1917-2017. 100 jaar later: het belang van de Russische Revolutie vandaag

Op 28 juli 1917, kort voor de Oktoberrevolutie, titelde het Belgische dagblad ‘Le Bruxellois’: “Russische revolutie: de dreigende vulkaan.” Op 10 september laatstleden omschreef premier Charles Michel een nieuwe vijand van ons land: “In verschillende landen, ook in België, maken we een terugkeer van het communisme mee, dat de individuele vrijheden vernietigt en altijd heeft geleid tot meer armoede en sociale achteruitgang.” Sociale achteruitgang: daar kent Charles Michel iets van. In het kapitalistische België leeft 15% onder de armoedegrens en 20% kent een armoederisico. De rechtse regering heeft de tendens niet gekeerd, integendeel. Honderd jaar na de Russische Revolutie kijken we terug op de verworvenheden en hoe die afgedwongen werden.

Dossier door Julien (Brussel) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’. Julien spreekt morgen in de commissie ‘1917: revolutie of staatsgreep’ op Socialisme 2017. 

Na de opstand van oktober 1917 had de Sovjet-regering slechts 33 uur nodig om de basis voor het nieuwe regime naar voor te brengen. Als eerste maatregel deed het congres van Sovjets een oproep “aan de bevolking en de regeringen van alle oorlogvoerende naties” [betrokken in de Eerste Wereldoorlog] om te komen tot “een rechtvaardige democratische vrede.” De tekst preciseerde dat deze vrede “onmiddellijke ingang” moest kennen “zonder annexaties en zonder herstelbetalingen.” Na drie jaar van oorlog waren 15 miljoen Russen van het platteland naar het front gestuurd en vielen er 1,8 miljoen militaire doden bovenop 1,5 miljoen burgerdoden.

Het tweede decreet ging over de “onmiddellijke afschaffing van grootgrondbezit zonder schadeloosstelling.” Het maakte een einde aan het Russische grootgrondbezit en ondersteunde de acties van landbouwers die sinds de zomer landbouwgrond bezetten die eigendom was van grote eigenaars zoals de monarchie of andere grootgrondbezitters. Voordien bezitten 30.000 eigenaars evenveel grond als 10 miljoen gezinnen samen.

Het derde decreet ging over arbeiderscontrole en maakte het mogelijk om de productie in handen te nemen zodat deze gericht werd op de sociale noden. Dit kwam bovenop de invoering van de 8-urenwerkdag. De volledige boekhouding en de stocks moesten overgedragen worden aan verkozen vertegenwoordigers van de arbeiders. Als gevolg van de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie kon de Hoge Raad voor de Nationale Economie de productie in 1918 nationaal beginnen plannen. Naast de grote bedrijven werden ook de banken genationaliseerd en samengevoegd in een overheidsbank. Per decreet werd bepaald dat “de belangen van de kleine spaarders volledig gegarandeerd worden.”

Rusland kende op dat ogenblik honderden nationale minderheden: van Finland tot Mongoolse volkeren in het Oosten naast Tataren, Esten of nog de Zurjenen. Deze minderheden hadden geleden onder het bewind van de Russische aristocratie, zeker de Aziatische volkeren werden hard onderdrukt. De Sovjet-regering besloot onmiddellijk tot “de gelijkheid en soevereiniteit van alle volkeren in Rusland”, “het recht van de volkeren in Rusland om vrij over zichzelf te beschikken, met inbegrip van het recht op afscheiding en de vorming van een onafhankelijke staat.”

