussen. Het stalinisme kwam versterkt uit de oorlog, tot het in 1989-90 in elkaar zou storten.

Trotski liet een belangrijke erfenis na: het levend houden van het in de praktijk bewezen idee dat de werkende klasse de macht kan nemen op een democratisch socialistisch en internationalistisch programma. Dat is het alternatief op het kapitalisme en ook op het stalinisme. De analyse die Trotski maakte van kunst en revolutie, kunst en de samenleving, droeg bovendien bij tot het marxistisch begrip.

Kunst en revolutie op Socialisme 2017

Tijdens Socialisme 2017 is er een traject over kunst en revolutie. Op zaterdag is er een werkgroep over de rol van kunst in revolutie met nadruk op 1917 en de daaropvolgende periode in de Sovjet-Unie. Er is ook een filmvertoning van ‘I am not your negro’ over de strijd voor zwarte bevrijding in de VS. Op zondag is er een begeleide wandeling door Brussel in de voetsporen van Marx.

>> Meer info