Vrouwen van de revolutie

Het waren vrouwelijke arbeiders die de Russische Revolutie in februari 1917 op gang trokken. Een groeiend aantal vrouwen werd in de loop van dat revolutionaire jaar lid van de Bolsjewistische partij. Heather Rawling beschrijft hoe vrouwen hun plaats op het historische toneel opeisten, een inspirerend voorbeeld voor vrouwen die ook vandaag strijden tegen onderdrukking.

Honderd jaar na de Russische Revolutie zien we wereldwijd vrouwenbewegingen tegen besparingen, aanvallen op de reproductieve rechten van vrouwen, seksueel en fysiek geweld, en tegen een toename van misogynie, onder meer aangevuurd door de verkiezing van Donald Trump als Amerikaans president. Vrouwen zoeken oplossingen voor hun dubbele onderdrukking onder het kapitalisme. De feministische beweging omvat verschillende stromingen. Sommigen stellen dat mannen de oorzaak zijn van de mindere positie van vrouwen. Voor hen is de omverwerping van het kapitalisme geen noodzaak om tot gelijkheid te komen. Marxistische feministen daarentegen begrijpen dat het kapitalisme de kern van de onderdrukking van vrouwen vormt en dat een socialistisch geplande economie noodzakelijk is om tot echte gelijkheid te komen en om alle vormen van onderdrukking te stoppen.

Vrouwen in Rusland hadden honderd jaar geleden gelijkaardige discussies en debatten. Deze kwamen voort uit hun ervaringen in de fabrieken, in de landbouw, aan de universiteiten, … We kunnen inspiratie halen en leren uit de ervaringen van Russische vrouwen, de rol van vrouwen in de Bolsjewistische partij en hun bijdrage aan de revolutie.

Feministische academici en anderen hebben deze periode bestudeerd en geven vaak kritiek op de Bolsjewieken omdat ze het belang van vrouwen voor de revolutionaire beweging niet erkenden. Sommige historici deden de Bolsjewieken af als meedogenloze mannen die vrouwen slechts een rol van tweede rang lieten spelen. Nochtans waren heel wat vrouwen cruciaal in dat revolutionaire jaar 1917. De Bolsjewieken besteedden meer aandacht aan de specifieke noden van vrouwelijke arbeiders en staken meer energie en middelen om hun strijd te ondersteunen dan zowel de rechtse socialistische Mensjewieken of de op de plattelandsbevolking gebaseerde Sociaal-Revolutionairen. De Bolsjewieken telden dan ook meer vrouwelijke leden in leidinggevende posities.

De Bolsjewieken waren de eersten om banden te smeden met werkende vrouwen. Er waren discussies binnen de partij over hoe dit het best gebeurde. Sommigen waren bang dat aparte vrouwenorganisaties de aandacht van de socialistische strijd zou afleiden. Anderen stelden dat vrouwen niet massaal konden gewonnen worden voor de Bolsjewieken als er geen rekening werd gehouden met de specifieke obstakels waarop werkenden vrouwen botsen als ze actieve revolutionairen worden. Er waren weinig andere publieke vergaderplaatsen dan cafés, op dat ogenblik een uitgesproken mannelijke omgeving (behalve voor de vrouwen die er werkten). Het onder vrouwen breed verspreide analfabetisme maakte dat de meesten geen pamfletten konden lezen. Er was dus een andere benadering nodig.

De vrouwenkringen waren cruciaal om vrouwelijke arbeiders als revolutionair te ontwikkelen. Ze leerden er lezen en schrijven, maar ook om marxistische ideeën te verspreiden in het repressieve tsaristische Rusland. Nadezjda Kroepskaja begon haar politieke leven door vorming te geven aan deze groepen. Ze schreef over de dubbele onderdrukking van vrouwen in ‘De vrouwelijke arbeider’, gepubliceerd in 1901. Kroepskaja legde uit dat de tewerkstelling van vrouwen in de steden hen een zekere economische onafhankelijkheid en een klassenbewustzijn gaf. De brochure werd besproken in de vrouwenkringen.