Toen de textielarbeidsters in Petrograd betoogden op 8 maart 1917 (23 februari volgens de Juliaanse kalender die toen in Rusland gehanteerd werd), beseften ze wellicht niet dat hun actie het startpunt zou zijn voor de grootste historische gebeurtenis uit de menselijke geschiedenis. Op basis van collectieve actie dwongen de arbeiders en de plattelandsbevolking meer rechten af dan het kapitalisme hen ooit had kunnen bieden. Die rechten werden meteen na de opstand in Petrograd afgekondigd. Er kwam juridische gelijkheid tussen mannen en vrouwen, recht op echtscheiding voor iedereen, behoud van werk bij zwangerschap, kinderopvang tijdens de werkuren, legalisatie van abortus, … Op kwesties van gender en seksualiteit stonden de Bolsjewieken vooraan: homoseksualiteit werd uit het strafrecht gehaald en geslachtsverandering werd wettelijk mogelijk.

Lenin stelde dat dit niet volstond: “U weet allemaal dat er zelfs bij een volledige gelijkberechtiging nog altijd die feitelijke onderdrukking van de vrouw blijft bestaan, omdat de hele huishouding op haar schouders neerkomt. […] Wij zullen modelinstellingen scheppen, eetzalen en crèches, die de vrouw zullen bevrijden van het huishouden.” De Bolsjewieken wilden het huishoudelijk werk socialiseren door de openbare diensten uit te bouwen.

Als de rijken het over ‘vrije media’ hebben, bedoelen ze “vrijheid van media voor wie genoeg middelen heeft om een drukkerij te kopen en journalisten aan te werven.” De collectivisering van drukkerijen in 1917 maakte dat de werkenden eindelijk de mogelijkheid hadden om zich uit te drukken. De patronale kranten daarentegen verspreidden geruchten en laster over de Bolsjewieken om de brede steun onder de bevolking te breken en om een staatsgreep voor te bereiden.

De Bolsjewieken voerden al snel het eerste stelsel van sociale zekerheid in. Het decreet verplichtte werkgevers om voor de sociale bijdragen in te staan waarmee personeel in geval van ziekte of technische werkloosheid een som die min of meer gelijk was aan het loon betaald werd. Het beheer van de verzekeringskassen was in handen van de verzekerden.

Begin 1918 werd het onderwijs verplicht en gratis. De werkenden en de plattelandsbevolking hadden eindelijk toegang tot de scholen. Hoger onderwijs werd gratis en de nadruk op examens werd sterk afgebouwd. Vanaf 12 jaar hadden leerlingen het recht om deel te nemen aan het democratisch beheer op hun school, samen met het personeel uiteraard. Het aantal bibliotheken schoot de hoogte in. Het aantal scholen nam met 50% toe en de middelen voor onderwijs vervijftienvoudigden.

Dat is slechts een beperkt overzicht van de “sociale achteruitgang” door de Bolsjewieken na de Oktoberrevolutie.

“Het onderste uit de kan”?

In juli 2015 sloot Griekenland een akkoord met de Eurogroep. Premier Alexis Tsipras verklaarde dat hij “gestreden had om het onderste uit de kan te halen in onderhandelingen voor een moeilijk akkoord.” Syriza weigerde de confrontatie met de trojka van EU, IMF en ECB aan te gaan. Het toonde de onmogelijkheid aan om significante hervormingen te bekomen zonder revolutionaire strijd. De concentratie van rijkdom in handen van enkele grote aandeelhouders beperkt de mogelijkheden van hervormingen. In 2017 liep het aantal superrijken dat nodig is om de rijkdom van de armste helft te evenaren terug tot amper 8. Er werd ook een ander record gevestigd: de hoogte van de dividenden voor de aandeelhouders liep op tot 1.208 miljard dollar! Om het onderste uit de kan te halen, was het nodig om beroep te doen op de mobilisatie van werkenden en jongeren doorheen Europa in een strijd tegen besparingen en voor een socialistische samenleving.

Het kapitalisme is geen onoverkoombaar obstakel. De Oktoberrevolutie toonde aan dat het mogelijk en noodzakelijk is om dit systeem omver te werpen om enorme sociale stappen vooruit te zetten.