De Eerste Wereldoorlog

De ervaringen van de werkende en meer bevoorrechte vrouwen waren erg verschillend tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het leidde tot tegengestelde standpunten. Aanvankelijk steunden de meeste vrouwen en mannen de oorlog op patriottische wijze. Veel feministen dachten dat vrouwen moesten aantonen dat ze verantwoordelijke burgers waren die volledige seksuele gelijkheid waard waren. Ze steunden de oorlog volkomen. Sommigen sloten aan bij het leger om te vechten en de belangen van de heersende klasse te verdedigen.

De Britse suffragette Emmeline Pankhurst ontmoette feministische leiders in Rusland en haalde geld op voor het vrouwenbataljon. Ze dacht dat de moed van de vrouwen een goed instrument was om mannelijke desertie te stoppen. De mannen zouden te beschaamd zijn om te deserteren als ze de vrouwen bezig zagen. Bij haar terugkeer uit Rusland adviseerde Pankhurst de Britse premier David Lloyd George om tussen te komen en een Bolsjewistische machtsovername te verhinderen.

Voor vrouwen uit de werkende klasse en op het platteland vergrootte de oorlog de ellende, het harde labeur en de armoede. De oorlog leidde tot enorme voedseltekorten. Tegen eind 1916 stonden werkende vrouwen gemiddeld 40 uur per week in de rijk in de hoop wat schaars en slecht voedsel te vinden. Vrouwen brachten uren met elkaar door, vaak in vreselijk weer. Ze bespraken de oorlog, de oorzaken ervan en de gevolgen, het lijden van de soldaten en hun gezinnen.

Het is gemakkelijk om te zien hoe het politieke en klassenbewustzijn zou ontwikkelen. De klassentegenstellingen waren evident: enkel arme werkende vrouwen stonden in de rij te wachten. Rijke vrouwen hadden personeel om voor hen in de rij te staan. Het potentiële gevaar hiervan was ook het tsaristisch regime niet ontgaan. De geheime politie noteerde dat de vrouwen ‘god en tsaar vervloekten’, maar toch vooral de tsaar verantwoordelijk achtten voor hun ellende.

Vrouwen op de werkvloer

Er kwamen nieuwe jobs voor vrouwen. Het aandeel van vrouwen in de industrie nam toe van 26,6% in 1914 tot 43,4% in 1917. In 1914 waren vrouwelijke arbeiders goed voor 3% van de metaalsector, tegen 1917 was dit 18% (Jane McDermid en Anna Hillyar, ‘Midwives of the Revolution’, 1999). Voor de oorlog werd werk op de trams in de steden als onaangepast voor vrouwen gezien. Tegen 1915 waren er 179 vrouwen in Moskou actief als chauffeur, operator, boodschapper, telefonist of bezorger op de trams.

Een tramchauffeur, AE Rodionova, beschrijft hoe ze politiek bewust werd door haar job en de ervaringen van oorlog en revolutie. Op de trams zag ze het contrast tussen de eeltige handen van de metaalarbeiders van Poetilov-fabriek en de goed geklede dames die in de rijkere buurten opstapten. Rodionava werkte shiften van 12 en 14 uur zonder pauze en tegen een laag loon. Tegen 1916 ging ze met andere collega’s in staking voor hogere lonen.

In 1915 waren 60% van de bedienden in het telegraafkantoor van Moskou vrouwen. Sommigen werden operator en zouden een belangrijke rol spelen in de nederlaag van de contrarevolutionaire poging tot staatsgreep door generaal Kornilov in augustus 1917. “De spoorwegarbeiders namen de rails weg en versperden de baan om de troepen van Kornilov op te houden. (…) De post- en telegrafiebeambten vingen de telegrammen en bevelen uit het hoofdkwartier op en zonden deze, of kopieën ervan, naar het comité. De generaals hadden er zich in de oorlogsjaren aan gewend de spoorwegen en de post als louter uit technisch oogpunt van belang te beschouwen. Zij konden er zich nu van overtuigen dat zij ook politieke betekenis hadden.” (Leon Trotski, Geschiedenis van de Russische Revolutie, 1930)