Uit de Februarirevolutie van 1917 kwamen twee gelijktijdig bestaande machten voort: de sovjets en de Voorlopige Regering. Terwijl de sovjets de werkenden, boeren en soldaten vertegenwoordigden, was de Voorlopige Regering het orgaan waarmee de burgerij de macht probeerde te krijgen. De burgerij hoopte om het kapitalisme in Rusland  te ontwikkelen naar het niveau zoals in België of Frankrijk. De Mensjewieken en Sociaal Revolutionairen (SR) hadden het over socialisme als iets dat er wel zou komen, maar niet onmiddellijk. Zij stelden dat het eerst nodig was om het Russische kapitalisme te ontwikkelen. Dat is waarom ze tot de Voorlopige Regering toetraden en de Russische burgerij toelieten om de zaken in handen te nemen. Het socialisme waarover zij spraken, werd uitgesteld naar een verre toekomst.

De Voorlopige Regering maakte maandenlang beloften: vrede, herverdeling van de grond, 8-urenwerkdag, het recht op echtscheiding voor vrouwen, scheiding van kerk en staat, … Maar deze eisen waren onaanvaardbaar voor de Russische burgerij en de grootgrondbezitters. Het bleef bij woorden, zonder daden.

De Russische massa’s stelden vast dat hun ambities voor verandering steeds botsten op de heersende klassen. Begin april 1917 kwam Lenin terug uit ballingschap met het ordewoord ‘Alle macht aan de sovjets.’ Hij stelde: “De Russische Revolutie die door u volbracht is, heeft een nieuw tijdperk ingeluid.”

“De emancipatie van de werkenden zal het werk van de werkenden zelf zijn”

Als er over een parlement gesproken wordt, denken we vandaag aan een plechtige plaats waar politici in maatpak actief zijn en daar een groot loon voor krijgen. De werkenden leren van jongs af aan dat het beheer van de samenleving niet hun taak is en dat iedereen zijn plaats moet kennen.

Die normale gang van zaken wordt doorbroken bij grote strijdbewegingen. De werkenden krijgen dan vertrouwen en leren om buurten en steden zelf te beheren met organen die los staan van de burgerij. Die arbeidersraden kregen verschillende namen doorheen de geschiedenis, maar ze staan steeds voor de eenheid en de onafhankelijkheid van de werkende klasse: “cordones industriales” in het revolutionaire Chili van 1970-73, “juntas” in de Spaanse Revolutie van 1936 of nog “Arbeiter und Soldatenrat” in de Duitse Revolutie van 1918. We kunnen zelfs teruggaan tot de Commune van Parijs in 1871. Op beperktere schaal waren er de Sovjet van Limerick in Ierland in 1919 of de Sovjet van La Argañosa in Asturië in 1934. Recenter waren er in Tunesië comités (wijkcomités, waakzaamheidscomités, bevoorradingscomités, …) tijdens de heldhaftige strijd van de Tunesische werkenden tegen de dictatuur van Ben Ali in 2011. Of het nu gaat om stakerscomités, fabriekscomités of vakbonden, de werkende klasse heeft steeds op natuurlijke wijze gezocht naar methoden om zich te organiseren, zeker in perioden van strijd.

In Rusland ontstonden de arbeidersraden (“sovjets”) in de revolutie van 1905. Aanvankelijk ging het om het leiden van stakingen, het organiseren van de stakersposten en het verzet tegen de repressie. Deze sovjets kregen met de Oktoberrevolutie taken die normaal door een staat uitgeoefend worden, maar nu in handen van de meerderheid van de bevolking kwamen.

De sovjets waren na 1905 grotendeels verdwenen om terug op te duiken in februari-maart 1917 in Petrograd en andere grote steden. Tegen april-mei waren er ook sovjets op het platteland. Vanaf 1906 was Trotski overtuigd van de centrale rol die sovjets zouden spelen. Hij omschreef ze als “type-organisaties van de revolutie.”