Er was het gevaar van verdeeldheid tussen mannelijke en vrouwelijke werkenden op basis van de grote loonverschillen. In december 1916 kwamen 996 van de 1.293 vrouwelijke arbeiders in de opslagplaatsen voor munitie in Petrograd buiten na de middagpauze om loonopslag te eisen. Ze weigerden terug aan de slag te gaan tot de lonen waren opgetrokken. Deze vrouwen vormden een minderheid onder de 5.000 personeelsleden en deze staking leidde niet tot een overwinning, deels door een gebrek aan steun van de mannelijke collega’s.

Maar er waren heel wat andere gevallen van solidariteit rond kwesties als boetes of verplicht overwerk. Een van de langste stakingen was die van vrouwelijke textielarbeiders in het district Viborg in Petrograd. De staking duurde meer dan een maand. Het begin in januari 1917 rond de lonen en arbeidsvoorwaarden. In die harde winter met enorme tekorten en honger – terwijl de rijken nog steeds elke dag verse producten hadden – kreeg de eis van de vrouwen voor brood een politieke betekenis.

Februarireveolutie

Nikolai Soechanov, een sociaaldemocraat en tegenstander van de Bolsjewieken, beschreef het algemeen gevoel van onrust aan de vooravond van de Februarirevolutie. Hij hoorde hoe twee typistes met elkaar spraken over het voedseltekort en de zoektocht naar eten. Ze hadden het over onrust in de lange rijen en zeiden dat dit het begin van een revolutie was. Soechanov was helemaal ontdaan. “Deze meisjes begrepen niet wat een revolutie was. Ik geloofde hen niet. Revolutie? Dat is hoogst onwaarschijnlijk.” Deze ‘meisjes’ hadden de sfeer onder de vrouwen en de massa’s beter gevat dan de geleerde heer.

Tegen 1917 waren vrouwen goed voor 47% van de werkenden in Petrograd. De Februarirevolutie begon van onderuit en oversteeg het verzet van de eigen revolutionaire organisaties. De broodrijen vormden de directe aanleiding. Op de Internationale Vrouwendag, 23 februari (volgens de toenmalige kalender in Rusland, 8 maart in onze huidige kalender), gingen textielarbeidsters in staking. Tegen het einde van de dag waren er 90.000 vrouwen en mannen in staking. Rodionova, de tramchauffeur, schreef hoe er een dag eerder gewapende soldaten aan de depot stonden. Tegen het einde van die dag, 23 februari, sloten ze zich aan bij het personeel binnen.

Bij het begin van de Februarirevolutie hadden de Bolsjewieken Nina Agadjanova en Maria Vidrina massameetings van vrouwen van arbeiders en soldaten georganiseerd. Dat leidde tot stakingen en massabetogingen, er werden wapens gezocht om de betogers te bewapenen. Politieke gevangenen werden bevrijd en er werd eerste hulp bijstand georganiseerd. Anastasia Devjatkina, toen reeds 13 jaar actief bij de Bolsjewieken, leidde één van de betogingen op 23 februari. Op die dag staakte 20% van de werkenden in Petrograd. In de voornamelijk vrouwelijke textielindustrie was dit 30%. Tegen 25 februari waren iets meer dan de helft van de arbeiders in de stad in staking, onder het textielpersoneel was dat 71%. De eis van brood werd al gauw uitgebreid tot politieke slogans: “Weg met de autocratie! Weg met de tsaar!”

Gevangenen warden bevrijd door de betogers. Onder hen ook Zhenia Egorova, de partijsecretaris van de Bolsjewieken in het district Viborg. Zij werd samen met andere vrouwen bevrijd. Ze sloten aan bij het straatprotest. In plaats van weg te lopen van de soldaten, omsingelden de vrouwen hen om politieke eisen naar voor te brengen. Egorova riep de soldaten op om de orders van de officieren niet te gehoorzamen en om niet op de betogers te schieten. Ze probeerden een wig te drijven tussen de gewone soldaten en hun officieren. Dit gebeurde met agitatie over wie voordeel haalde uit de oorlog terwijl de kameraden van de soldaten genadeloos afgeslacht werden aan het front. De vrouwen haalden het. De soldaten lieten hun geweer zakken en weigerden om te schieten.