In tegenstelling tot de Doema, het Russisch parlement waar de afgevaardigden verkozen werden met cijnskiesrecht en niet afzetbaar waren, betrekken de sovjets alle werkenden en laten ze hen toe om controle uit te oefenen op hun verkozenen. Vrij snel begonnen de sovjets zich op grote schaal te organiseren met congressen en uitvoerende comités.

De situatie van dubbelmacht kwam in oktober ten einde met de opstand in Petrograd. Waar de Commune van Parijs de tegenstander van Versailles toeliet om zich te organiseren en de Commune in bloed te drenken, begrepen Lenin en Trotski dat de burgerij er alles aan zou doen om de macht te behouden, of het nu met een Voorlopige Regering is of met een poging tot militaire staatsgreep.

De 72 dagen van de Commune

Net zoals wij de tijd nemen om revoluties (die van 1917 in het bijzonder) te bestuderen, deden de Bolsjewieken dit ook. De ervaring die voorheen het verst ging, was die van de Commune van Parijs in 1871. Zoals in februari 1917 was er sprake van een spontane massa-uitbarsting die bergen deed verzetten. Maar de beweging stopte bij het eerste succes waarbij Versailles en haar banken ongemoeid gelaten werden. De Parijzenaren lieten de burgerij ruimte om het verzet te organiseren. Marx trok de conclusie dat “de arbeidersklasse niet mag stoppen bij het overnemen van het staatsapparaat om dit voor eigen rekening in te zetten.” De burgerlijke staat moest gebroken worden. Daartoe is er nood aan voldoende voorbereide organisaties. Lenin had dit goed begrepen.

Als de Russische burgerij generaal Kornilov ertoe aanzet om op Petrograd te marcheren en de revolutie de kop in te drukken, wordt het duidelijk dat ze een versnelling hoger wil schakelen. De Voorlopige Regering slaagt er immers niet in om de Sovjets aan de kant te schuiven. De Bolsjewieken nemen de verdediging van Petrograd op. Ze sturen revolutionaire militanten uit om met de soldaten van Kornilov te discussiëren en hen te overtuigen om niet op de arbeiders te schieten en zelfs om bij de revolutie aan te sluiten. De poging tot staatsgreep wordt een complete mislukking.

Deze periode toonde zowel de zwakte van de Voorlopige Regering als de sterkte van de sovjets. Maar de burgerij heeft nog andere Kornilovs in reserve. Het succes van de verdediging van Petrograd maakt dat de Bolsjewieken beslissen om geen nieuwe aanval van de burgerij af te wachten en niet het risico te lopen om hetzelfde lot als de arbeiders van de Parijse Commune te ondergaan.

Op 16 oktober werd het Militair Revolutionair Comité opgezet door de sovjet van Petrograd. Het doel was om de machtsgreep van de werkenden te organiseren en de revolutie te redden. Met de steun van de werkende massa’s, de boeren en de soldaten werd op het einde van die maand het Winterpaleis, de zetel van de Voorlopige Regering, ingenomen. Het was geen staatsgreep die in een donker achterkamertje werd voorbereid: de inname van het Winterpaleis was een politieke daad die enkel mogelijk was omdat de massa’s het kapitalisme en de gevestigde politici actief verwierpen. Net zoals gelijk welke andere partij konden de Bolsjewieken niets doen zonder de steun van de sovjets.

De Bolsjewistische partij speelde een centrale rol in het bewerkstelligen van de revolutie. De slogan ‘brood, land en vrede’ was de beste uitdrukking van wat de massa’s wilden. Zoals we hoger uitleggen, verdedigden de Bolsjewieken de democratische rechten van iedereen om alle onderdrukten te verenigen. Ze baseerden zich op de ervaringen van strijd uit het verleden en de eigen deelname aan strijd in Rusland zelf.

Stalin en Lenin: zelfde strijd?