Anna Jelizarova-Oeljanov was niet alleen Lenin’s zuster, maar ook een politieke medestander die jarenlang actief was in de illegale propaganda en agitatie. Ook hun zus Maria was een voltijdse revolutionaire. Na februari hielpen Maria en Anna bij het schrijven en produceren van de Pravda, het centrale orgaan van de Bolsjewieken. Ze waren beiden lid van het Centraal Comité en werkten mee aan het vrouwenblad Rabotnitsa.

Werkende vrouwen vonden dat hun situatie na de Februarirevolutie weinig veranderde. Dat verklaart waarom er tegen de zomer van 1917 een forse toename van het aantal stakingen was, zeker in de dienstensector. Vrouwelijke Bolsjewieken waren erg actief in het organiseren van werkenden, vrouwen van soldaten en jonge vrouwen. Steeds meer vrouwen legden de verantwoordelijkheid voor de broodrijen en de lage lonen bij de oorlogsinspanningen.

Rodionova was getuige van heel wat sociale onrust. De trams liepen vertraging op door troepenbewegingen naar het front. Arbeiderswijken waren erg druk met mensen die discussieerden en protesteerden op meetings en in rijen. Ze merkte op: “Zelfs iemand met weinig formeel onderwijs begrijpt dat intens sociaal en materieel ongenoegen politieke gevolgen heeft. De roep op straat was niet enkel om brood, maar ook om rechtvaardigheid en vrijheid.”

Politieke obstakels

Ondanks hun rol in de acties waren vrouwen ondervertegenwoordigd in de verkiezingen voor de sovjet van Petrograd en de fabriekscomités. Het was moeilijk voor vrouwen om een leidinggevende rol te spelen. Hun verantwoordelijkheid in het gezin en het voedseltekort speelden mee. Maar de Februarirevolutie sprak wel tot de verbeelding van jonge vrouwen zoals de 19-jarige naaister PG Glizer. Toen ze hoorde dat de tsaar omvergeworpen was, maakte ze een rood spandoek met de slogan: “Leve de vrijheid.”

De omstandigheden werden niet beter. Op de werkplaats van PG Glizer werd om warm water gevraagd voor tijdens de lunch en voor een ventilator. De eisen werden afgewezen en het personeel zocht naar een vakbond. Glizer kwam in contact met Sakharova, een vakbondssecretaris en Bolsjewieke. Zij stuurde een vertegenwoordiger van de vakbond. Met hulp van de vakbond werd onderhandeld met de eigenaars en tegen het einde van de dag waren de eisen ingewilligd. Het personeel werd lid van de vakbond en Glizer sloot aan bij de Bolsjewieken. Ze werd lid van haar lokale sovjet.

De vrouwen van de soldaten (Soldatki) waren er vaak het ergst aan toe. De Bolsjewieken hielpen hen te organiseren. Anastasia Deviatkina zetten een vakbond van soldatenvrouwen op na de Februarirevolutie. De Soldatki protesteerden tegen het gebrek aan verbetering van hun situatie. Ze organiseerden een betoging naar het hoofdkwartier van de Voorlopige Regering op 11 april. De sovjetleider en Mensjewiek, Dan, steunde de oorlog en ging in tegen de vrouwen. Hij zei dat ze in oorlogstijd geen geld moesten vragen en hij weigerde het woord te geven aan de leidinggevende Bolsjewieke Alexandra Kollontai. Ze sprak toch en drong er bij de Soldatki op aan om eigen vertegenwoordigers voor de sovjet te verkiezen. Vrouwelijke Bolsjewieken hielpen de hongerige, ontgoochelde en uitgeputte vrouwen om zich te organiseren en om te strijden.