De stalinistische contrarevolutie heeft niet alleen een groot deel van de verworvenheden van Oktober tenietgedaan, het was ook een groot obstakel voor elke poging tot revolutie in andere landen. Vanaf 1924 kwam Stalin met het ordewoord van ‘socialisme in één land’ om de revolutionaire golf elders te stoppen.

De Oktoberrevolutie moest zich nochtans internationaal uitbreiden om stand te houden. Het kapitalisme heeft de economie geglobaliseerd en Rusland kon de eigen productie niet onafhankelijk ontwikkelen. Zeker indien rekening wordt gehouden met het feit dat Rusland net uit de Eerste Wereldoorlog kwam en bovendien nog eens 21 buitenlandse legers de jonge Sovjet-staat binnenvielen.

Lenin en Trotski verdedigden de noodzaak van een uitbreiding van de revolutie in Europa en de rest van de wereld om zo de verworvenheden van Oktober te behouden. In de nasleep van de Eerste Wereldoorlog en de Oktoberrevolutie was er effectief een revolutionaire golf: Duitsland, Italië, Oostenrijk-Hongarije, Ierland, … Lenin vestigde grote hoop in de Duitse Revolutie. De Russische Revolutie was een voorbeeld voor de Duitse arbeiders die de macht probeerden te grijpen. Een socialistisch Duitsland met de grootste en best georganiseerde arbeidersklasse ter wereld zou een enorme stimulans geweest zijn voor de Sovjet-Unie, niet alleen omwille van economische redenen maar ook omdat dit het front van kapitalistische landen tegen de Sovjet-Unie zou breken.

In 1919 werd de Communistische Internationale opgezet om de ervaringen van de Bolsjewieken internationaal te verspreiden en te bouwen aan een revolutionaire leiding waarmee de arbeidersklasse de macht kan grijpen. Het mislukken van de Duitse Revolutie, de invasie door 21 buitenlandse legers en uiteindelijk het aan de macht komen van Stalin en de bureaucratie, maakten een einde aan dit proces. De Russische arbeidersdemocratie stond geïsoleerd en raakte verstikt. Stalin is niet de leerling van Lenin, maar zijn doodgraver.

En vandaag?  

Ondanks zijn historische crisis zal het kapitalisme niet vanzelf verdwijnen. De werkenden, jongeren en onderdrukten hebben nood aan organisaties die hun dagelijkse strijd voor betere levens- en arbeidsomstandigheden verbinden met het doel van een duurzame maatschappijverandering.

Het revolutionaire elan van de massa’s in Noord-Afrika en het Midden-Oosten vond in 2011 een brede internationale echo. Het ontbreken van revolutionaire organisaties met een voldoende inplanting onder de werkenden, het gewone volk en de jongeren liet de weg vrij voor een terugkeer van de contrarevolutie onder verschillende gedaanten.

De woede onder de massa’s neemt toe. Wat ontbreekt, is een massaal gedragen politiek alternatief waarmee de werkende klasse, de jongeren en de armen wereldwijd worden georganiseerd. Dit vereist een samenhangend programma van maatschappijverandering.

Tegenover de chaos van het kapitalisme is er nood aan een economisch stelsel dat de belangen van de meerderheid van de bevolking centraal stelt. Daartoe moet de controle op de grote banken en de strategisch belangrijke sectoren van de economie onder publieke controle en beheer geplaatst worden. Democratisch socialisme maakt het mogelijk om de enorme middelen en moderne productiecapaciteiten in te zetten voor de hele samenleving, met respect voor het milieu, in plaats van voor een kleine minderheid die zich vandaag verrijkt op de kap van de overgrote meerderheid.

Onze internationale organisatie, het Committee for a Workers’ International (CWI), strijdt wereldwijd aan de kant van de werkenden en jongeren. Onze afdelingen en militanten zijn actief in meer dan 50 landen op alle continenten. Die strijd vervoegen is de beste manier om de 100ste verjaardag van de Russische Revolutie te herdenken.