Kroepskaja nam het beheer van het lokale comité voor hulp aan soldatenvrouwen over. Nina Gerd, een oude studentenvriendin en collega in de zondagscholen begin jaren 1890 die het marxisme verlaten had voor het liberalisme, merkte aan Kroepskaja op: “De soldatenvrouwen vertrouwen ons niet, ze zijn ontevreden met alles wat we doen, ze vertrouwen enkel de Bolsjewieken.” Van waar kwam dit vertrouwen in de Bolsjewieken? De Bolsjewieken waren consequent in hun programma en in het verzet tegen de oorlog, naast strijd rond economische thema’s.

Op 21 april betoogde een groep van voornamelijk vrouwelijke textielarbeiders tegen de regering. Het aantal stakingen nam in de zomermaanden toe. Veertigduizend wasvrouwen staakten in de maand mei rond lonen en arbeidsvoorwaarden. Kollontai werkte met de wasvrouwen, waaronder een aantal Bolsjewieken, in deze politiek belangrijke staking, de eerste onder de coalitieregering. Het ging om wasvrouwen die verspreid waren in duizenden wasserijen van verschillende omvang. De Bolsjewieke Sofia Goncharskaja ging naar de wasserijen om anderen te overtuigen om mee te doen. De eisen gingen over betere arbeidsvoorwaarden, een werkdag van acht uur, een minimumloon, een uitkering bij ziekte en jaarlijks verlof. De staking was een succes. De Bolsjewieken zagen het als een voorbeeld van militante strijd en publiceerden heel wat verslagen van de strijd. Artikels toonden een groeiende betrokkenheid van vrouwelijke arbeiders in stakingen en protestacties.

Strijd tegen de reactie

Enkel de Bolsjewieken beseften het politieke belang van de stakingen in mei. Het nieuws van de vrouwenstakingen en -acties kregen veel aandacht in alle Bolsjewistische bladen, in het bijzonder in Rabotnitsa. Dat was een krant gericht op vrouwelijke arbeiders. Het eerste nummer verscheen in 1914, maar dan werd het verboden wegens verzet tegen de oorlog. In mei 1917 werd Rabotnitsa herstart.

Rodionova gaf drie daglonen steun om Rabotnitsa terug uit te brengen. Ze deed dit op een bijeenkomst waar 800 Roebels werden opgehaald. Ze nam het geld mee naar het Bolsjewistische hoofdkwartier waar ze exemplaren van de krant en pamfletten ophaalde voor haar depot. Rodionova kon amper lezen en schrijven, maar ze werd toch aangemoedigd om voor Rabotnitsa te schrijven en haar eigen ervaringen te vertellen. Tegen de zomer van 1917 sloot ze bij de Bolsjewistische partij aan. Er kwam een vrouwenbureau, Zhenotdel, om het werk van de Bolsjewieken onder vrouwen te coördineren.

Kroepskaja merkte bij haar terugkeer in Rusland in april 1917 op dat er sinds de eerste Russische Revolutie van 1905 een belangrijke ontwikkeling in het politieke bewustzijn van werkende vrouwen was. De Bolsjewieken voerden campagne om vrouwen vertegenwoordigd te krijgen in de fabriekscomités in de sectoren waar veel vrouwen werkten en ze eisten respect voor vrouwen. Er waren voorbeelden van mannelijke metaalarbeiders in Petrograd die geen vrouwen als fabrieksafgevaardigden wilden. Vanaf juni probeerden mannelijke vertegenwoordigers jobs te beschermen ten koste van vrouwen. Bolsjewieken in de metaalvakbond gingen tegen deze verdeeldheid in en pleitten voor solidariteit onder de werkende klasse.

In de julidagen, toen de regeringspropaganda de Bolsjewieken er valselijk van beschuldigde Duitse agenten te zijn, keerden veel arbeiders zich tegen hen. Ze werden fysiek en verbaal aangevallen. De Bolsjewieke E Tarasova werd bekogeld met bouten en moeren door vrouwelijke arbeiders die haar toeriepen dat ze een Duitse spionne was. Nadien hielpen ze wel om haar bloedende gezicht en handen schoon te maken, ze zeiden dat een Mensjewistische vrouw tegen haar had gestookt. Pilaeva, een jongerenorganisatrice van de Bolsjewieken, hield zich met twee andere vrouwelijke Bolsjewieken schuil in het Peter-en-Paul fort om zich gewapend te verzetten tegen de regering. Ze hadden partijdocumenten en heel wat geld bij. Het fort werd belegerd maar verkleed als verpleegsters konden de vrouwen ontsnappen.

Rodionova hield 42 geweren en andere wapens verborgen in haar depot toen de Voorlopige Regering tijdens de Julidagen de arbeiders probeerde te ontwapenen. In juli waren de Bolsjewieken een tijdje volledig afhankelijk van Rabotnitsa aangezien de Pravda verboden was door de regering. Toen de politie de kantoren van Rabotnitsa binnenviel, kwam ze te laat. De vrouwen hadden ’s nachts de krant al verdeeld in de fabrieken.

Ter verdediging van de revolutie

Kroepskaja, Kollontai, Konkordiia Samoilova, LN Stal, Nikolaeva en PF Kudelli hadden een grote verantwoordelijkheid in heel Petrograd tijdens de Oktoberrevolutie. Vera Sloetskaja speelde een sleutelrol in het organiseren van de opstand in een district van Petrograd. De jongerenorganisatoren Pilaeva en Evgeniia Gerr waren lid van de Rode Garde. Legioenen van Bolsjewistische vrouwen leverden een essentiële bijdrage aan de revolutie op vlak van communicatie, als boodschappers, en in de medische brigades.

E Alekseeva kwam van een familie van textielarbeiders en stond op de uitkijk tijdens de vergadering waar de plannen voor de opstand gefinaliseerd werden. In oktober was Rodionova verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat twee trams die gewapend waren met machinegeweren het depot verlieten om deel te nemen aan de bestorming van het Winterpaleis. Ze zorgde ervoor dat de trams reden in de nacht van 25 op 26 oktober om bij te dragen aan de machtsovername en om Rode Gardes in heel de stad te positioneren.

Bolsjewistische vrouwen vervoerden wapens en vochten in de Rode Gardes. Serafima Zaitseva sloot in 1915 op 20-jarige leeftijd bij de Bolsjewieken aan. Ze was een metaalarbeidster en sloot op haar fabriek bij de Rode Garde aan. Ze was deel van de groep die het postkantoor in oktober bestormde en ze vocht tegen contrarevolutionairen aan de rand van de stad. Veel vrouwen verdedigden de revolutie tijdens de burgeroorlog. Volgens Kollontai werden 1.850 van de 66.000 vrouwelijke medewerkers van het Rode Leger gedood of gevangen genomen. Er vochten meer vrouwen in de burgeroorlog dan in de Eerste Wereldoorlog. De reden is eenvoudig: nu was er iets om voor te vechten.

Het is opmerkelijk dat de ideeën en organisatorische methoden van de Bolsjewieken zoveel gelijkenissen vertonen met die van linkse socialisten vandaag. Of het nu intelligentsia of vrouwen uit de arbeidersklasse waren, Bolsjewistische vrouwen werden professionele revolutionairen door een combinatie van factoren zoals persoonlijke ervaringen met onderdrukking, invloeden uit de familie, in studiegroepen, avondklassen of doorheen hoger onderwijs. De omstandigheden voor vrouwen waren erg moeilijk in het repressieve semi-feodale Rusland. Gezien die context is het opmerkelijk dat zoveel vrouwen een actieve en cruciale rol speelden.

Dit waren gewone vrouwen die ongewone en heldhaftige daden stelden en stoutmoedig op het toneel van de geschiedenis kwamen. Ze verdienen onze bewondering en we kunnen er veel uit leren, maar ook vandaag kunnen werkende vrouwen even heldhaftig zijn en een cruciale rol spelen in onze eigen socialistische revolutie waarmee we onszelf en de wereld bevrijden van armoede en uitbuiting.